Deze twee bundels laten zien hoe poëzie en fotografie elkaar kunnen aanvullen
©

Deze twee bundels laten zien hoe poëzie en fotografie elkaar kunnen aanvullen

In woord en beeld gaan dood en liefde samen, blijkt uit twee recente uitgaven. Fotograaf Jef Paepen liet zich inspireren door de poëzie van Baudelaire, dichter Elly de Waard door de foto's van Gabriele Viertel.

Verdampt parfum, in het glas achtergebleven, kan door het flesje waar het in zat en 'dat zich veel herinnert', als een herrezen ziel springlevend tevoorschijn glippen. Zo schreef Charles Baudelaire dat in Les Fleurs du Mal (1857), en met een zekere wellust vergeleek de dichter zich met zo'n flesje, vies, kleverig, stoffig en infaam - maar wel de bewaarder van de schoonheid.

De avondschemer was zijn verbeide moment, wanneer lamplicht werd geranseld door de wind, kwade duivels uit hun schuilplaatsen kropen en 'de Prostitutie' haar vuur ontstak.

Le goût de l'éternel

Jef Paepen

***

Poëzie/fotografie

Met gedichten van Charles Baudelaire.

Voetnoot; 100 pagina's; euro 25.

Als parelmoer

Elly de Waard en Gabriele Viertel

****

Poëzie/fotografie

99 Editions; 32 pagina's (met fotoprint); euro 99.

Breng dat maar eens in beeld. De Belgische fotograaf Jef Paepen (1955) heeft dat gedaan, door in Le goût de l' éternel naast de (Franse) gedichten van Baudelaire zijn foto's te zetten, met een mengeling van analoge en digitale opnamen die een gruizige zwart-witsfeer scheppen. De naakte vrouwen en grijnzende schedels kunnen het goed met elkaar vinden, zodat de danse macabre hier soms uitpakt als een pas de deux - sierlijk, zoals hoort, maar zonder de zwaarmoedigheid die er óók bij had gehoord.

Van een schedeltje schrikken we niet meer, en als er een levend tongetje uit die schedel piept, wordt het in plaats van sinister bijna grappig.

Andersom kunnen foto's ook tot poëzie leiden. Met de zestien intrigerende, gestileerde kleurenfoto's van Gabriele Viertel (1969) als inspiratie, schreef Elly de Waard (1940) de bundel Als parelmoer. Viertels vrouw met gestifte lippen en geloken ogen voor een spiegelwand, beschrijft ze als een geurende verschijning die aan een fles is ontsnapt: 'Haar nabijheid die uit het lippenrood// opsteeg, aan de gouden rand van het/ kopje verkleefd - als de geest uit de fles -// plotseling was zij daar, luchtig als wind/ en warrelig van licht, in geuren van// huid en etherische oliën, als een/ duizeling zo vluchtig, alles trilde// van verrukking, als papavers, als rietjes/ in één snelle verdwarreling, als// één groot trillingsding - het levende/ zul je nooit werkelijk kennen en de dood// ontschiet je.'

Een spiegeling die kortstondig het water doortrekt en weer oplost. Een moment, vluchtig maar essentieel. Het gedicht laat zien dat De Waard behalve door de foto ook door de taal van Gorter en Gezelle is aangestoken. De dood komt in deze tekst onverwachter uit de hoek dan op de prenten van Paepen, waar hij een attribuut is. Bij beiden gaan liefde en dood samen.

Schoonheid mag eeuwig zijn, zij die haar beleven en bezingen zijn eindig, en daarom zal ze altijd ook pijn doen.