Een reiziger komt aan bij de poortjes in Rotterdam CS.
Een reiziger komt aan bij de poortjes in Rotterdam CS. © ANP

Ov-chipkaartproducent onder vuur om '55 miljoen euro winst op pasjes'

Ov-chipkaartproducent Translink ligt onder vuur over de 55 miljoen euro winst die het bedrijf in vijf jaar tijd heeft gemaakt op de plastic reispasjes. Translink verkoopt elk jaar ruim 3 miljoen ov-chipkaarten voor 7,50 euro per stuk, terwijl de productiekosten slechts 88 cent bedragen, oftewel een rendement van ruim 750 procent, berichtte het AD maandag.

De werkelijkheid ligt iets genuanceerder, laat de monopolist in een reactie weten. Uit de jaarrekeningen blijkt inderdaad dat Translink 55,9 miljoen euro winst heeft gemaakt van 2011 - het jaar dat de strippenkaart verdween - tot en met 2015. Daar staat tegenover dat het in 2001 opgerichte bedrijf de jaren daarvoor vooral rode cijfers schreef: in 2009 bijvoorbeeld een verlies van bijna 20 miljoen euro. Translinks aandeelhouders, tot vorig jaar de NS en de gemeentelijke vervoersbedrijven RET, GVB en HTM, hebben tot en met 2010 een bedrag van 90 miljoen euro voorgeschoten. De ov-chipkaartproducent gebruikt de na 2011 gemaakte winst om de schulden aan de vervoerders af te betalen. Daarvoor denkt Translink nog vier jaar nodig te hebben, aldus directeur Arco Groothedde tegen BNR Nieuwsradio.  

Om de 'aanloopverliezen' terug te betalen heeft Translink in 2014 en 2015 in totaal 26 miljoen euro uitgekeerd aan grootaandeelhouder de NS (68,75 procent) en aan de vervoersbedrijven van de drie grootste steden, GVB, RET (allebei een belang van 12,5 procent) en HTM (6,25 procent). Van rendement was ook voor de vervoerders geen sprake: zij kregen slechts een deel van het geld terug dat zij Translink hebben voorgeschoten. 'Zonder winst en zonder rente. Geen euro!', zegt RET-baas Pedro Peters. Sinds vorig jaar is Translink eigendom van de Coöperatie Openbaar Vervoerbedrijven, waar nu ook vervoerders Connexxion, EBS, Qbuzz, Syntus, Arriva en Veolia deel van uitmaken.

Hoge prijs

De kritiek op Translink spitst zich ook toe op de hoge prijs van de ov-chipkaarten: 7,50 euro

De kritiek op Translink spitst zich ook toe op de hoge prijs van de ov-chipkaarten: 7,50 euro, terwijl het slechts 88 cent kost om ze te fabriceren. Bovendien verloopt de voor het gebruik van de bus, tram en trein verplichte pas elke vier tot vijf jaar, wat de monopolist een gestage inkomstenstroom garandeert. Jaarlijks produceert Translink meer dan 3 miljoen ov-chipkaarten.

Het prijskaartje van het pasje bestaat uit meer dan alleen de materiaal- en bewerkingskosten van het pvc, de chip en de antenne in de kaart, verdedigt Translink zich. Zo verwerken de 166 werknemers van het bedrijf gemiddeld bijna 6,5 miljoen transacties per dag, nog los van de dienstverlening aan de 14 miljoen Nederlanders met een ov-chipkaart.

Geen winstoogmerk

Dat de kaarten slechts vijf jaar meegaan, wijt Translink aan de vergankelijkheid van pvc. Net als bankpassen gaan ov-chipkaarten maar beperkte tijd mee doordat ultraviolette straling het plastic broos maakt, waardoor de kaarten kunnen breken, aldus Translink. Bovendien moet het bedrijf de beveiligingssleutels op de kaarten regelmatig vernieuwen om hacks tegen te gaan.

Staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur) heeft Translink opgeroepen om zo snel mogelijk een plan te presenteren over wat het bedrijf met de winst gaat doen als het eenmaal zijn schulden heeft afgelost aan de vervoerders. Dijksma wil dat de toekomstige winst ten goede komt aan reizigers. 'Dit lijkt me ook logisch: Translink heeft geen winstoogmerk.' Dijksma denkt daarbij onder meer aan goedkopere ov-chipkaarten of aan investeringen in betalen met mobiele telefoons of bankpassen, waar Translink al mee experimenteert.