Jongeren tijdens een avond uit in de Rotterdamse discotheek Club Vie.
Jongeren tijdens een avond uit in de Rotterdamse discotheek Club Vie. © Arie Kievit / de Volkskrant

Opmerkelijke CBS-cijfers: geluksgevoel bij de Nederlandse jeugd kan niet op, wel vaak stress

De vermoeidheid onder jongeren neemt toe

Een overgrote meerderheid (85 procent) van de jonge volwassenen tussen 18-25 jaar in Nederland is tevreden met het leven in het algemeen en hun sociale leven. Dat blijkt uit een onderzoek van het CBS dat deel uitmaakt van de Landelijke Jeugdmonitor 2017 die vandaag wordt gepubliceerd.

Jongvolwassenen met een hoog onderwijsniveau staan iets positiever in het leven dan leeftijdsgenoten met een laag onderwijsniveau. De tevredenheid neemt licht af naarmate ze ouder worden en is het hoogst bij degenen die met een partner samenwonen of thuis bij beide ouders wonen. Slechts 1 op de 25 jongvolwassenen is ontevreden over zijn of haar sociale leven.

Ook met geluksgevoelens kan het niet op: 68 procent gaf in een vorig jaar afgenomen enquête aan zich gelukkig en 17 procent zelfs heel gelukkig te voelen. Daar staat tegenover dat bijna de helft van de jongvolwassenen aankruiste de voorgaande dag moe of heel moe te zijn. Ook gaven ze relatief vaak aan gevoelens van stress en bezorgdheid te hebben.

De prestatiedruk is de afgelopen jaren toegenomen, wat een verklaring kan zijn voor de vermoeidheid onder jongeren. In een eerder CBS-onderzoek over psychosociale arbeidsbelasting bleek al dat werkende jongeren meer het gevoel hebben snel, hard en veel te moeten werken dan drie jaar geleden. Daardoor werden er ook meer burn-out klachten gerapporteerd.

De Landelijke Jeugdmonitor 2017, samengesteld in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, geeft een beeld van de leefsituatie van bijna vijf miljoen jongeren van 0 tot 25 jaar.


1. Urk heeft het hoogste percentage jongeren

Begin dit jaar was 46 procent van de inwoners van de gemeente Urk jonger dan 25 jaar. Staphorst staat op de tweede plek met 38 procent jongeren. Beide gemeenten liggen in de zogenoemde Bijbelgordel, een streek met relatief veel streng gereformeerden die loopt van de Zeeuwse eilanden via de grote rivieren en de Veluwe naar de kop van Overijssel. 'Onder hen vormen grote gezinnen geen uitzondering', meldt de Jeugdmonitor.

Aan de randen van Nederland, met name in Limburg, Zeeland en het noordoosten van het land wonen de minste jongeren. Gulpen-Wittem is hekkensluiter met 21 procent, gevolgd door Valkenburg aan de Geul, Vaals en Kerkrade. Deze Zuid-Limburgse gemeenten kampen met bevolkingskrimp: de jongeren trekken weg, de bevolking vergrijst. Van de vier grote steden heeft Utrecht het hoogste aandeel jongeren (33 procent) en Amsterdam het laagste aandeel (28 procent). In studentensteden wonen de meeste jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar.


2. In Den Haag hebben 6 op 10 jongeren een migratie-achtergrond

Van alle jongeren die begin dit jaar in de hofstad woonden, had liefst 60 procent een migratieachtergrond. Ook Amsterdam scoort hoog: beide steden 58 procent. Dat is flink hoger dan het landelijk gemiddelde (26 procent oftewel in totaal 1,3 miljoen jongeren). Tweederde daarvan heeft een niet-westerse achtergrond - van die groep is 80 procent in Nederland geboren en is daarmee van de tweede generatie. De afgelopen twee jaar was er sprake van een piek bij jongeren van de eerste generatie, door de grote toestroom van vooral Syrische asielzoekers. Begin dit jaar woonden 37 duizend jongeren van Syrische afkomst in Nederland - rond de eeuwwisseling waren dat er nog minder dan 3 duizend. Veel migranten trekken naar de grote stad, maar Utrecht scoort dan weer een opmerkelijk laag percentage jongeren met een migratieachtergrond: 37 procent. CBS-onderzoeker Tanja Traag kan daarvoor niet direct een verklaring geven. Vermoedelijk heeft het te maken met de specifieke bevolkingssamenstelling van Utrecht: relatief veel hoogopgeleiden en studenten.


