Maartens muze

Interview met Marijke Nagtegaal-Reedijk, inspiratiebron van Maarten 't Hart

Maarten 't Harts klassieker Een vlucht regenwulpen is dit jaar het boek van de campagne Nederland Leest. 65 drukken na de eerste uitgave maakt de vrouw zich bekend die de inspiratie vormde voor de aanbeden scholiere Martha. Een ontmoeting met Marijke Nagtegaal, geboren Reedijk.

'Als altijd denk ik: zij zou hier kunnen zijn. Ik denk het zo vaak, in volle treinen, op stations, tijdens concerten of zoals nu tijdens een receptie. Misschien is Martha hier ook.'

Het duurt een pagina of tachtig voordat ze daadwerkelijk haar opwachting maakt. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet ook dáárin wordt genoemd. Die aanloop gebruikt Maarten 't Hart (25 november 1944) in zijn bestseller Een vlucht regenwulpen (1978) onder meer om de lezer te doordringen van zijn aanbidding: Martha, het pianospelende meisje op wie hij in zijn middelbareschooljaren hopeloos verliefd is geweest. Die hij nooit heeft kunnen vergeten.

En wier schoonheid nog steeds verblindend is, zoals hij vaststelt op een reünie van de school: 'Haar profiel is nog altijd hetzelfde en ze lacht nog altijd op dezelfde wijze: een glimlach waarin iets weemoedigs gemengd is met een serene, onverstoorbare vreugde.'

Maarten is inmiddels professor in de biologie geworden, Martha is getrouwd met een 'zwaargebouwde, donkere, zo trefzeker besnorde man' en moeder van twee kinderen. Met de studie piano aan het conservatorium is ze gestopt.

'Allemaal waar', zegt Marijke Nagtegaal-Reedijk (69) - laarsjes, spijkerbroek, lange vlecht, jeugdige stem - in haar woning te Schiedam, waar ze in de loop der jaren verschillende edities van de 64 keer herdrukte roman heeft verzameld. Daar komt vandaag de Nederland Leest-versie nog bij, zodat in de loop van 36 jaar meer dan 2 miljoen exemplaren gedrukt zijn van het boek over de eenzelvige Maarten, zijn gereformeerde jeugd in Maassluis, de dood van zijn moeder, en zijn onbereikbare, gesloten schoolliefde.

Ze spreekt haar verbazing uit. 'Nooit is er iemand geweest, in al die jaren, die contact met mij heeft gezocht. Op één keer na: de neerlandicus Johan Diepstraten heeft mij in 1979 gebeld met alleen maar de vraag of alles wáár was wat er in het boek over mij geschreven wordt? Ja, heb ik geantwoord. Dat was blijkbaar genoeg. In 1979 heeft Diepstraten er in het tijdschrift Bzzlletin een paar regels aan gewijd.

'Alles is waar. De enige verschillen tussen de werkelijkheid en het boek zitten in kleinigheden. Zo laat Maarten mij op een schoolavond Haydn spelen, omdat hij die componist zélf zo hoog heeft. Maar ik speelde toen Händel.'

Alles is waar. De enige verschillen tussen de werkelijkheid en het boek zitten in kleinigheden. Zo laat Maarten mij op een schoolavond Haydn spelen, omdat hij die componist zélf zo hoog heeft. Maar ik speelde toen Händel.

Romanpersonage

Eerlijk gezegd hoeft ze ook niet zo nodig. 'Mijn familie en een paar kennissen weten wat ik met het boek te maken heb. Maar ja, mijn betekenis voor deze roman is natuurlijk beperkt.' Toch is ze, nu er iemand naar haar toe komt na een tip van iemand uit de naaste omgeving, bereid om voor één keer te vertellen wat het voor haar heeft betekend, personage te zijn in een van de populairste naoorlogse Nederlandse romans.

Geschreven door een schoolgenoot van het Groen van Prinstererlyceum in Vlaardingen, met gescheiden jongens- en meisjesklassen. Gepubliceerd in september 1978. Maar al zes jaar daarvóór geschreven.

