De biografie van Herman de Coninck verveelt geen moment
©

De biografie van Herman de Coninck verveelt geen moment

Boek (non-fictie) - Toen met een lijst van nu errond - Herman de Coninck

De biografie van de man die zijn landgenoten poëzie leerde lezen, Herman de Coninck, verveelt geen moment.

Een scherpere selectie van citaten en feiten had het boek nog beter gemaakt.

Drieënzeventig zou hij zijn geweest, een oudere dichter, waarschijnlijk nog altijd zo slungelig en jongensachtig als toen. Hij werd maar 53. Journalist was hij, literair criticus en bedenker en hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift, het mooiste tijdschrift in Vlaanderen. Maar toch bovenal dichter. Hij stierf twintig jaar geleden in Lissabon, de stad der dichters, waar hij met andere dichters een literair symposium bezocht. Hij liep op straat toen zijn hart er ineens mee ophield. Hij zeeg ineen in de armen van Anna Enquist.

Non-fictie
Thomas Eyskens
Toen met een lijst van nu errond - Herman de Coninck - Biografie
De Arbeiderspers; 596 pagina's; 34,99 euro

Vlaanderen verloor met Herman de Coninck zijn meest gelezen dichter en de spil van het literaire leven. Schrijfster Kristien Hemmerechts verloor haar man. Zij schreef een mooi boek met herinneringen aan haar geliefde, over hun leven en over zijn poëzie, Taal zonder mij. En nu is er de biografie, door Thomas Eyskens, Toen met een lijst van nu errond - de titel is ontleend aan een dichtregel van De Coninck over een ingelijste foto van zijn ouders.

Hij groeide op in een vroom katholiek gezin, met één zusje. Zijn ouders hadden een boekhandel en daar zat kleine Herman altijd te lezen. De boeken die volgens de katholieke censuur 'voor rijpere lezers' waren, zoals het werk van Jan Wolkers en Jan Cremer, verkochten ze niet. Hij las al jong poëzie en schreef voor de schoolkrant en later voor studentenblaadjes.

Aangrijpend zijn de gedichten die hij over Ans dood schreef

In Mechelen woonde De Coninck met zijn eerste vrouw, An Somers. Zij overleed in 1972 bij een auto-ongeluk; ook Herman en zoontje Tomas werden uit de auto geslingerd. Aangrijpend zijn de gedichten die hij over Ans dood schreef en waarmee hij, cynisch genoeg, beroemd werd. Zo rauw over een net verongelukte dode schrijven, dat deden er niet veel: 'Ik zie je nog altijd liggen, je vingers/ smal en paars als asperges/ deze hele bleke stille vorm van jezelf-zijn die je altijd al wel had/ een streepje gestold bloed uit je mond.'

Vanaf zijn debuut De lenige liefde (1969) werden zijn gedichten veel gelezen; de eenvoudige, verstaanbare, emotionele maar nooit banale poëzie sprak veel mensen aan. Je zou hem met Rutger Kopland kunnen vergelijken.

De Coninck was de man die zijn landgenoten poëzie leerde lezen. Hij zette zich dag en nacht in voor de literatuur, maar de grote erkenning bleef uit. De Staatsprijs voor Literatuur kreeg hij nooit, wat hem volgens zijn biograaf wel stak.

Eyskens zocht het allemaal goed uit, en gaat uitvoerig in op het verband tussen de poëzie, het journalistieke werk, zijn literaire leven en privéleven. Hij vindt zelfs feiten die De Coninck zelf niet precies kende en die zijn moeder angstvallig verzweeg: dat zijn vader twee keer wegens pedofilie in de gevangenis heeft gezeten.

Eyskens beschrijft zijn onderwerp als een man die 's nachts leefde en schreef, die veel rookte en dronk, die alle tijd leek te hebben en steevast vlak voor de deadline in paniek raakte. Een aimabele man, een trouwe vriend. Toch heb je het portret dat Hemmerechts negentien jaar geleden schreef nodig om een compleet en persoonlijker beeld te krijgen van De Coninck, met al zijn tegenstrijdigheden: verlegen en tegelijk loslippig, sociaal maar in wezen een eenling, een vrijdenker maar ook soms conservatief. Een liefhebbende vader en echtgenoot die eigenlijk niet goed raad wist met het gezinsleven.

In de aanbiedingstekst van dit boek worden 'interviews' met Kristien Hemmerechts beloofd, maar zij werkte niet aan de biografie mee. Wel wordt zij geciteerd uit bestaande interviews, net als Laura, zijn dochter. Zoon Tomas wordt geciteerd uit een e-mail. Dat de drie belangrijkste nabestaanden amper meewerkten, doet afbreuk aan de biografie.

Uit het materiaal dat Eyskens wel had, veel brieven, citeert hij soms al te gretig. Zo lezen sommige hoofstukken als een eindeloze ketting van citaten en krijgen zaken die goed gedocumenteerd zijn, zoals reizen en literaire bijeenkomsten, of het contact met uitgevers, onevenredig veel aandacht. Vervelen doet deze biografie niet; dit leven was boeiend genoeg. Bij een scherpere selectie was ze nog beter geweest.