Grenswachten staan bij de Berlijnse muur in 1989.
Grenswachten staan bij de Berlijnse muur in 1989. © EPA

'Oost-Duitse grenswachten praten niet'

Dagboek

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

West-Berlijn, 10 november 1989

Ik sta achter de ramen bij café Adler, het laatste café van het Westen, bij Checkpoint Charlie. You are now leaving the American Sector, en ook dat betekent niets meer, het is alsof alles razendsnel afbladdert.

In een langzame stroom komen de Trabi's over de grens. Iemand deelt geld uit aan de mensen in de auto's, een ander bloemen. De mensen in de auto's huilen of kijken verbijsterd, alsof het niet waar is dat ze daar rijden, dat die anderen naar ze zwaaien en roepen.

De Oostduitse grenswachten staan aan de overkant van de straat, een paar meter van hun collega's uit het Westen. Ze spreken niet met elkaar, houden zich overeind in de woelende menigte. Ik kijk naar hun gezichten, en al evenmin als gisteren in het duister kan ik er iets op lezen. Dan ga ik zelf naar de overkant, sluit me aan in de rij.

Daar is alles nog hetzelfde: visum, vijf mark, geld wisselen tegen de wanhoopskoers van één op één, terwijl de werkelijke koers nu één op tien is. Het gaat snel, binnen een kwartier ben ik er doorheen, maar de rij aan de andere kant staat tot oneindig ver om de hoek in de Friedrichstrasse.

Ik loop naar de straat waar de uitgeverij die twee van mijn boeken heeft uitgegeven, Volk und Welt, gevestigd is. Het is er stil, maar de deur is open.

Ik tref een van de lectoren, en word verrast met Berlijnse humor: 'Wat aardig van u om te komen nu iedereen hier juist de andere kant opgaat!'

Uit Cees Nooteboom: Berlijn.
De Bezige Bij, 2014.