Philadelphia: het ene wilde project na het andere

Het eerste dat hotelier Holke Wierema opviel toen hij in 2004 in dienst trad bij Philadelphia Zorg, was de voorliefde van de managers van de gehandicaptenzorginstelling voor ‘panden met een grootse uitstraling’.

Wierema was op zoek geweest naar een baan waar het niet alleen draaide om plat geld verdienen. Hij dacht dit te vinden bij het protestants-christelijke Philadelphia, dat in die periode druk doende was de vleugels uit te slaan op de veranderende zorgmarkt.De zorgmoloch, met een hoofdkantoor in Nunspeet, verzorgde van oudsher de huisvesting en zorg voor verstandelijk gehandicapten in kleine instellingen en (woon)huizen. Maar dat was vanaf 2003 niet meer voldoende. De directie van Philadelphia, waarin de CDA-coryfeeën Frits Brink (voormalig burgemeester van Veenendaal en NCRV-directeur) en Theo Kralt (oud-buitenlandsecretaris van de partij) het voor het zeggen hadden, besloot dat groei de enige weg voor de zorginstelling was.Werk
Niet langer was het huisvesten en verzorgen van de gehandicapten het voornaamste doel; Philadelphia moest ook werk bieden, recreatie, thuiszorg en bewustwording – niet alleen aan gehandicapten maar ook aan bijvoorbeeld bejaarden. Vermogende vegetarische ouderen werden aangewezen als een veelbelovende doelgroep en groeimarkt voor het concern.In Rotterdam moest een hotel komen waar licht verstandelijk gehandicapten het horecavak zouden leren. Niet zomaar een hotel, maar een Grand Hotel – met vier sterren, op een bijzondere locatie. De keus viel op het statige Scheepvaartkwartier, waar de toenmalige regiomanager Groot-Rijnmond twee mooie panden op het oog had. En de regiomanager kon bij Philadelphia een potje breken, zegt Wierema. ‘Zij was getrouwd met de zoon van een dominee die aan de basis had gestaan van de vorming van Philadelphia, en er jarenlang de dienst had geleid.’Wierema zou twee weken na zijn aanstelling als manager het hotel openen, maar direct bij zijn binnenkomst werd hem duidelijk dat dat niet ging lukken. De projectontwikkelaar was nog volop bezig met de verbouwing, en in de gehele organisatie van Philadelphia wist niemand hoe het Grand Hotel er precies voor stond.Achteraf
Bouwtekeningen waren er niet, zag Wierema. Die werden achteraf gemaakt, om te voorkomen dat ze steeds moesten worden aangepast. De afdeling vastgoedbeheer van Philadelphia, die zich bekommerde om de honderden zorghuizen van het concern in Nederland, wilde niets weten van het hotel. De afdeling was tegen de aankoop van wat een van de vele speeltjes van de raad van bestuur werd genoemd, en verzette geen stap.Budgetten waren er niet en de contracten waren onduidelijk. ‘Theo Kralt, in de raad van bestuur verantwoordelijk voor vastgoed, had zijn handtekening gezet onder een huurcontract dat rechtstreeks van internet geplukt leek. Er waren enkele regels onder het contract getypt, waarna het was ondertekend,’ aldus Wierema. Het hotel zou turnkeyworden opgeleverd, zo stond in het contract. Maar niemand bij Philadelphia, Theo Kralt incluis, wist precies wat dat inhield – turnkey (het betekent: kant en klaar). Wierema onderhandelde erover met Jan Ultee, de eigenaar en projectontwikkelaar die voor Philadelphia de kapitale Rotterdamse panden ombouwde tot hotel. Maar elke keer dat Wierema dacht er iets uitgesleept te hebben, kwam er de volgende dag een mailtje van Kralt: laat maar zitten.‘Jij zeurt altijd over geld,’ kreeg hij te horen als hij begon over de bijna 1.000 euro huur die per dag aan Ultee werd betaald. Dat kon hij toch onmogelijk terugverdienen met een hotel dat 20 kamers telde? ‘Dat geld, dat komt er wel,’ was daarop steeds het antwoord.Sponsors
Opstekers voor Wierema waren bezoekjes aan potentiële sponsors. Onder meer bij energiebedrijf Eneco had hij succes. Frits Brink, de bestuursvoorzitter van Philadelphia, had hem gezegd dat die wel een paar duizend euro zouden bijdragen. Het werden er veel meer, en Wierema mocht voor de inrichting van het hotel ook putten uit de kunstcollectie van het energiebedrijf – zo vertelde de bestuursvoorzitter van Eneco hem. ‘Later pas viel het muntje. Brink zat in de Raad van Commissarissen van Eneco.’De ineenstorting van Philadelphia – dat op de rand van de afgrond staat als gevolg van desastreuze vastgoedaankopen – kent twee verhaallijnen. Die van de megalomane projecten van de directie, en die van het totaal ontbreken van controle.De instelling leidt aan ‘bestuurlijke obesitas’, schreven twee onderzoekers die in opdracht van het College Sanering Gezondheidszorg de bedrijfsvoering bij Philadelphia tegen het licht hielden.De honger van de directie van Philadelphia naar imposante vastgoedprojecten was onstilbaar, zeggen kenners van de organisatie. Volgens hen was de voorliefde van Theo Kralt voor kastelen en kloosters en oude adellijke geslachten daarbij leidend. Kralt wilde mooie gebouwen, en dus kocht Kralt mooie gebouwen. De plannen daarmee en de bekostiging was van later zorg. Kralt geeft nu geen commentaar. En zo dijde de onroerendgoedportefeuille van Philadelphia uit. Het concern kocht een hotel op Schiermonnikoog, waar gehandicapten vakantie zouden gaan vieren. Ze kwamen nauwelijks, onder meer omdat een all-in vakantie naar Turkije goedkoper was dan een weekje Schier. Ook werden er twee oude kloosters aangeschaft – een in Driebergen en het Stella Maris-complex in Maastricht. De verbouwingen ervan, de horeca, de bewoning: alles was problematisch voor Philadelphia.Zo is volgens betrokkenen tot op de dag van vandaag onduidelijk wat er met de kunstschatten uit het Maastrichtse klooster is gebeurd. Dat valt niet te reconstrueren omdat er nooit een lijst is opgesteld van de in het opgekochte klooster aanwezige kunstwerken.Kroon op het werk had het Kasteel Beverweerd moeten worden. Philadelphia kocht dit 13de-eeuwse kasteel aan de Oude Rijn in zeer vervallen staat in 2005, met als idee rond het slot woningen voor rijke vegetarische bejaarden te bouwen. De opbrengst zou bijdragen aan de renovatie van het kasteel.De wal keerde tenslotte het schip. Nadat de vastgoedafdeling en later de rest van het personeel, de patiënten en ouders zich tegen de directie had gekeerd, waren het uiteindelijk de financiële problemen die de raad van bestuur en de toezichthouders de das omdeden.Holke Wierema kan nog steeds boos worden als hij terug denkt zijn werk bij Philadelphia. ‘Het was allemaal zo vals en onzakelijk. Ik probeerde op een normale wijze het hotel van de grond te krijgen, maar daar had niemand interesse in. Iedereen was alleen maar bezig met zijn eigen koninkrijkje, betaald uit de AWBZ-kas. Weet je wat het is met gereformeerden? Ze bidden voor de vergadering, maar na afloop steken ze je net zo goed een mes in de rug.’