VO-raad: meer roostervrije uren voor leraren
© ANP

VO-raad: meer roostervrije uren voor leraren

Meer ruimte voor docent om lessen beter te ontwikkelen

Docenten op middelbare scholen moeten honderd uur per jaar worden vrijgeroosterd om betere lessen te ontwikkelen. Zo vermindert de werkdruk in het onderwijs en wordt het vak van leraar interessanter. Dit stelt de VO-raad in een actieplan voor het voortgezet onderwijs, dat donderdag wordt gepresenteerd.

Met het voorstel reageert de sectororganisatie, waarbij 334 schoolbesturen zijn aangesloten, op een veelgehoorde en steeds luidere klacht van docenten en vakbonden. Die vinden al veel langer dat leerkrachten te veel les moeten geven en te weinig tijd hebben om het onderwijs te verbeteren. Uit cijfers van rijkelandenclub OESO blijkt dat de Nederlandse docent inderdaad veel voor de klas staat: gemiddeld 750 uur per jaar, meer dan honderd uur boven het OESO-gemiddelde.

Daar wil de VO-raad iets aan doen. De sectororganisatie, die veel invloed heeft bij het ministerie van Onderwijs en in het onderwijsveld, stelt voor docenten jaarlijks honderd klokuren - geen lesuren - vrij te roosteren om te investeren in beter onderwijs. Dat kost 300 miljoen euro per jaar - geld waarmee extra leerkrachten moeten worden aangesteld.

Vrijheid

Het is goed dat de VO-raad beseft dat docenten tijd nodig hebben om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren

Voorzitter Joost Kentson van de Onderwijscoöperatie

Voorzitter Paul Rosenmöller wil deze 'ontwikkeltijd' voor docenten niet vastleggen in de wet of in een cao. 'Dan haal je de flexibiliteit uit het systeem', zegt hij. 'De ene docent wil misschien helemaal geen lesuren inleveren, een ander heeft twee keer zo veel ontwikkeltijd nodig. Dat moet kunnen. Scholen en lerarenteams moeten de vrijheid hebben om zelf te bepalen hoe ze het geld inzetten en de resultaten zichtbaar maken.'

'Ik vind het een verrassende en positieve ontwikkeling', zegt voorzitter Joost Kentson van de Onderwijscoöperatie, een lerarenorganisatie waarin verschillende vakbonden met elkaar samenwerken. 'Het is goed dat de VO-raad beseft dat docenten tijd nodig hebben om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Dit is een prima stap.'

Meer ruimte om na te denken

Het heeft even geduurd, maar de sectororganisatie voor schoolbesturen, de VO-raad, wil leraren meer ruimte geven om na te denken over het onderwijs. Lees hier het interview met Paul Rosenmöller, voorzitter VO-raad.

'Een belangrijk signaal', zegt Tweede Kamerlid Paul van Meenen (D66), die al jaren aandacht vraagt voor het tijdgebrek van docenten. 'Eindelijk erkent de VO-raad dat het onderwijs op dit vlak met een probleem kampt. Maar tegelijkertijd vind ik de oplossing wat mager. Honderd uur per jaar staat gelijk aan twee uur per week. Dat is te weinig. Ik vind dat er vijf van de vijfentwintig lesuren per week af moeten. Laten we geen halve maatregelen nemen.'

Ook het ministerie van Onderwijs erkent dat leraren voldoende tijd moeten krijgen om lessen voor te bereiden en zich bij te laten scholen. Daarvoor heeft dit kabinet ook geld beschikbaar gesteld, aldus een woordvoerder. 'Met de scholen in het voortgezet onderwijs is afgesproken dat een deel van dit bedrag wordt gebruikt voor de professionalisering van leerkrachten.'

Niet voldoende praktijkervaring

Een deel van de scholen heeft de daad bij het woord gevoegd

Woordvoerder van het ministerie van Onderwijs

Het is echter de vraag of dat geld op de juiste plek terecht is gekomen. Zo spraken bonden en werkgevers af dat leraren minstens vijftig uur per jaar zouden krijgen voor bijscholingen en om lessen voor te bereiden. 'Een deel van de scholen heeft de daad bij het woord gevoegd', zegt de woordvoerder. 'We zien echter dat ook nog veel geld op de plank is blijven liggen.'

In het actieplan van de VO-raad staan ook andere maatregelen die het beroep van leraar aantrekkelijker moeten maken. Zo moet de lerarenopleiding op de schop, omdat docenten daar niet voldoende praktijkervaring opdoen. Dit zou een van de oorzaken zijn van de grote uitval: een kwart van de nieuwe leerkrachten verlaat binnen twee jaar het onderwijs. De sectororganisatie zou daarom graag zien dat docenten in opleiding net als artsen een soort co-schappen lopen, waardoor ze geleidelijker kennismaken met de praktijk.