Een jarige leraar deelt uit.
Een jarige leraar deelt uit. © Marcel van den Bergh

Universitair geschoolde wil niet meer voor de klas, hoe kan het tij worden gekeerd?

In het vwo dreigt een tekort aan docenten met een universitair diploma, die hun enthousiasme voor de wetenschap aan de volgende generatie kunnen doorgeven. Vier voorstellen om het tij te keren.

Op middelbare scholen moeten meer leraren komen met een universitair diploma, stelt de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW) in een donderdag verschenen publicatie. Docenten met een academische achtergrond zijn nodig om vwo-scholieren klaar te stomen voor de universiteit, stelt de KNAW.

Jarenlang steeg hun aantal spectaculair, maar sinds vijf jaar is die toename gestokt. Studeerden in 2012 nog een recordaantal van duizend leraren af aan de universiteit, nu ziet de overheid een dalende lijn die - volgens een eigen prognose - tegen 2020 blijft steken op achthonderd.

Zeker nu veel oudere docenten - bijna allemaal universitair geschoold - op de drempel van hun pensioen staan, dreigt een tekort. 'Als we niets doen, zal hun aandeel snel nog verder dalen', voorspelt Wim van Saarloos, vicevoorzitter van de KNAW. Hoe het tij te keren? Vier suggesties.

1. Verkort de studieduur

Met name voor bètastudenten vormt een extra studiejaar een obstakel, merkt de KNAW. 'Ze hebben er al een vijfjarige opleiding op zitten en moeten dan nog een educatieve master volgen', legt Van Saarloos uit. 'Dan is de keuze snel gemaakt.' De KNAW stelt voor het studietraject te versoepelen, zodat bètastudenten met leraarsambities sneller aan de slag kunnen. 'Ze zouden tijdens hun studie een bekwaamheidscertificaat kunnen halen en de lerarenopleiding voltooien als ze al voor de klas staan.'

Zo'n flexibilisering is nuttig bij omscholing, denkt Martin Jacobs, coördinator van de lerarenopleiding aan de TU Delft. 'Wij hebben veel studenten die bijvoorbeeld technische natuurkunde hebben gedaan en wiskundeleraar willen worden. Voor een bevoegdheid moeten zij dan extra vakken volgen. Het zou aantrekkelijk zijn als ze dan al voor de klas kunnen staan.'

2. Laat starters makkelijker wisselen

Behalve aantrekken is ook het behouden van universitair geschoolden aan het onderwijs een uitdaging. Na een jaar staat nog maar 78 procent van de afgestudeerde docenten voor de klas. Eén slechte ervaring jaagt een deel van deze starters weg, zegt de KNAW, terwijl ze misschien wel goed zouden gedijen op een andere school.

Van Saarloos noemt als voorbeeld uitzendbureau Randstad, dat beginnende leraren een meerjarig contract aanbiedt waarbij ze eenvoudig kunnen wisselen van werkplek. 'Zo kunnen ze een school vinden die bij ze past.'

Scholenkoepel VO-raad ziet het starterstraject voor leraren liever 'niet in handen van een intermediair'. Jacobs sluit zich daarbij aan. 'Steeds meer scholen zijn aangesloten bij opleidingsscholen. Startende docenten kunnen naadloos overstappen naar een andere school die bij het verbond is aangesloten. Dat vind ik een prettiger alternatief.'

3. Verbeter imago leraar

Wij roepen onze topwetenschappers op aan hun studenten uit te dragen dat doceren een eervol beroep is

Wim van Saarloos, vicevoorzitter KNAW

Het leraarschap heeft een imagoprobleem op de universiteit, zegt de KNAW, zeker in bètakringen. 'Onderwijs geniet er vaak de status van derderangs carrièrerichting', aldus Van Saarloos. Het wetenschapsinstituut, waarbij zo'n 250 actieve hoogleraren zijn aangesloten, ziet een rol weggelegd voor zichzelf. 'Wij roepen onze topwetenschappers op aan hun studenten uit te dragen dat doceren een eervol beroep is.'

Aan de salarissen ligt het niet, denkt de KNAW: een lerarenloon kan oplopen tot ruim 5.000 euro per maand. Jacobs van de lerarenopleiding van de TU Delft zet zijn vraagtekens bij die opvatting. 'Ik vermoed dat voor veel technische studenten het wel een geldkwestie is. Qua startsalaris zal het weinig schelen, maar in het bedrijfsleven zijn de doorgroeimogelijkheden voor een ingenieur aanzienlijk groter.'

4. Betrek docent bij academische wereld

Vooral bètastudenten verkiezen een onderzoekscarrière of goedbetaalde baan in het bedrijfsleven boven het leraarsvak. 'We stellen daarom voor dat bètadocenten meer betrokken kunnen blijven bij de academische wereld', zegt Van Saarloos. 'Ze kunnen bijvoorbeeld meewerken aan laboratoriumonderzoek of hun kennis bijspijkeren op zomerscholen.'

Een goed idee, vindt Jacobs. 'Ik heb zelf vier collega's die lesgeven in het voortgezet onderwijs en daarnaast hier in Delft een promotieonderzoek doen.'

Ook de VO-raad denkt dat variatie het leraarsvak aantrekkelijker maakt, al hoeft die niet zozeer academisch te zijn. 'Er bestaan ook andere aantrekkelijke ontwikkelpaden, zoals innovatie binnen de school.'