Marijke Nagtegaal-Reedijk: 'Toen hoorde ik er al van. In 1971 belde namelijk Floor, een vriend van hem, ons op: 'Maarten heeft een boek over jou geschreven, willen jullie een keer langskomen?' Dat hebben mijn man Arie en ik toen gedaan. Op die avond heeft mijn oude schoolgenoot Maarten, die ik in 1969 weer had teruggezien op de schoolreünie, me de passage voorgelezen over de keer dat hij me op school voor het eerst zag.'

Uit Een vlucht regenwulpen:

Het was een gezellige avond. Vervolgens heeft dat boek nog zeven jaar in de la liggen rijpen. Eerlijk gezegd geloofde ik toen al niet meer dat 'het boek over mij' nog uitgegeven zou worden.

'Haar schaduw naderde zo rustig dat ik pas naar haarzelf keek toen ze vlakbij was. Ze droeg een rode jurk met korte, onderbroken witte streepjes die bij elke stap rustig verschoven. (...) De rode blos was nog altijd op haar wangen aanwezig en leidde haast de aandacht af van haar donkere ogen achter donkere wimpers. Maar zodra ik die ogen, die waarmee ze meer bij zichzelf naar binnen keek dan naar iets wat zich buiten afspeelde, had gezien, vergat ik die rode blos en was het of alles één ogenblik stilstond en ik beklemd staarde naar een foto waar ik mijn blik niet vanaf kon houden.'

Marijke Nagtegaal: 'Heel bijzonder vond ik dat. Het was een gezellige avond, zes-, zevenentwintig waren we. Vervolgens heeft dat boek nog zeven jaar in de la liggen rijpen. Eerlijk gezegd geloofde ik toen al niet meer dat 'het boek over mij' nog uitgegeven zou worden.

'In de tussentijd is Maarten hier nog een paar keer thuis geweest. In 1973 bijvoorbeeld, toen mijn zoon Jane - bijzondere naam ja, die je fonetisch moet uitspreken - net geboren was, en Maarten ons zijn boek Ratten gaf. Daar heeft hij de geruststellende opdracht in geschreven dat wij uit zijn boek konden opmaken dat ratten baby's niet opeten 'maar slechts aanknagen'.

'In 1977 is Maartens verhalenbundel Mammoet op zondag verschenen, en daarin staat het verhaal 'Voedselopname'. Dat is gebaseerd op een etentje dat hij kort daarvoor bij ons had meegemaakt. Mijn man had toen bedacht dat hij eten voor Maarten en mij zou maken, en we kregen allebei een dienblad op schoot. Idioot, vond Maarten dat. In dat buitengewoon amusante verhaal heeft mijn man ons huis omgebouwd tot bistro, en hij bedient ons en een ander uitgenodigd echtpaar, zodat hij ons twee telkens in de gaten kan houden.

Uit Voedselopname:

'Ik had een uitnodiging aangenomen om te gaan eten bij een meisje waarop ik vier jaar lang onafgebroken en zonder enige toenadering van haar kant, verliefd was geweest. (...) 'En wat vind je van Gerda?' vroeg haar echtgenoot plotseling. 'Nog helemaal hetzelfde', zei ik. 'Hoe bedoel je?' 'Niet veranderd.' 'Ik heb haar anders helemaal omgevormd. Ze zag er tien jaar geleden stijf gereformeerd uit. En nu? Maar ik heb er wel voor moeten vechten. Je mag blij zijn dat het niets tussen jullie geworden is. Het is me wat om met haar getrouwd te zijn, ze is trager dan stroop, ze doet niets in het huishouden, bijna niets, en dat met drie kinderen.'

'Daar hebben we allebei erg om gelachen. Het gaat niet zo goed meer tussen hem en mij, laat Maarten mij ook nog over mijn huwelijk zeggen. (glunderend) Dat is dus niet naar waarheid opgetekend. Ook die bundel hebben we van Maarten gekregen, en voorin schreef hij: 'Voor Marijke en Arie, omdat een heerlijke maaltijd te hunnen huize de aanleiding was voor een verhaal waarin ik noch zij het originele gebeuren kunnen herkennen, zodat ik hoop dat ze ook niet zullen denken dat het op hen slaat!'