3. Aantal bijstandskinderen neemt toe

Nederland telde eind 2016 in totaal 230 duizend minderjarige bijstandskinderen. Dat zijn 7 op bijna elke 100 kinderen onder de 18 jaar, en dat zijn er 4 duizend meer dan een jaar eerder. Die toename is volledig toe te rekenen aan de komst van Syrische gezinnen met kinderen. Ruim 6 op de 10 minderjarige bijstandskinderen hebben een niet-westerse achtergrond - tegen 3 op de 10 met een Nederlandse achtergrond.

Sinds 2009 is het aantal kinderen in een bijstandsgezin (merendeels eenoudergezinnen) onafgebroken gestegen, eerst als gevolg van de economische crisis en recentelijk door de vluchtelingencrisis. Rotterdam spande eind vorig jaar de kroon met 17,5 procent, gevolgd door Heerlen. De vier kleinere Waddeneilanden tellen relatief de laagste aantallen bijstandskinderen.

Bij de provincies scoren Groningen en Zuid-Holland hoog. In Zeeland, Gelderland en Utrecht wonen relatief de minste bijstandskinderen.


4. Veel minder jongeren verdacht van misdrijf

Positief nieuws over de jeugdcriminaliteit: in 2016 stonden ruim 60 duizend jongeren geregistreerd als verdachte van een misdrijf. Dat is 2 procent van alle jongeren. Tien jaar geleden ging het nog om 4,5 procent. Vooral bij minderjarige verdachten was sprake van een flinke daling. Ook waren er in vergelijking met 2007 veel minder jongeren slachtoffer van traditionele delicten als diefstal, geweld en vandalisme: 22 tegen 38 procent.

De daling past in een algemene trend van dalende criminaliteitscijfers. Maar bij de jeugd kan ook iets anders een rol spelen, zoals werd geopperd in een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum. 'Het gamen zou jongeren van de straat houden', zegt CBS-onderzoeker Traag. Rotterdam, Den Haag en Den Helder tellen relatief de meeste jeugdige verdachten: 3,4 procent. Ook Zandvoort en Noord-Beveland scoren opvallend hoog. In Tubbergen en Dinkelland (Overijssel) worden daarentegen respectievelijk 0,4 en 0,6 procent van de jongeren verdacht van een misdrijf.


5. Jongeren drinken minder alcohol

Ook positief: in vergelijking met tien jaar geleden is het alcoholgebruik onder tieners gedaald. Het aandeel scholieren (12 tot 17 jaar) dat ooit alcohol heeft gedronken, nam af van 84 procent in 2003 tot 45 procent in 2015, zo blijkt uit het Peilstationsonderzoek. De Gezondheidsenquete toont ook een daling onder 12- tot 25-jarigen, maar die komt vooral voor rekening van minderjarigen: bij jonge tieners van 12 tot 16 jaar is zelfs sprake van een halvering. De alcoholconsumptie onder jongvolwassenen is de afgelopen tien jaar nauwelijks veranderd.

Vooral jongeren met een Nederlandse achtergrond drinken een glaasje. Hoogopgeleide jongvolwassenen drinken het meest - dat zijn vooral studenten. Onder tieners in de steden bevinden zich dan weer minder drinkers dan onder tieners op het platteland. Ook het roken neemt af: in de periode 2014-2016 gaf gemiddeld bijna een kwart van de jongeren aan te roken.