De leukste kinderboeken voor de feestdagen

Aanraders voor jongeren

Isabel Hoving laat een grimmig beeld opborrelen van de wereld waar we over een kleine honderd jaar zullen zijn. Fantasierijk, overtuigend en verrassend tot het eind. Het ultieme decemberboek voor jongeren.

Opvrolijkvogeltje

Ingrid en Dieter Schubert blijven maar prachtige prentenboeken maken en het is nauwelijks nodig om hun werk aan te bevelen. Maar dit boek, dat ze met dichter Edward van de Vendel maakten, is wel iets heel bijzonders. Misschien omdat ze eindelijk het geheim van hun optimisme en energie vertellen: het opvrolijkvogeltje, dat overal ter wereld ongelukkige dieren en mensen van hun zorgen verlost. Dat doet het domweg door als een raket langs te scheren. Maar wie zorgt er, als het dof en grijs is geworden, voor het vogeltje?

Edward van de Vendel en Ingrid en Dieter Schubert
Lemniscaat; 32 pagina's; euro 13,95. Vanaf 5 jaar

In het jaar 2098 is het grootste deel van Europa overstroomd en zijn de meeste Nederlanders gevlucht naar immigratiedorpjes in Duitsland. De nieuwe wereldtaal is een mengelmoesje van Engels, Braziliaans en Chinees en de superrijken wonen in goed beveiligde, malafide Alpenstaatjes waar ze winterfeesten houden met Tiroler hoempapamuziek en nepsneeuw.

Het leven vindt voor een groot deel plaats in de cloud, waar de onherstelbaar beschadigde wereld is nagemaakt. Je communiceert en betaalt via een 'tik' onder je huid, een 'gast' kan ongewenste herinneringen uit je geest vreten en als je in een gesprek met vrienden reclame maakt, dan hoor je een piepje en wordt er geld op je rekening gezet.

Normale mensen bestaan eigenlijk niet meer; er worden bijna geen kinderen meer geboren, men vervangt naar believen lichaamsdelen en verbergt het aangepaste lichaam achter een jonge, holografische versie. Zelfs stukken landschap kunnen worden herontworpen. Je ontwaakt in een andere omgeving dan waar je bent gaan slapen, omdat iemand heeft zitten 'modden'.

Garage Gust

Een handig varkentje verbetert in zijn werkplaats de vreemde vervoermiddelen van zijn klanten. Een te kleine scooter wordt uitgebreid met een bankstel, de verkouden giraffe krijgt een extra lange verwarming voor haar nek, de pinguïn een koelkastwagen en de walrus een rijdende badkuip.

Illustrator en schrijver Leo Timmers heeft behalve een hallucinerend gedetailleerde schilderstijl een geestige pen. Al zijn boeken zijn een feest om samen te bekijken en te lezen.

Leo Timmers
Querido; 40 pagina's; euro 14,99.
Vanaf 4 jaar

In de krankzinnige wereld van De een na laatste dood van het meisje Capone moet de 16-jarige Ewa zichzelf zien te handhaven. Wat er van haar over is tenminste, want een schimmige donororganisatie heeft onder meer haar angst getransplanteerd - daar is in de verwende Alpenstaatjes veel vraag naar - en de rest van het meisje tewerkgesteld als opruimer bij een organisatie die Europese kunstschatten en met uitsterven bedreigde diersoorten verzamelt. En dat is nog maar het begin van 518 avontuurlijke bladzijden.

Over de vierde jongerenroman van Isabel Hoving (1955) valt onmogelijk iets te zeggen zonder een wat uitgebreidere samenvatting. Toch doet het opsommen van de bonte verzinsels het boek geen recht. Er zijn zoveel auteurs die een barokke dystopie uit hun duim zuigen. Het is de kunst om ermee te overtuigen, zoals Hoving dat doet.

Jij bent mijn vriend

Bil en Wil zijn terug en dat betekent: Rindert Kromhout (Meester Max en de minimonsters, Erge Ellie en nare Nellie) op zijn best. Bil en Wil zijn de Ernie en Bert van het voorleesboek. Ze hebben geestige, licht filosofische gesprekken over de wereld om hen heen en geven het begrip vriendschap een gouden randje. Jan Jutte maakt er minstens even eigenwijze illustraties bij. Het is tien jaar geleden dat de laatste bundel verhalen van Bil en Wil verscheen. Met Jij bent mijn vriend zijn ze klaar voor een nieuwe generatie fans.