'Maar iedereen die ons toen kende, zei na lezing van dat verhaal meteen: wat precies gedaan, we herkennen alles!

'En een jaar later, in september 1978, kwam Een vlucht regenwulpen uit, en was ik van mijn derde naam Gerda veranderd in Martha, wat zeer dicht tegen mijn eigen roepnaam aan zit.

'Toen pas kon ik echt zien wat ik voor hem heb betekend. Nee, Maarten heeft me het boek niet tevoren laten lezen. Het was op een avond in september 1978. Ik speelde toen 's avonds hier achter het huis volleybal, met mensen uit de buurt. Toen holde een van de kinderen naar me toe: 'Mama, Maarten 't Hart is thuis en wacht op jou.' Even later zat ik hier, in mijn sportpak.

'En daar zat Maarten. Hij overhandigde me het eerste exemplaar van Een vlucht regenwulpen, nadat hij er in had geschreven: '7 september 1978. Voor Marijke, de enige figuur die geheel naar waarheid in dit boek geportretteerd is.' Dat wil dus niet zeggen dat alles wat hij in dit boek schrijft over de gedachten en gevoelens van de verteller Maarten even waar is. Ik stel me dat trouwens wél voor, want dan is het mooier.

'Hij was die avond nog niet weg of ik ben gaan lezen. Eerst alle passages die over Martha gingen. Bijvoorbeeld dat hij in de pauze over het schoolplein op zo'n manier rondjes ging lopen dat hij mij zo vaak mogelijk ontmoette.

'Dat herinnerde ik me meteen: Maarten die mij telkens weer met rode wangen aankeek. Soms waarschuwde mijn vriendin met wie ik in de pauze over het schoolplein liep me dan: 'Daar komt-ie weer.' En dan wendde ik mijn hoofd af. Want ik vond Maarten geen aantrekkelijke jongen. Daar moet ik eerlijk over zijn.

'We hebben in die tijd nauwelijks een woord met elkaar gewisseld. Dat heeft met zijn onhandigheid te maken. Maar ik heb er ook niets aan gedaan om zijn aandacht te trekken. Ja, zwijgen.

'Hij was eenzelvig en ik geremd. Hij heeft wel geprobeerd contact te maken, maar dat was heel schaars en onbeholpen. Misschien komt het juist daardoor, ben ik later gaan denken, dat ik die indruk op hem heb kunnen maken. Als ik een keer op Maarten was toe gestapt en had gezegd: 'Zullen we een keer uitgaan?', dan zou de hele spanning uit de roman zijn weggevallen. Het is heel belangrijk geweest voor de literatuur dat het tussen ons niks werd.'

Uit Een Vlucht regenwulpen:

'O zeker, ik zou zielsgelukkig zijn geweest als ik naast haar had mogen wandelen en met haar had mogen praten maar elke toenadering zou immers de mogelijkheid van afwijzing inhouden en ik wilde het recht om haar te zien en naar haar te verlangen niet opofferen voor de zekerheid van afwijzing. Haar aanwezigheid was genoeg.'

Lies Koning heette de eerste en onbeantwoorde jeugdliefde van Simon Vestdijk (1898-1971). Zij was een klasgenote van de hbs te Harlingen. Lies vereeuwigde hij in 1934 in zijn roman Terug tot Ina Damman. Tot in de details (de schuchtere schooljongen die de tas wil dragen van de aanbeden leeftijdgenote) lijkt die roman het grote voorbeeld te zijn geweest voor Een vlucht regenwulpen van Vestdijk-bewonderaar 't Hart.

Marijke Nagtegaal: 'Hoe het is om als idool te boek te staan? Niet vervelend. Dat wil zeggen: later. Maar toen, in de middelbareschooltijd, toen ik wat verbaal contact best had kunnen gebruiken, zat ik met die verlegen en rood van schaamte aanlopende jongen om me heen. En ik voelde me tóch al schuldig om mijn bestaan. En dan niets te kunnen betekenen voor die ongelukkige jongen.

