Martijn en Tokmetzis laten belang privacy treffend zien
©

Martijn en Tokmetzis laten belang privacy treffend zien

Boek (non-fictie) - Je hebt wél iets te verbergen

De auteurs tonen aan wat er kan misgaan in de surveillancemaatschappij.

Onze privacy wordt voortdurend geschonden door dataverzamelaars als Google en de Belastingdienst.

Het is de grote obsessie van privacyvoorstanders: hoe maak je aan mensen die hun schouders ophalen over privacy duidelijk dat het wél kwalijk is als bedrijven zomaar data over je verzamelen?

Misschien door te vertellen wat Erik Pas overkwam.

Maurits Martijn & Dimitri Tokmetzis
Non-fictie
Je hebt wél iets te verbergen
De Correspondent;
223 pagina's; €18,00

Pas is een Nederlandse ondernemer. Op 6 februari 2015 spoedde hij zich naar de gate voor zijn vlucht van Amsterdam naar Los Angeles. Toen hij zijn bagage op de band wilde plaatsen, hoorde hij zijn naam. Twee mannen namen hem apart.

'Waar ga ja naartoe?'

'Wat ga je daar doen?'

Al snel werd het dwingender.

'Ben je weleens in Irak geweest?'

'Afghanistan?'

'Syrië?'

Pas antwoordde ontkennend. De Amerikaanse marshalls leken hem niet te geloven.

'Je antwoorden kloppen niet. Je was afgelopen maandag in Jordanië.'

Pas ontkende weer.

'Je was wél in Jordanië. Ben je op doorreis?'

'Mogen we je iPhone zien?'

Ben je ook in het Midden-Oosten geweest?

'Mogen we je iPad zien?'

De twee mannen schreven alles op en Pas mocht door. Bij de douane in Los Angeles werd hij opnieuw uit de rij gepikt. Twee bewapende agenten namen hem apart.

'In welke landen ben je allemaal geweest?'

'Ben je ook in het Midden-Oosten geweest?'

'Welke social media-accounts heb je?'

Drie kwartier ondervroegen de mannen hem. Toen mocht hij verder.

Maar het hield niet op. Eenmaal bij zijn appartement in Los Angeles, ging de bel. Weer twee agenten.

Hoe kon dit gebeuren? Wat had Pas misdaan?

In Je hebt wél iets te verbergen laten journalisten Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis (van de Correspondent) zien wat de gevolgen zijn van blind vertrouwen in data en systemen en wat surveillance met een samenleving kan doen. Ze proberen duidelijk te maken dat privacy niet alleen over individuen gaat, maar over ons allemaal. Zij vertellen daarin het verhaal van Erik Pas. De man was nooit in Jordanië geweest, hij was zelfs niet in het Midden-Oosten geweest. De provider van Pas, Vodafone, had een reeks ip-adressen van een Jordaanse internetprovider overgenomen. Toen Pas zijn vlucht boekte, was de administratie van ip-adressen nog niet bijgewerkt. Daardoor dachten de Amerikanen dat hij zijn vlucht vanuit Jordanië boekte. En blijkbaar was dat verdacht.

Van dat stempel zal hij niet snel afkomen, schrijven Martijn en Tokmetzis. De informatie zal vijftien jaar op een Amerikaanse lijst blijven. Bovendien delen de Amerikanen dit soort gegevens met partnerlanden.

Vervelend dat Google over tien jaar kan bepalen op wie wij stemmen - maar hebben we daar nu last van?

Het verhaal van Pas laat treffend zien wat er mis kan gaan in een surveillancemaatschappij. Het is zo'n krachtig voorbeeld omdat het echt gebeurd is. Immers, veel van de gevaren waar privacy-adepten op hameren, zijn vervat in toekomstscenario's. Dat maakt hun waarschuwingen slecht invoelbaar. Vervelend dat Google over tien jaar kan bepalen op wie wij stemmen - maar hebben we daar nu last van?

Martijn en Tokmetzis proberen dat 'ver van mijn bed-gevoel' te vermijden door een journalistieke zoektocht te vermengen met een persoonlijke missie - die ze verwoorden als 'het belang van privacy laten zien en tastbare argumenten aanvoeren tegen 'ik heb niets te verbergen'.' De zoektocht brengt hen naar de trackers op smartphones, kleine bestandjes die advertentiebedrijven achterlaten om het gedrag van de eigenaar van de telefoon te volgen, naar de advertentie- en datamacht van Facebook en Google en ook naar de datadrift van de Belastingdienst, de organisatie die het meest verregaand experimenteert met het sturen van het gedrag van burgers.

De vermenging van genres is zowel de kracht van het boek als de zwakte. Kracht, omdat de veelomvattende zoektocht duidelijk maakt welke enorme omvang het verzamelen door bedrijven van persoonlijke gegevens van iedereen met een smartphone, laptop, auto of social media-account heeft aangenomen. Martijn en Tokmetzis zijn erin geslaagd een complex onderwerp terug te brengen tot een overzichtelijke gids.

Tevens is het een pamflet waarin de auteurs in soms apocalyptische bewoordingen waarschuwen voor machtige dataverzamelaars, permanente onbewuste manipulatie en het verlies van autonomie. Dat is de zwakte. De zoektocht gaat gebukt onder het gewicht van de kennelijk zwaarder wegende missie, wat hier en daar lange, abstracte betogen oplevert. Belangrijke winst voor privacy - het verbod op de bewaarplicht, de standaard versleuteling bij apps als WhatsApp, de verplichte privacy-beambte in grote bedrijven vanaf 2017 - doen ze af als 'druppels op een gloeiende plaat'.

In zijn aanbeveling op het boek meldt internetjournalist Alexander Klöpping dat hij het 'met open mond' heeft gelezen. Zou het? Dat iemand die verbonden is met de opmars van moderne technologie en die via zijn bladenkiosk Blendle ervaring heeft met gebruikersdata, verrast is door de datadrift van advertentiebedrijven, Belastingdienst, Google en Facebook? Zo ja, dan is het de perfecte illustratie dat het boek een onmisbare gids in de datajungle is.