Rindert Kromhout en Jan Jutte
Leopold; 74 pagina's;
euro 14,99;
Vanaf 8 jaar

En daarmee heeft de Leidse letterkundige eindelijk pas echt laten zien wat ze in haar mars heeft. Fantasie had ze altijd al in overvloed, maar overtuigingskracht is precies wat haar debuut De gevleugelde kat (2002, Gouden Zoen) en het tweedelige Het boek van vuur (2009/2010) nog tekortkwam. Knap bedacht, maar daar bleef het bij.

In haar vierde boek gebeurt iets magisch, misschien juist doordát ze zich heeft overgegeven aan de haar kenmerkende overdaad. De orgastische mix van thema's - interculturaliteit, globalisering, gender, klimaat - gist gevaarlijk en er borrelt een grimmig sciencefictionvisioen uit op, over hoe wij met een beetje pech zullen zijn over een kleine honderd jaar: verdwaald tussen virtueel en echt, leven en dood. En hoe er ook in die wereld alles overwinnende levenslust zal zijn. Zelfs als er nog maar heel weinig over is van wie je oorspronkelijk was.

Koken voor de keizer

Fris verteld sprookjesdebuut met een originele twist, dat knipoogt naar klassiekers als De koning van Katoren en De-verhalen-van-duizend-en-één-nacht. In Minelotte regeert een nieuwe keizer, die niets lust. De ene na de andere kok krijgt de opdracht voor hem te koken. Als hij het niet lekker vindt, volgt verbanning naar een verlaten eilandje. Het 11-jarige kokskind Mick, dat samen met wat andere kinderen ouderloos door het land zwerft, gaat het ook proberen. Zijn smakelijke recepten staan uiteraard in het boek.

Marloes Morshuis
Lemniscaat; 215 pagina's; euro14,95.
Vanaf 10 jaar

De rijkdom van deze roman dwingt bewondering af. Verrassend tot het eind, een aanhoudend bombardement aan beelden, een intrigerende vervlechting met de wereld van games, geestige literaire verwijzingen, een stortvloed aan gadgets van de komende eeuw. En bijna niets wordt uitgelegd, alsof de lezer dán leeft en er al mee vertrouwd is.

Maar wat dit boek vooral sterk maakt, is de eenheid die ze erin heeft weten te brengen met ritme en taal. Ze weet iets te suggereren van een lingua franca van de toekomst, een tikje vloeibaar, virtueel, opgefokt. En dan plotseling toch ook angstaanjagend echt. Alleen al het woord 'tik', waarvan je je pas na een paar hoofdstukken gruwelend realiseert: o ja, iets levends dat onder je huid kruipt en daar blijft zitten.

Haaieneiland

In de historische kinderboeken van Rob Ruggenberg gaan mensen dood. Zonder tanden door scheurbuik en opgegeten door menseneters dit keer. Want die heb je op het Polynesische koraaleiland Takapoto, waar in de 18de eeuw vijf matrozen stiekem achterblijven na een schipbreuk. Ruggenberg gaat verder dan zijn collega's. Letterlijk: hij doet onderzoek in archieven en verblijft enige tijd op Takapoto. Mede daardoor is hij de eerste historische kinderboekenschrijver sinds Thea Beckman over wie wordt gepraat.

Rob Ruggenberg
Querido, 269 pagina's, euro15,99
Tussen 10 en 14

Sciencefiction was ooit een serieus genre waar grote schrijvers zich aan waagden. Nu is het enorm populair onder jongvolwassenen en wordt roofbouw gepleegd op het genre door lopendebandauteurs die na hun debuut jaar in jaar uit meer van hetzelfde schrijven. Hoving gaat het gevecht aan met die pulp, gaat erin ten onder en laat het daarna weer opstijgen tot iets betekenisvols. De een na laatste dood van het meisje Capone is een indringend filosofisch verhaal en een van de beste jongerenromans sinds tijden. Het ultieme decemberboek.

Genre: fictie
Auteur: Isabel Hoving
Titel: De een na laatste dood van het meisje Capone
Querido; 518 pagina's; euro17,50.