'Ik zat op de mms, de middelbare meisjesschool. Zo halverwege de schooljaren, ik denk begin vierde klas, zoemde het rond: die Maarten 't Hart uit de jongensklas is verliefd op jou. Het was eigenlijk zeer ongemakkelijk. Ik voelde me voortdurend bespied.

'En dat was geen inbeelding. Het uur dat ik wist dat de klas van Maarten langskwam omdat ze naar een ander lokaal verhuisden, voelde ik me al nerveus. Het werd ook een beetje opgeklopt door de anderen.

'Hij heeft wel zijn best voor me gedaan. Heel kort ben ik lid geweest van de redactie van de schoolkrant. Maar ook daar zat ik vooral stom voor me uit te kijken. Ik was intens introvert.

'Nee, ik heb hem nooit geschoffeerd. In Een vlucht regenwulpen vangt Maarten op dat ik hem 'een afschuwelijke jongen' heb genoemd tegenover de leraar Nederlands. Zo is het niet gegaan. Het is wél zo dat ik erop aangesproken ben door meneer Jansen, de leraar Nederlands.

'Ik kwam bij hem om de boekenlijst te bespreken. 'Weet je wel dat Maarten 't Hart verliefd op je is?' 'Ja, maar het kan niks worden', antwoordde ik. 'O, dan moet je het ook niet doen.' Dat advies herinner ik me woordelijk. Dan-moet-je-het-ook-niet-doen. Maar er víel ook niks te doen. Het was gewoon niet aan de orde.

'Eén keer kwam Maarten bij ons in de meisjesklas binnen, om een spreekbeurt te houden. Dat vond ik apart, dat hij zijn gêne zomaar overwon, rode konen of niet. Hij sprak toen heel bevlogen over Arthur van Schendel, een schrijver van wie hij heel veel wist.

'Of hij tijdens de spreekbeurt nog steelse blikken naar mij heeft geworpen? Dat weet ik niet, want ik durfde niet naar hem te kijken.'

En toen kwam Maarten ook nog een keer op zondag naar de kerk van de gereformeerd-vrijgemaakten op de Westvest in Schiedam. Voor haar.

In Een vlucht regenwulpen schrijft hij:

'Buiten adem bereikte ik de gaanderij maar ik zag haar toch dadelijk. Ze zat geheel alleen, bij het raam en ik durfde haar niet dichter te naderen dan op een afstand van twee banken. (...) Ze keek om, ze zag mij en daar was het rood al op haar wangen. Ze stond op en struikelde bijna toen ze snel wegliep door de bank (...) en toen was het geluid van die voetstappen weg maar het keerde een ogenblik later terug, kwam weer naderbij en ik verbaasde mij erover en voelde mij minder schuldig totdat ze binnenkwam naast een forse, zwartharige, besnorde man die mij niet eens aankeek (...).'

Marijke Nagtegaal: 'Dat speelde kort na het examen. Toen had ik al net verkering met die forse besnorde jongeman, mijn aanstaande man, die me na de dienst met de scooter zou komen ophalen. Ik zat er die zondag al, en keek op een gegeven moment om, en daar zat Maarten. Die was daarvoor speciaal naar Schiedam gefietst.

'Ik schrok me rot, en ben meteen weggegaan. Kwam even later terug met Arie, die naast me kwam zitten. Ik heb Maarten toen helemaal niet meer gezien of gesproken. Pas enkele jaren later weer heel even, op die reünie.'

Hij moest eens weten

Ik heb voor Maarten als een oerbeeld gefungeerd. In zo veel andere boeken van daarna is hij verliefd op steeds weer andere vrouwen, maar die lijken allemaal op Martha.

Marijke Nagtegaal-Reedijk is na de middelbare school piano gaan studeren bij pianist en componist Léon Orthel aan het conservatorium in Den Haag, maar stopte daar binnen een jaar mee. 'Ik voelde me niks. Je bent een zuiver meisje, zei meneer Orthel. Maar ik dacht: hij moest eens weten. Want ik had toen die vriend, met wie ik nog niet getrouwd was. En dat was zeer beladen, in die tijd.'

