Deze ingenieuze verhalen zijn grootse literatuur
©

Deze ingenieuze verhalen zijn grootse literatuur

Boek (fictie) - Anna in kaart gebracht

Scherpte, weemoed, ingehouden humor: dit is grootse literatuur. De verhalen zijn ingenieus verknoopt; wat op zichzelf lijkt te staan, krijgt alsnog een echo.

In het derde verhaal van Anna in kaart gebracht, de net verschenen verhalenbundel van de jonge Tsjechische auteur Marek Šindelka (1984), komt een tamelijk cynische schrijver aan het woord die 'niet van verhalen houdt'. Na een lange nacht zit hij met een vrouw bij een Praagse banketbakker te ontbijten. Aan deze Anna vraagt hij of ze iets over zichzelf wil vertellen.

Marek Šindelka

Anna in kaart gebracht

Uit het Tsjechisch vertaald door Edgar de Bruin

Das Mag; 224 pagina's; euro 19,95

Fictie

Haar antwoord ('Er valt niet veel te vertellen') doet hem in woede ontsteken, want 'het is precies andersom, Anna, het is te veel! Het is veel te veel! Kijk me aan, je bent net YouTube, je zit vol andermans spullen en herinneringen, je bent een reservoir van tijd, stom kind, je bent de lont en de explosie, je bent Duizend-en-een-nacht tot de tweede macht'.

Deze geweldige, nog vele pagina's doorgaande tirade is aan Anna niet besteed. Ze valt in slaap en de schrijver probeert haar te wekken met de belofte: 'Op een dag ga ik een boek over je mondhoeken schrijven, over het minuscule rimpeltje dat juist tussen je wenkbrauwen opschoot.' Dat boek houdt de lezer in zijn handen, maar pas in het achtste verhaal komt Šindelka zijn belofte na en brengt hij Anna's lichaam in kaart, van haar botten tot haar lage bloeddruk.

Het bijzondere aan dat verhaal, tevens het titelverhaal, is dat de verteller de geschiedenis van Anna's moeizame gang naar volwassenheid niet aan de lezer vertelt, maar aan Anna zelf. Hij spreekt haar voortdurend in de jij-vorm aan, als was hij de spiegel waarin zij zichzelf beziet. Het is een intrigerende literaire truc, waarmee de schrijver handig inspeelt op de nieuwsgierigheid van de lezer.

Šindelka, van wie eerder alleen een deeltje in de Moldaviet-reeks van uitgeverij Voetnoot verscheen (Polaroid, 2012), lijkt vooral geïnteresseerd te zijn in datgene wat door generaties onbedoeld wordt doorgegeven. Het verhaal dat hij voor Anna verzint, is dan ook vanaf het begin een verhaal van strijd en machteloosheid: 'Zonder er maar enig benul van te hebben ben je midden in een loopgravenoorlog beland die je moeder met haar eigen moeder voerde. Die werd met het allerergste wapen aller tijden uitgevochten: kinderen.'

De tien verhalen zijn zo ingenieus met elkaar verknoopt dat je nauwelijks van een verhalenbundel kunt spreken. Met hetzelfde gemak zijn het de hoofdstukken van een roman. Wat eerst op zichzelf lijkt te staan, krijgt later alsnog een echo. Anna's trillende mondhoeken komen in bijna elk verhaal terug, zelfs wanneer er van Anna even geen sprake is.

Šindelka's scherpe en ingehouden humoristische wijze van formuleren maakt het lezen én het herlezen van dit boek tot een groot genoegen, je blijft maar streepjes in de kantlijn zetten. Zo zie je Anna's pubervriendinnen direct voor je wanneer hij schrijft: 'Ze doen steeds maar dingen waarvan ze denken dat het zo moet, en ze voelen zich daar behoorlijk rot bij.'

Naast alle scherpte is er ook de weemoed. Deze doet zijn intrede in het grandioze verhaal 'De estafette', waarin een naamloze moeder tijdens een treinrit moet toezien hoe haar man in de ban raakt van een flirterige jonge vrouw: 'Als ze die avond de afwas zou opruimen, zou ze ontdekken dat in een van de glazen in de buffetkast - dat ene glas helemaal achterin dat ze nooit gebruikten - een barst zat.'

Een mindere schrijver zou de barst tijdens de afwas laten ontstaan, of bij het inruimen in de kast, maar Šindelka kiest juist voor het glas dat nooit wordt gebruikt. Details als deze maken Anna in kaart gebracht tot grootse literatuur. Graag meer van Marek Šindelka.

Volg en lees meer over:

Reacties (0)

U hebt javascript nodig om een reactie achter te laten.
Plaats een reactie Nog 600 tekens
Uw waardering