Kinderen buigen zich over een basiswoordenlijst.
Kinderen buigen zich over een basiswoordenlijst. © ANP

Stoornis ontwikkeling taal slecht herkend

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) worden vaak niet of te laat gesignaleerd. De stoornis komt relatief vaak voor en heeft grote gevolgen voor de rest van hun leven. Toch denken artsen soms onterecht dat de ernstige spraak- en taalproblemen bij deze kinderen vanzelf overgaan.

Mitchells moeder vertelt

Een op de twintig kinderen heeft een taalontwikkelingsstoornis. Die wordt vaak niet of veel te laat gesignaleerd. Mitchell is zo'n kind. Zijn moeder vertelt.

Dat stellen hoogleraar orthopedagogiek Harry Knoors (Radboud Universiteit) en hoogleraar logopediewetenschap Ellen Gerrits (Universiteit Utrecht).
 
Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben grote moeite om zich uit te drukken, terwijl ze meestal wel een normale intelligentie hebben. Bij baby's met TOS komt het praten traag op gang. Later vallen kinderen op doordat ze woorden verhaspelen, vreemd uitspreken, kromme zinnen maken of langzaam praten. Vaak begrijpen ze wel wat anderen zeggen, maar verwerken ze informatie trager.
 
Onder specialisten is TOS al jaren bekend, maar niet bij het grote publiek. Mogelijk komt dit ook doordat pas anderhalf jaar een eenduidige naam wordt gehanteerd.
 
'Nogal wat artsen bij consultatiebureaus denken dat dit vanzelf goedkomt', zegt Knoors. 'Ze stellen ouders gerust. Daardoor wordt het vaak pas ontdekt als kinderen allang op school zitten. Dan zijn ze zeven, acht en lopen ze helemaal vast.'
 
Na het achtste jaar wordt het steeds moeilijker er nog iets aan te doen. 'Dan zijn er kostbare jaren verloren', zegt onderzoeker Noëlle Uilenburg van behandelinstituut NSDSK. 'Je kunt de stoornis niet  wegnemen, maar als je er vroeg bij bent kun je hem wel beperken.'
 
Uit verschillende onderzoeken volgt dat zo'n 5 procent van de kinderen een taalontwikkelingsstoornis heeft, zegt Knoors, verbonden aan behandelinstituut Kentalis. 'En dit is nog een conservatieve schatting.' Daarmee zou TOS ongeveer even vaak voorkomen als adhd, en vaker dan autisme. Toch wordt nu maar eenvijfde van de kinderen opgespoord, schat hij.
 
'Een taalstoornis is even beschadigend voor een kind als adhd', zegt hoogleraar Gerrits. 'Kinderen raken gefrustreerd, of worden faalangstig en trekken zich terug.' Vaak ontwikkelen ze gedragsproblemen.
 
Ook kunnen ze gesprekken met leeftijdgenootjes niet bijhouden. ' Als ze iets willen zeggen, dan is het gesprek al weer drie afslagen verder', vertelt Knoors. ' Als dat vaak genoeg mis gaat, beginnen ze er niet meer aan.' Volgens jeugdarts Margot van Denderen, gespecialiseerd in TOS, worden deze kinderen geregeld gepest en hebben ze later moeite met het vinden van werk.
 
De helft van de consultatiebureaus werkt met een verouderde screeningsmethode, zegt Knoors. Inmiddels is er een betere 'test', maar die is niet verplicht.
 
'Het klopt dat de signalering verbeterd kan worden', erkent het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid dat richtlijnen ontwikkelt voor consultatiebureaus. 'Het is belangrijk dat dit gebeurt, maar het kost tijd. Meer dan de helft van de bureaus is er mee bezig of heeft hem ingevoerd. Maar de kennis hierover is nog niet zo lang algemeen bekend.'
 
Toch zijn het juist ouders en huisartsen die vaak afwachten, zegt Lucy Smit van de vereniging van jeugdartsen. ' Met twee jaar moeten kinderen zinnetjes van twee woorden kunnen produceren, zoals: papa, kijk. Of: mama, eten. Dat is een harde grens. Maar sommige ouders vinden het lastig te zien dat minder dan dit niet voldoende is. Ook huisartsen en de omgeving zijn vaak vergoelijkend.' Probleem hiermee is wel dat ze soms gelijk hebben, zegt ze: niet elke taalachterstand betekent TOS.
 
Is TOS nu wéér iets nieuws in het rijtje adhd, autisme, pdd-nos? 'Tja, dat zeggen mensen die tegen labelen zijn', zegt Gerrits. Wij horen heel vaak: had ik maar geweten dat mijn kind TOS had. Vage omschrijvingen helpen echt niet bij het vinden van de juiste zorg.'