Ongekend experiment op vmbo in Rijswijk: bewegen voor én tijdens de les

Een vmbo in Rijswijk denkt het antwoord gevonden te hebben

Een vmbo in Rijswijk doet een ongekend experiment met bewegen voor én tijdens de les om te onderzoeken of dat nu echt tot betere schoolprestaties leidt.

'Zagen alle lessen er maar zo uit', glundert Laila Gambo (13) wippend op een skippybal tijdens de rekenles. 'Want ik haat stilzitten.' Laila oefent de tafel van twaalf, in willekeurige volgorde, met een klasgenoot. Haar grote bos kroeshaar danst ritmisch op en neer: 24, 96, 48, 60, 108. 'Sneller, sneller', roept de leerkracht tegen de leerlingen die ballen overgooien, evenwichtsoefeningen doen of pedalen rondtrappen - terwijl ze hardop sommen maken.

Dit is duidelijk geen gewone vmbo-school. Het Stanislascollege in Rijswijk doet een ongekend experiment met bewegingslessen en een dagelijkse dosis extra sport op school, in de hoop de academische prestaties van de leerlingen op te krikken. Het project wordt geëvalueerd door wetenschappers van het VU medisch centrum in Amsterdam. 'Als we hier duidelijke effecten kunnen aantonen, kan dat gigantische gevolgen krijgen', verwacht bewegingswetenschapper en epidemioloog Amika Singh.

Slimme sporters

In 2012 was Singh eventjes wereldnieuws. Ze veegde de onderzoeksresultaten van veertien internationale studies samen en liet zien dat kinderen die meer bewegen het beter doen op school. Kinderen van 6 tot 18 die veel ravotten, naar school fietsen of sporten scoren gemiddeld (iets) beter op school dan leeftijdsgenootjes die liever op de bank hangen. Meteen hing het ministerie van Onderwijs aan de lijn, tientallen scholen en individuele docenten. Ze wilden allemaal hetzelfde weten: wat nu?

Singh wist het niet. 'We konden nog niet zeggen hoe het verband precies in elkaar steekt. Laat staan dat we scholen konden adviseren hoe vaak en hoe intensief kinderen moeten bewegen om beter te gaan presteren en welke soort beweging dan effectief is en op welk moment.' Om antwoord te geven op de vraag 'Wat nu?' begon Singh in 2014 met een subsidie van NWO het onderzoeksprogramma Smart Moves!. Het project omvat een batterij studies naar de lange- én kortetermijneffecten van allerlei extra bewegingsactiviteiten op leerprestaties. Ook de effecten van de formule op het Stanislas worden wetenschappelijk onderzocht.

Een gedurfde omwenteling

We hebben heel veel onderwijsvernieuwingen met lange tanden doorgevoerd. Maar van deze formule had iedereen meteen het gevoel dat het klopte

Trees de Vos, teamleider eerste- en tweedeklassen

Als een zwerm bromvliegen krioelen achttien tweedeklassers met zwarte helmen en felgele hesjes op hun mountainbikes over het schoolplein richting het Elzenburgerbos. Fietsfanaat en docent Nederlands, Han van der Weck, gaat met ze mee. Ondertussen oefent groep 7 verwurgingstechnieken in de dojo. Mike en Thom grijpen elkaar verbeten vast. 'Maak gebruik van zijn kracht Thom!', roept techniekdocent en judoka (zwarte band, derde dan) Richard Camijn. 'En nu over hem heen. Niet bang zijn. Hij is alleen maar groter dan jij. Mike, grijp zijn arm. Ja! Matte.' Verder zijn er tweedeklassers aan het spinnen, dansen, voetballen en aan het boksen in de nabijgelegen sportschool.

Elke schooldag doen ze op het Stanislas één uur aan sport, voordat de gewone lessen beginnen. Daarnaast krijgen ze drie uur per week bewegend leren waarbij lesstof wordt ingeprent met behulp van fysieke activiteiten.

Al met al leveren gewone schoolvakken als wiskunde, taal en aardrijkskunde per lesuur 5 minuten in. Een gedurfde omwenteling, organisatorisch een gigantische kluif. Toch stonden vrijwel alle leerkrachten er meteen in 2014 achter. 'We hebben heel veel onderwijsvernieuwingen met lange tanden doorgevoerd. Maar van deze formule had iedereen meteen het gevoel dat het klopte', vertelt Trees de Vos, teamleider van de eerste- en tweedeklassen.

