Een curieuze heer van de thee

LEZERS VAN Hella Haasse kenden Karel Frederik Holle al een beetje uit Heren van de thee - het boek dat was gebaseerd op brieven en documenten uit het rijke archief van drie Nederlandse families die in het midden van de vorige eeuw naar Indië trokken en op Java, in de...

Van de drie families werd die van Holle in de ogen van de anderen al snel de meest bijzondere, de gezaghebbendste, dus de benijdenswaardigste.Rudolf Kerkhoven, de hoofdfiguur uit de roman, ziet het zodra hij anno 1871 als jonge aspirant-planter in Batavia is aangekomen, en mag rijsttafelen bij oudtante Alexandrine Holle-Van der Hucht, in haar 'vorstelijk huis aan het Koningsplein':'Rudolf begon te beseffen welk een sleutelpositie de Holles innamen in de Indische maatschappij. Herman Holle was chef van de firma Pryce & Co, het destijds mede door oom Willem van der Hucht opgerichte handelshuis; Karel, Adriaan en Albert beheerden grote ondernemingen in de Preanger; van de dochters was er een getrouwd met een bankier, een andere met een directielid van een vooraanstaande factorij in Batavia, en de derde met de administrateur van een plantage in het Buitenzorgse. Dat bovendien Karel Holle sinds kort benoemd was tot adviseur-honorair voor inlandse zaken op het departement van Binnenlands Bestuur, gaf aan de overwegend zakelijke en agrarische positie van de familieleden een ambtelijk cachet.'In de latere observaties van Rudolf blijft een element voelbaar van bewondering die aan afgunst grenst. De eerste keer dat hij Karel ontmoet, treft hem de vanzelfsprekendheid waarmee zijn neef in elk gezelschap de leiding neemt: 'Hij leek een vorst die audiëntie verleent.' Later merkt hij dat Karel 'overal en altijd als een eminence grise op de achtergrond' zijn invloed laat gelden op het werk van verwante planters. En als hij op Gamboeng zijn eigen onderneming probeert op te starten, en van Karel en diens broers aanmerkingen krijgt over zijn werkwijze, klaagt hij in een brief: 'Zo zijn de Holles. Ze vinden niets goed dat anders is dan bij hen.'In vooral één opzicht komt Karel, zelfs te midden van de als nogal betweterig of bijna arrogant afgeschilderde Holles, bij Hella Haasse tevoorschijn als een buitenbeentje. Bij de eerste kennismaking ziet Rudolf een man die 'een Turkse fez' draagt, 'met een afhangende kwast, en aan de pink van zijn linkerhand pronkte een ring met een grote diamant, die vonken schoot bij ieder gebaar'. Bij de begroeting raakt hij 'met zijn tegen elkaar gedrukte duimen even zijn lippen aan', en bij wijze van zegen spreekt hij het woord bismillah uit. En nog opvallender: 'De Soendase bedienden naderden hem met haast bijgelovige eerbied wanneer zij hem iets moesten aanbieden.'Wie was deze raadselachtige man die zich, ofschoon de toean besar, kleedde, uitdrukte en gedroeg als een Soendanees onder de Soendanezen; wiens boezemvriend Mahoemad Moesa een islamitische godsdienstleraar was; en die door het gouvernement als een Snouck Hurgronje avant la lettre de halve archipel werd rondgestuurd om de stemming onder de moslims te peilen?De inventaris van al zijn sociale, politieke, landbouwkundige en humanitaire activiteiten, zoals opgemaakt door de Leidse Zuidoost-Aziëdeskundige Tom van den Berge, spreekt boekdelen. Of het nou ging om verbeterde rijstteelt, om een op de Javaan afgestemd onderwijsprogramma, om de taal, de poëzie en de adat op West-Java, of om de bestuurlijke verhoudingen in de kolonie - Karel Frederik liet zich gelden als een autoriteit, en werd als zodanig ook erkend, mede dankzij honderden publicaties op al die terreinen en tientallen al dan niet geheime adviezen die het beleid van achtereenvolgende GG's in Indië mee hebben bepaald.Hij had de daadkracht en de veelzijdigheid van veel laat-negentiende-eeuwers - autodidacten vaak, met een onverzadigbare leergierigheid en een gietijzeren geloof in de vervolmaakbaarheid der gevestigde orde.Aan die orde zelf zou hij nooit tornen.Al ver vóór het begrip was gemunt, betoonde hij zich een hartstochtelijk voorstander van de 'ethische richting' in de koloniale politiek, dat wil zeggen van een vrij ondernemerschap dat zich in de grootst mogelijke harmonie met de inlandse bevolking moest kunnen ontwikkelen. Holle's 'ethiek' stond, als bij al zijn Hollandse geestverwanten, altijd in functie van een gezond huishoudboekje. Dat doet verder natuurlijk niets af aan de indrukwekkende hoeveelheid goede en vaderlijke werken die hij verrichtte - zomin trouwens als al die goede werken ons blind hoeven te maken voor het feit dat hij in voorkomende gevallen (bijvoorbeeld in z'n opstelling tegenover al te fanatieke moslims) op z'n blanke, koloniale ponteneur stond.Z'n idealisme kon een hoge vlucht nemen. Maar het bleef altijd in de buurt van de aarde.Van den Berge is in zijn portret niet zuinig met lof. Voor een deel legt hij die als het ware in de mond van derden: van Nederlandse, en vooral ook Soendanese bewonderaars. Maar hij doet weinig moeite de lichtelijk hagiografische trekjes die zijn tekst soms binnensluipen, enigszins te relativeren: Holle is zijn held, daar duldt hij nauwelijks tegenspraak over, en daar biedt de gedetailleerde conduitestaat die hij heeft samengesteld, ook geen reden voor. Aan de argwaan van Rudolf Kerkhoven is hij niet toegekomen.Maar het mysterie van de man blijft in de opsomming van al zijn verdiensten onopgelost. Wat precies dreef hem? Was zijn 'versoendanezing' een kwestie van wijs beleid, was het de vanzelfsprekende assimilatie van de Europeaan die zich, eenzaam en wel, in een vreemd klimaat en een vreemde cultuur moest zien staande te houden, was het een vorm van zelfverloochening?En hoe moeten we in dat verband de innige vriendschap duiden met Moehamad Moesa, die ook nog zijn zwager werd, ofschoon over de Soendanese mevrouw Holle verder nergens met een woord wordt gerept? Is er sprake geweest van een al dan niet 'latente' homoseksuele relatie, of was Moesa's zuster gewoon een njai zoals er in het oude Indië zoveel van zijn geweest?Misschien heeft Van den Berge - van huis uit meer een cultuurhistoricus dan een biograaf - zich bewust willen beperken tot al het groots dat Holle als planter, landbouwkundige, politicus, ecoloog en poëziekenner heeft verricht. Maar het blijft een beetje raar dat hij de vragen die resteren, niet eens heeft gesteld.Tom van den Berge: Karel Frederik Holle - Theeplanter in Indië, 1829-1896.Bert Bakker, 307 pagina's; * 39,90.ISBN 90 351 1969 X.