Scholieren buigen zich over hun eindexamen. Uiteindelijk komt één op de vijf vmbo'ers terecht op het hbo.
Scholieren buigen zich over hun eindexamen. Uiteindelijk komt één op de vijf vmbo'ers terecht op het hbo. © ANP

Vmbo'er uit onbemiddeld gezin kiest minder snel voor hbo

Inkomen van ouders maakt wederom verschil bij studiekeuze

Vmbo'ers uit rijke gezinnen maken vaker de overstap naar het hbo dan leerlingen uit arme gezinnen. In totaal komt een op de vijf vmbo'ers binnen vijf jaar na het eindexamen terecht in het hoger beroepsonderwijs.

Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag publiceert. Het is voor het eerst dat het CBS het studiesucces van vmbo'ers vergelijkt met het inkomen van het gezin waarin ze opgroeien.

De instantie volgde alle 91 duizend vmbo'ers die in 2011 hun diploma haalden, maar keek voor het inkomenseffect alleen naar de leerlingen die de gemengde of theoretische leerweg (vmb-g/t) volgden, omdat zij het vaakst op het hbo terecht komen.

Wie opgroeit met weinig geld, gaat anders om met financiële risico's

Paul Jungbluth, Universiteit Maastricht

De uitkomst: 40 procent van de vmbo-g/t-leerlingen uit een gezin met een hoog inkomen studeert verder aan het hbo. Onder de scholieren met een laag inkomen ligt dat percentage op 32 procent.

'Het inkomen van de ouders doet ertoe, dat blijkt weer eens', zegt Paul Jungbluth van de Universiteit Maastricht. Volgens de onderwijssocioloog spelen de kosten van een vervolgopleiding een rol. 'Wie opgroeit met weinig geld, gaat anders om met financiële risico's.'

Het CBS-onderzoek belandt op een groeiende stapel rapporten die erop wijzen dat het Nederlandse onderwijssysteem niet zo meritocratisch is als gedacht. Leerlingen met een ongunstige sociaal-economische positie komen gemiddeld minder goed terecht als even getalenteerde scholieren met hoogopgeleide, goed verdienende ouders. De ongelijkheid speelt van basisschool tot universiteit en lijkt te groeien.

Tekst gaat door onder de grafiek.

De onderwijsinspectie concludeerde dit voorjaar dat kinderen van rijke ouders op de basisschool gemiddeld een hoger schooladvies krijgen dan kinderen van ouders met een lager inkomen. Het opleidingsniveau van de ouders speelt een vergelijkbare rol.

In dit specifieke onderzoek speelt mogelijk de invoering van het leenstelsel een rol. Het meetjaar 2015/2016 was ook het eerste jaar dat studenten hun maandelijkse basisbeurs voor het eerst niet meer kregen, maar moesten lenen.

'Het kan zijn dat we hier een schokeffect zien', zegt onderwijskundige Louise Elffers van de Hogeschool van Amsterdam, die onderzoek doet naar mbo'ers in het hbo. 'Je merkt dat er onder studenten enorme spookbeelden bestaan over torenhoge leningen. Ik kan me voorstellen dat het idee van een schuld erg afschrikt als je uit een arm gezin komt.'

Je merkt dat er onder studenten enorme spookbeelden bestaan over torenhoge leningen

Louise Elffers, Hogeschool van Amsterdam

Cijfers van het ministerie van onderwijs wezen eerder dit jaar in dezelfde richting: de instroom van studenten met laagopgeleide ouders is gedaald in het jaar dat het leenstelsel werd ingevoerd. Volgens minister Bussemaker is dat een tijdelijk effect: het gevolg van de groep studenten die in 2014 na hun eindexamen geen tussenjaar namen maar direct doorstudeerden om op de valreep nog een basisbeurs te krijgen.

Elffers: 'Het is afwachten of deze groep studenten uiteindelijk de investering van doorstuderen weer aandurft.'