We zijn bang voor Samuels weerloosheid
© Marijn Scheeres

We zijn bang voor Samuels weerloosheid

Willem Vissers schrijft wekelijks over het leven van zijn gehandicapte zoon Samuel

De vrijheid van Samuel is ook zijn valkuil. Hij is vrolijk omdat hij kan wandelen, maar hij mag niet vallen.

Samuel wil best een knuffel op zijn aanlokkelijke wangen, maar het moet niet te gek worden. Hij is geen jongen van de langdurige omhelzing. Bernique herinnert zich maar één keer dat Samuel echt tegen haar wilde aankruipen op de bank, omdat hij troost zocht. Dat was na een valpartij tegen de muur, thuis.

Boem. Zomaar, weerloos gevallen. Daar lag hij, terwijl zijn moeder in de keuken was. En als hij op de grond ligt, krijg je hem bijna niet overeind.