Collegezaal van de Universiteit Tilburg.
Collegezaal van de Universiteit Tilburg. © ANP

Vooral minder studenten met laagopgeleide ouders sinds leenstelsel

In het jaar dat de basisbeurs plaatsmaakte voor een lening daalde de instroom van studenten met laagopgeleide ouders. Dit blijkt uit cijfers van het ministerie van Onderwijs. Ook het totaal aantal inschrijvingen bij hogescholen en universiteiten nam af.

De cijfers komen voor het ministerie van Onderwijs op een ongelukkig moment. Vorige week benadrukte de Onderwijsinspectie in het jaarlijkse onderwijsverslag ook al dat kinderen van laagopgeleide ouders minder kansen hebben in het Nederlandse onderwijssysteem.

Maandagavond kwam het ministerie zelf met ander slecht nieuws naar buiten. In de Monitor Beleidsmaatregelen 2015 concludeert onderzoeksbureau ResearchNed dat het aantal studenten dat zich in 2015 inschreef voor een opleiding in het hoger onderwijs met 6,8 procent is gedaald ten opzichte van het jaar daarvoor.

Vooral opvallend is de afname van het aandeel studenten met laagopgeleide ouders. Dat daalde het afgelopen jaar bij zowel hogescholen als universiteiten met circa 15 procent. Ook het aandeel studenten met een functiebeperking nam af - met grofweg 20 procent in het hbo en zeker 5 procent in het wetenschappelijk onderwijs.

'Bangmakerij'

Door het leenstelsel is de toegankelijkheid van het hoger onderwijs onder druk komen staan. De minister moet nu ingrijpen

Stefan Wirken van de Landelijke Studenten Vakbond

Groningen lonkt voor Britse en Ierse studenten

Mede door het leenstelsel daalt in Groningen het aantal Nederlandse eerstejaars. De RUG zoekt die steeds vaker over de grens. 'Ik wilde graag naar de VS, maar dat is onbetaalbaar.' (+)

Die daling van studentenaantallen valt samen met de afschaffing van de basisbeurs. Sinds dit collegejaar ontvangen studenten geen bijdrage meer van de staat. In plaats daarvan kunnen ze een lening krijgen - door voorstanders eufemistisch 'studievoorschot' genoemd. Na hun afstuderen moeten ze die, mits hun inkomen dat toelaat, in maximaal 35 jaar afbetalen.

Al voor de invoering van het leenstelsel vreesden onder meer CDA en SP dat een studieschuld van duizenden euro's vooral kinderen van ouders met lage inkomens zou afschrikken. Minister Jet Bussemaker van Onderwijs deed die kritiek op haar blog af als 'bangmakerij'.

Nu slaan de critici terug. 'De minister mag wel haar excuses aanbieden aan de jongeren', zegt Tweede Kamerlid Jasper van Dijk (SP). 'Alle verhalen over verheffing zijn op drijfzand gebouwd.'

'De forse terugloop in het hbo slaat onevenwichtig hard neer bij kwetsbare groepen', zegt Tweede Kamerlid Michel Rog (CDA). 'Het CDA heeft steeds gewaarschuwd. De minister deed het af als spookverhalen en bangmakerij. Ook nu weer put de minister zich uit in argumenten en uitvluchten bij de feiten. Het zou passender zijn als de minister zou erkennen dat 8.400 jongeren door haar beleid niet zijn gaan studeren.'

Ook studentenorganisaties uiten hun zorgen. 'Uit de monitor blijkt dat het leenstelsel de kwetsbare groepen studenten extra raakt', zegt voorzitter Linde de Nie van het Interstedelijk Studenten Overleg. 'We waren hier al bang voor, en die vrees zien we bevestigd.'

'Door het leenstelsel is de toegankelijkheid van het hoger onderwijs onder druk komen staan', zegt Stefan Wirken van de Landelijke Studenten Vakbond. 'De minister moet nu ingrijpen.'

Bussemaker blijft er nuchter onder. 'Ik constateer dat het leenstelsel geen grote gevolgen heeft gehad voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs', zegt ze. 'Deze uitkomsten sluiten aan bij onze verwachtingen.'

Volgens de minister is de afname van de instroom - óók die van studenten met laagopgeleide ouders - vooral te verklaren door een 'boeggolf': de groep studenten die na hun middelbare school geen tussenjaar namen maar zich in 2014 direct inschreef bij een opleiding, zodat ze nog een basisbeurs kon krijgen. Zij tellen dus niet mee voor 2015.

Ook wijst Bussemaker erop dat bij enkele opleidingen de toegangseisen bewust zijn verscherpt, bijvoorbeeld bij de Pabo's. Ook dat zou hebben geleid tot een afname van het aantal studenten.

Bussemaker blijft de groep studenten met laagopgeleide ouders de komende jaren volgen. 'Zij zijn het kwetsbaarst', zegt ze. 'Mocht het nodig zijn, dan zijn er door de invoering van het studievoorschot middelen beschikbaar om de toegankelijkheid voor die groep studenten te vergroten.'