Bang dat de schoolprestaties zouden kelderen door het snijden in de klassieke lesuren was het Stanislascollege niet. Al in 1952 toonde de Franse onderzoeker Hervet aan dat extra sport onder lestijd in ieder geval geen negatieve effecten heeft op schoolcijfers. Ook niet als er een kwart (!) minder lestijd overblijft, zoals in het inmiddels klassieke Franse onderzoek. Hervet noteerde als positieve effecten van extra sport dat de kinderen gedisciplineerder waren en minder verzuimden.

Sindsdien zijn er wereldwijd tientallen onderzoeken verschenen waaruit telkens blijkt dat de schoolprestaties niet dalen als er gesneden wordt in de lestijd ten gunste van meer sport. Sterker nog: soms vinden onderzoekers positieve aanwijzingen dat de concentratie en het leervermogen vooruitgaan door fysieke activiteit. Maar de effecten zijn klein. En de onderzoeken meten vaak kortetermijneffecten. Of het effect beklijft - en tot hogere rapportcijfers leidt, is nog niet overtuigend bewezen. Het ligt dus iets genuanceerder dan wat beweeggoeroes als de DWDD-professor Erik Scherder over het voetlicht brengen.

Wetenschappelijk onderzoek

Daar komt bij dat veel studies kwalitatief onder de maat zijn omdat de (juiste) controlegroep ontbreekt. Veel studies wijzen bijvoorbeeld uit dat lesstof stampen beter gaat in combinatie met fysieke activiteit. Dat blijkt uit experimenten waarbij kinderen die elke dag vijf minuten extra bewegend rekenen worden vergeleken met kinderen die geen extra beweeg/rekenles krijgen. Logisch dat de kinderen met extra rekenles het beter doen. Singh doet dat anders. Ze vergelijkt een groep kinderen die jongleren tijdens het rekenen met kinderen die dezelfde extra rekenlessen krijgen zonder erbij te jongleren.

Het is nog de vraag of het Stanislas-experiment keihard wetenschappelijk bewijs oplevert. 'We kunnen natuurlijk kijken of de leerlingen 'nieuwe stijl' over twee jaar met hogere cijfers de school verlaten dan hun voorgangers. Maar het is de vraag hoe goed die twee groepen met elkaar te vergelijken zijn. De eerste groep ging naar het Stanislas toen het nog een 'gewone vmbo-school' was. De tweede groep leerlingen koos welbewust voor een 'beweeg-vmbo'. Onze school is nu iets minder populair bij kinderen uit achterstandswijken', weet De Vos.

Het VUmc gaat de Cito-voortgangsscores op het Stanislas afzetten tegen die van een vergelijkbare school in Amersfoort. 'Helaas hebben beide scholen deze toetsen niet op hetzelfde moment afgenomen', vertelt Singh. Ook dat doet afbreuk aan de kracht van de bevindingen.

Ambitieus

We hebben twee keer zoveel leerlingen en de helft minder vechtpartijen

Trees de Vos, teamleider eerste- en tweedeklassen

Het mag de pret op het Stanislas niet drukken, want ze worden al volop beloond voor hun onderwijsrevolutie. Het aantal aanmeldingen steeg het eerste jaar van 80 naar 145 leerlingen en dat resultaat lijkt blijvend. Sportieve leerkrachten geven nu ook les in hun hobby, waar dat verantwoord en toegestaan is: bujutsi, mountainbiken, spinning. De sfeer op school is veranderd, vindt De Vos. Ze wijst op de levensgrote foto's van sportende kinderen die de saaie bakstenen muren opvrolijken. 'Zie je dat?', zegt ze trots. 'Geen geklieder, graffiti of scheurtje te zien. En ze hangen er toch al twee jaar. Dat was vroeger ondenkbaar geweest.'

Ook nieuw: het schoolplein staat opeens vol met fietsen. 'Ze moeten tussentijds naar zwemles of de sportschool. Dat is een stimulans om met de fiets te komen in plaats van de bus die vroeger favoriet was.' De sfeer op school is ook verbeterd, vinden de leerkrachten. 'We hebben twee keer zoveel leerlingen en de helft minder vechtpartijen.' De teamleider glimt, maar geeft toe: dat het allemaal dankzij de extra sportlessen is, valt niet te bewijzen. Misschien is het wel het vernieuwde elan van het lerarenkorps? Of het feit dat leerlingen niet sporten met klasgenoten, maar met niet-klasgenoten waardoor iedereen elkaar kent?

Het enige minpunt is dat een groep van ongeveer 15 van de 145 tweedeklassers de lol in het sporten kwijt is geraakt en zich aan het eerste lesuur probeert te onttrekken. 'De puberteit', vermoedt De Vos. 'Misschien ook frustratie. Het zijn de kinderen die niet zo goed zijn in sport - en die voor hun gevoel geen vooruitgang boeken.'

