Lucebert aan zijn tekentafel in 1953.
Lucebert aan zijn tekentafel in 1953. © Hollandse Hoogte

Nieuwe biografie onthult een jonge Lucebert die in de ban was van het nazisme

'Alles van waarde is weerloos', luidt de beroemde dichtregel van Lucebert. Zelf viel hij als een blok voor de ideologie van de nazi's, inclusief Jodenhaat. Dat onthult Wim Hazeu in een biografie die donderdag verschijnt.

De jonge Lucebert (pseudoniem van Bertus Swaanswijk, 1924-1994), die zich na de Tweede Wereldoorlog manifesteerde als revolutionaire en zeer geëngageerde dichter en schilder, blijkt tijdens de Duitse bezetting bevlogen te zijn geraakt van de ideologie van de nazi's, inclusief hun antisemitische gedachtengoed. Dat onthult Wim Hazeu in de biografie Lucebert, die donderdag verschijnt.

Hazeu kreeg brieven in handen die de 19-jarige Swaanswijk in 1943 en 1944 schreef aan zijn jeugdvriendin Tiny Koppijn. Hij verstuurde die brieven vanuit het kantoor van een springstoffabriek in Appolensdorf aan de Elbe, waar experimenten werden uitgevoerd voor de Duitse vliegende bom V1. Hij had zich in Amsterdam vrijwillig gemeld voor de Arbeitseinsatz.

Lees hier het hele verhaal over Hazeus onthulling

Wim Hazeu dacht dat zijn biografie van de dichter Lucebert af was. Tot hij diens brieven met 'Heil Hitler' ontdekte. (+)

Uit de brieven blijkt dat Swaanswijk in de greep was geraakt van het nazisme. Hij ondertekende sommige brieven met 'Sieg Heil!' en 'Heil Hitler!'. De jonge Bertus beschouwde Nederland vanuit zijn 'Wahlheimat' als verdorven. 'Eerst wanneer alle Germaansche stammen verenigd zijn zal de Jood geen gelegenheid meer hebben bloed tegen gelijk bloed op te zetten.' Ook in andere brieven toonde hij zich antisemitisch: 'De gehele Joodse leer der erfzonde en boetedoening is één grote groteske. Als vrouw heb jij, en als kunstenaar heb ik, de plicht de geest te verdiepen en ook daarnaast het lichaam te zuiveren.'

Over deze episode in zijn leven heeft Lucebert altijd gezwegen. 'In plaats van zo snel mogelijk schoon schip te maken, door opening van zaken te geven', schrijft Hazeu in zijn biografie, 'belastte hij zich door te zwijgen met een taboe dat hem jaren en jaren zou kwellen. Eenmaal gezwegen, was er geen weg meer terug voor hem.'

Hazeu zegt dat hij geschokt was omdat zijn beeld van de geëngageerde kunstenaar Lucebert door de brieven werd verpulverd. 'Ik wilde dat ze niet zouden hebben bestaan.' Hij kon niet anders dan ze een plaats geven in zijn ruim 900 pagina's tellende biografie.

Luceberts strijdbare en krachtige schilderijen, en gedichten komen vóórt uit de oorlog

Wim Hazeu

'Alles van waarde is weerloos', schreef Lucebert. Hazeu beschouwt de brieven als het bewijs van een jeugd-zonde. 'Pubers lopen gemakkelijk achter het verkeerde vaandel aan. Lucebert had niemand iets slechts aangedaan, niemand ertoe aangezet hem op zijn weg naar Duitsland te volgen, niemand verraden of erger, hij had slechts geloofd in een eendrachtig groot Germaans rijk.'

Hazeu wijst nadrukkelijk op de historische context bij de beoordeling van de brieven. Pas twee jaar na zijn verblijf in Duitsland, in 1946 en 1947, vonden de eerste publicaties en tentoonstellingen van Lucebert plaats. De biograaf vindt niet dat het latere, geëngageerde werk van Lucebert -'ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af en ik val en ik ruis en ik zing' - door de vondst van deze privé-correspondentie met terugwerkende kracht is besmet. 'Het is andersom: zijn strijdbare en krachtige schilderijen, en gedichten komen vóórt uit de oorlog. Lucebert neemt wraak op de oorlog. Wraak op zichzelf.'


