Tel Aviv
Tel Aviv © AFP

Israëlische soldaat zegt sorry

Dagboek

Tel Aviv, 4 december 2003.

Geen moeilijkheden bij de aankomst in Tel Aviv. Waar je vroeger een uur in de rij stond voor de paspoortcontrole heb ik nu alleen een paar Japanners voor me. Er gaan niet veel mensen meer naar Israël. Het regent. Twee orthodoxe mannen hebben in het vliegtuig al plastic om hun kostbare hoeden gevouwen.

Bij de douane krijgt iedereen die passeert een rode roos. Misschien om de mensen die nog wel naar Israël komen aan te moedigen. Honderdduizenden Israëli's, heb ik gelezen, verlaten hun land om er niet meer terug te keren. Bij de Duitse ambassade, oh ironie, hebben een paar duizend Israëli's een paspoort gehaald, om weg te kunnen.

Het gozertje van het taxibedrijf staat op me te wachten met een kartonnen bordje waarop hij ANGA MANBLET heeft geschreven. Kan niet missen, dat ben ik.

Aan de balie een jonge Israëlische soldaat die Arabisch spreekt. Een van de misrahim, Arabische joden. Arabieren en joden, ik weet inmiddels dat je er met die simpele tweedeling nog lang niet bent. In Nablus is zelfs een kleine gemeenschap van joden die zichzelf als Palestijnen zien. Een jonge vrouw verontschuldigt zich ongebruikelijk vriendelijk dat ik even moet wachten.

Het is vroeg donker in Gaza, koud en nat. In de flat wachten Fatma, Ramadan en Khaled op me. Als ik vertel dat er een Israëlische soldaat sorry tegen me heeft gezegd moeten ze erg lachen.

Anja Meulenbelt (1945), schrijver, politicus en feminist.
Ingekort fragment uit Habibi habibi - Gaza-dagboek.
Veen Magazines, 2004.