'Beweeg-scholen'

Wat wel spijkerhard meetbaar is, is dat het Stanislas superfitte leerlingen heeft

Een 'beweeg-school' worden zoals het Stanislas is voor de meeste scholen te ambitieus. Zeker zolang het wetenschappelijk bewijs ontbreekt. Daarom doet Smart Moves! vooral onderzoek naar de effecten van kortdurende fysieke activiteit in de klas van 10 tot 20 minuten. 'Meer is voor de meeste docenten niet haalbaar', weet Singh. 'Het onderwijs heeft al zoveel op zijn bordje.' Een recente studie van Singh en haar collega's wees uit dat het concentratievermogen van leerlingen van 10 tot 13 jaar erop vooruitgaat als ze in de klas tussendoor mogen bewegen. Zestig leerlingen werden verdeeld in drie groepen. Twintig moesten de hele ochtend stilzitten in de klas. Een groep mocht één keer twintig minuten matig intensief bewegen. Het laatste groepje mocht dat twee keer twintig minuten doen. Dat groepje scoorde na afloop beter op concentratie-testen dan hun minder actieve klasgenoten.

Waarom fysiek actieve leerlingen met betere rapporten thuis zouden komen dan notoire bankhangers is niet helemaal duidelijk. Er zijn verschillende hypothesen. Fysieke inspanning vergroot de toevoer van bloed en zuurstof naar de hersenen, waardoor het brein beter gaat functioneren. Tijdens sportieve activiteit komt het eiwit BDNF (Brain Derived Neurotrophic Factor) vrij, een soort pokon voor het brein dat de aanmaak van nieuwe hersencellen bevordert. Een beetje training stimuleert het lichaam bovendien om feelgoodstofjes aan te maken zoals endorfinen. En als je je beter gaat voelen, kun je mentaal beter presteren. Het is allemaal zeer aannemelijk, benadrukt Singh. 'Maar niet bewezen.'

Wat wel spijkerhard meetbaar is, is dat het Stanislas superfitte leerlingen heeft. 'Zeker weten', zegt Jordan Blouw (13). 'Ik merk het op de hockeyclub. Ik kan langer en sneller rennen dan vroeger.' 'Ik ben ook minder snel buiten adem dan vroeger', zegt Laila Gambo, 'dat merk ik op dansles.' De leerlingen worden elke negen weken getest op uithoudingsvermogen, behendigheid, coördinatie en lenigheid. 'En ze gaan er allemaal op vooruit', aldus De Vos.

'Ze worden er sowieso beter van', beaamt wetenschapper Singh. 'Zoveel kinderen bewegen te weinig. We hebben in vijf Europese landen, waaronder Nederland, kinderen van 10 tot 12 uitgerust met een geavanceerde beweegmeter. Van de meisjes haalt 5 procent de norm voor gezond bewegen, dat wil zeggen dagelijks een uur matig intensief bewegen. Van de jongens haalt 17 procent die norm.'

'Je moet kinderen stimuleren meer te bewegen omdat het gezond is en wie weet krikt het ook de schoolprestaties op', aldus Singh. 'Kinderen die meer bewegen zijn fitter, gezonder en zitten beter in hun vel. Het is alleen de vraag of het de school is die de kinderen van de bank af moet krijgen.' Maar die vraag is niet aan de wetenschap, benadrukt Singh. 'Dat is politiek.'

Wat voor activiteiten worden er op scholen georganiseerd?

'Digigym'

Zeven basisscholen in Rivierenland organiseren 'bewegingstussendoortjes'. Tussen de lessen door verschijnt een fysieke activiteit op het digibord waar de kinderen aan mee kunnen doen. Daarna gaan ze door met de les.

'The daily mile'

In het Vlaamse Geel experimenteert basisschool Kompas met een loopkwartiertje. 'One mile a day' heet het uit Schotland overgewaaide project waarbij kinderen elke dag één mijl of 1,6 kilometer lopen. De leerkracht mag zelf kiezen wanneer het loopkwartiertje valt. Als die bijvoorbeeld merkt dat de kinderen wat onrustig worden, kunnen ze met z'n allen gaan lopen.

Naschoolse sportactiviteiten

Gemeenten als Groningen, Heerenveen en Delft stimuleren scholen om de leerlingen extra te laten bewegen. Het kan gaan om subsidie voor een extra gymles door een vakleerkracht in de week of om naschoolse sportactiviteiten waar lokale roei-, zwem- of volleybalclubs hun bijdrage aan leveren. Idealiter sluiten die extra activiteiten aan op de schooldag.