Na de conservatoriumtijd werd Nagtegaal moeder van drie dochters en een zoon. Ze was 26 jaar werkzaam op het secretariaat van het Stedelijk Museum Schiedam. Nadat ze op haar 45ste met studeren begon, doceerde ze zeven jaar levensbeschouwing op een middelbare school, en werkte ze als levensbeschouwelijk counsellor.

De kerkgang is er stilaan uit gesleten. Ze gaat niet meer, alleen nog voor de begrafenis van een dierbare. 'De kerk van mijn jeugd ligt me na aan het hart, maar ik ben in de loop der tijd zeer vrijzinnig geworden.'

Maartens boek is haar altijd dierbaar gebleven. In de aanloop naar de campagne Nederland Leest, met Een vlucht regenwulpen als onderwerp, werd de roman wel getypeerd als handelend over het benauwende gereformeerde geloof, en over de dood van Maartens moeder. Nagtegaal: 'Die thema's zijn onmiskenbaar aanwezig. Maar als je het hele boek daartoe beperkt, laat je een ander thema liggen. Je kunt Martha niet weglaten. Dan zet je toekomstige lezers op het verkeerde been, toch?

'Ik heb voor Maarten als een oerbeeld gefungeerd. In zo veel andere boeken van daarna is hij verliefd op steeds weer andere vrouwen, maar die lijken allemaal op Martha.'

In 1991 zei Maarten 't Hart in een interview in Snoecks: 'Ik word alleen nog verliefd op ongevaarlijke filmsterren als Faye Dunaway of Theresa Russell.' En daar achteraan verklaarde hij: 'Eigenlijk is het steeds weer Martha uit Een vlucht regenwulpen, een Schiedams meisje, die zag er ook zo uit, met die wangetjes en manier van kijken en lopen. Zo bijzonder, zo iemand zou ik nooit kunnen veroveren.'

Nagtegaal: 'In mijn jonge jaren verlangde ik er in stilte naar gezien te worden. Ik heb 's avonds heel wat tranen gestort, omdat ik in gezelschap niets wist uit te brengen. Maarten was niet de jongen van mijn dromen. Maar hij heeft me toen wel gezien.

'In 2005 is mijn man overleden. Na de afscheidsdienst in de kerk werd die voortgezet in de aula van het uitvaartcentrum in Schiedam. Daar trof mijn blik Maarten. Ook al waren er zeker driehonderd mensen, hem herkende ik meteen, hij stond helemaal vooraan. We hebben elkaar ook toen niet gesproken. Maar hij was dus wel gekomen, om mijn man de laatste eer te bewijzen. Dat heb ik erg gewaardeerd.

'Laatst bleek dat mijn kleindochter, die nu 13 jaar is, voor haar Nederlandse lijst Een vlucht regenwulpen las. Weet je over wie dat gaat, vroeg ik haar. Ja, zei ze, over u!

'Toen heb ik voor haar de passage voorgelezen waarin Maarten mij voor het eerst op het schoolplein ziet. Toen ik daarmee klaar was en opkeek uit het boek, was mijn kleindochter intussen op haar iPad al lang weer met iets heel anders bezig. Dat vond ik eigenlijk wel geestig.' Box230

Boek en film

Vanochtend wordt Maarten 't Hart thuis in Warmond opgehaald met een helikopter en vliegt hij naar de bibliotheken van Schagen, Vriezenveen, Geldrop en Leiden. In elke plaats signeert hij Een vlucht regenwulpen.

Op vrijdag 7 november wordt de film Een vlucht regenwulpen (1981) van Ate de Jong uitgezonden op NPO2, met Jeroen Krabbé als Maarten en Willeke van Ammelrooy als Martha.

De leesbevorderingscampagne Nederland Leest duurt tot en met 30 november, wanneer er een groot slotfeest plaatsvindt in Schouwburg Kunstmin in Dordrecht, met medewerking van Mensje van Keulen, Judith Koelemeijer, Stine Jensen en Maarten 't Hart.