'Natuurlijk hield hij ervan zo'n visje in zijn mond te laten glijden omdat het een bijna pervers contrast vormde met zijn eigen haperende, trage bewegingen.'
'Natuurlijk hield hij ervan zo'n visje in zijn mond te laten glijden omdat het een bijna pervers contrast vormde met zijn eigen haperende, trage bewegingen.' © Io Cooman en Eva Roefs

Als iemand in staat is pijn zo te verwoorden dat je er nog jaloers op zou worden, dan Marie Kessels

Boekenweek

Arjan Peters was een van de weinige luisteraars bij Kessels' voordracht, maar mooi dat-ie het vond.

Woensdag 11 april was een ochtend als vele andere bij uitgeverij De Bezige Bij in de Van Miereveldstraat te Amsterdam. Vertrouwde bedrijvigheid: bellende medewerkers, lezende redacteuren en toekijkende meesterwerken in de kasten. Buiten maakte een vuilniswagen enig misbaar.

Dat Marie Kessels (1954) in de directiekamer haar nieuwe roman Veldheer Banner integraal zat voor te lezen, ontging iedereen - en ik kan het weten, want een flink tijdje was ik de enige toehoorder. De schrijfster, die nooit interviews geeft en nooit op een feestje is aangetroffen, was ter gelegenheid van Wereld Parkinsondag naar de uitgeverij gereisd.