Als eerste uit de kast
© Hollandse Hoogte
Homo politicus
Coos Huijsen

Homo politicus

Non-fictie

Als eerste uit de kast

Nog niet zo heel lang geleden was het onvoorstelbaar dat een parlementariër openlijk uitkwam voor zijn homoseksualiteit. Coos Huijsen was de eerste. Wereldwijd.

Homoseksuele politici, ze waren en zijn er legio. Boris Dittrich, Peter Rehwinkel, Jan Kees de Jager, Gerda Verburg, Vera Bergkamp. Niks bijzonders, zou je denken.

Toch wel. In Homo politicus laat Coos Huijsen zien dat het nog niet zo heel lang geleden onvoorstelbaar was dat iemand zich in Den Haag als homoseksueel kenbaar maakte. Huijsen deed het als eerste, veertig jaar geleden. Volgens de Amerikaanse politicoloog Andrew Reynolds, die er onderzoek naar deed, was hij zelfs de eerste parlementariër ter wereld die 'uit de kast' kwam.

Mannelijke erotiek

Huijsen is bekend als de historicus die een aantal boeken over de relatie tussen Nederland en de Oranjes schreef. Maar hij was in de jaren zeventig ook twee keer, zij het kort, lid van de Tweede Kamer voor de CHU (later opgegaan in het CDA). Bovenal is hij, blijkt uit dit persoonlijke boek, met zijn echtgenoot Lank Bos al decennia een drijvende kracht achter de homo-emancipatie in Nederland.

Huijsen is geboren in Oude Tonge, een geïsoleerde omgeving op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Zijn ouders scheiden - ongebruikelijk vroeg, zeker toen - als hij 2 jaar is. Huijsen groeit op bij zijn moeder en grootouders. Hij voelt zich van meet af aan een 'buitenstaander', wat wordt versterkt doordat hij al heel jong 'enige gevoeligheid voor mannelijke erotiek' bij zichzelf bespeurt. Hij herinnert zich nog scherp een reeks kleine gebeurtenissen: de 'erotische sensatie' als hij in de oorlog bij een Duitse militair op de knie zit, de billen 'zo mooi strak' in het uniform van een Canadees, het motorrijden achterop bij Henk, 'mijn armen om zijn middel geslagen en mijn hoofd tegen zijn rug gevlijd'.

Isolement

Op de wat tobberige kleine Coos is de regel uit Ciske de Rat van toepassing: 'Ik voel me zo verdomd alleen'. Dat gevoel verdwijnt niet als hij op zijn 16de met een jongen naar bed gaat. Met deze 'Peter' gaat hij later samenwonen, voor de buitenwereld om de kosten van de huur te delen.

Huijsen wil niet openlijk homoseksueel zijn en geeft met veel context aan hoe hij het maatschappelijk klimaat in de jaren vijftig en zestig beleeft: gezapig, benauwend en moralistisch. Hij blijft in zijn isolement, ondanks emancipatie-iconen als Benno Premsela en Gerard Reve. Publiekelijk homo-zijn is niet fijn, sterker, homo is een scheldwoord dat vele varianten kent, van bruinwerker via poepstamper tot balletnicht, en in het onderwijs, waarin Huijsen inmiddels werkzaam is, vindt hij het daarom raadzamer onder de radar te blijven.

Zelfs tijdens zijn eerste periode als Kamerlid, in de tweede helft van 1972, blijft hij zijn homoseksualiteit in het openbaar glashard ontkennen. Huijsen kiest voor de CHU, wat de lezer na het voorafgaande verrast: waarom een christelijke partij en geen liberale of sociaal-democratische? Maar voor Huijsen is het een logisch antwoord op zijn behoefte aan zingeving. Bovendien is de jongerentak van de CHU, de CHJO, van alle confessionele clubs op dat moment 'het meest liberale en trendy gezelschap'.

Coming out

In 1973 is het eindelijk zover. De coming out valt nagenoeg samen met de ontmoeting met zijn toekomstige partner Lank. Het is een openbaring 'vrij' te zijn. Als hij in 1976 voor de tweede keer in de Kamer komt - Huijsen staat jarenlang reserve - is hij 'homo politicus'. Hij neemt zitting als eenmansfractie, omdat hij het onjuist vindt dat de CHU het kabinet-Den Uyl niet steunt. In juni 1977 is het alweer afgelopen.

In de jaren nadien is Huijsen rector van het Gerrit van der Veen College in Amsterdam-Zuid en een onvermoeibare motor achter de verbetering van de positie van homoseksuelen. Zo is hij meer een man van de praktische politiek via maatschappelijke organisaties (Schorerstichting, Het Blauwe Fonds) dan van de grote politiek in Den Haag.

Het boek besluit met de vaststelling dat er de laatste jaren een terugslag in acceptatie is door 'demografische verschuivingen'. Huijsen moet een keer een taxi in vluchten voor Marokkaanse jongens die hem hebben zien zoenen op de tramhalte. Alertheid blijft ook in 2016 geboden.

Arie Boomsma presenteert 23 maart een avond rond Homo politicus in de Rode Hoed in Amsterdam. rodehoed.nl