Een lange traditie van liegen en zwijgen

Lucebert is niet de eerste schrijver die heeft geprobeerd belastende feiten in zijn leven te verzwijgen. De Duitse schrijver Günter Grass (1927-2015) veroorzaakte in 2006 grote ophef toen hij bekende als dienstplichtig soldaat lid te zijn geweest van de Waffen-SS. Dankzij zijn scherpe kritiek op het Duitse oorlogsverleden, verwoord in boeken als Die Blechtrommel (1959), had Grass tot dan toe als het onbetwiste morele kompas van Duitsland gegolden.

Ook Grass' collega Luise Rinser (1911-2002) schreef kritisch over de nazitijd, onder andere in haar Gefängnistagebuch (1946), waarin zij zichzelf als slachtoffer van Hitler portretteerde. De schok was groot toen haar biograaf na Rinsers dood onthulde dat zij in haar jonge jaren een overtuigd nazi was, die onder anderen een Joodse leraar verried.

In Nederland zijn de onthullingen van kleiner kaliber gebleven. De dichter en vertaler Bert Voeten (1918-1992) publiceerde in 1946 een bekroond oorlogsdagboek, Doortocht. Volgens collega-schrijvers betrof het een achteraf geconstrueerd verhaal, waarin Voeten onvermeld liet dat hij in de oorlog werkte voor het gelijkgeschakelde Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. Een deel van de oorlogsjaren zat Voeten met zijn latere echtgenote Marga Minco ondergedoken.

Het uitvoerigste onderzoek naar het gedrag van Nederlandse schrijvers in de oorlog is Adriaan Venema's Schrijvers, uitgevers en hun collaboratie uit 1988. Daarin toonde Venema zich een scherprechter met zo weinig oog voor nuance, dat de publicatie hemzelf op kritiek kwam te staan.


'Verschrikkelijk'

Remco Campert (1929) wist niets van Luceberts nazi-sympathieën. 'Ik heb nooit iets vermoed en ik vind het verschrikkelijk.' Hij leerde het werk van Lucebert kennen in 1949, toen hij aan een kiosk op het Leidseplein een bijdrage van hem in het experimentele tijdschrift Reflex las. Later raakten ze bevriend. Zondag neemt Campert het eerste exemplaar van de Lucebert-biografie in ontvangst.

De Bezige Bij geeft het werk van Lucebert al uit vanaf 1952. Uitgever Francien Schuursma: 'De vondsten van de biograaf hebben ons geschokt. Zijn boek heeft onze blik op het kunstenaarschap van Lucebert zeker veranderd. Hazeu maakt in zijn biografie overtuigend duidelijk hoezeer de oorlogsbelevenis van de jonge Bertus Swaanswijk de kunstenaar Lucebert heeft bepaald. We hebben hierdoor meer inzicht gekregen in de complexiteit en de gelaagdheid van zijn werk en in de tragiek van foute keuzes. De waardering voor het werk blijft onverminderd, en De Bezige Bij zal vanzelfsprekend altijd de uitgever van Lucebert blijven.'

'We zijn onaangenaam verrast over het nieuws dat Lucebert anti-Joodse sympathieën koesterde', zegt Jan Willem Sieburgh, interim-directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. 'Desondanks is onze waardering voor Lucebert als kunstenaar en dichter onverminderd groot. Geen ander museum bezit zo'n grote collectie en archief van Lucebert, we zullen hem blijven tonen.'


school der poëzie

ik ben geen lieflijke dichter  
ik ben de schielijke oplichter  
der liefde, zie onder haar de haat  
en daarop een kaaklende daad.      

lyriek is de moeder der politiek,  
ik ben niets dan omroeper van oproer  
en mijn mystiek is het bedorven voer  
van leugen waarmee de deugd zich uitziekt.      

ik bericht, dat de dichters van fluweel  
schuw en humanisties dood gaan.  
voortaan zal de hete ijzeren keel  
der ontroerde beulen muzikaal opengaan.      

nog ik, die in deze bundel woon  
als een rat in de val, snak naar het riool  
van revolutie en roep: rijmratten, hoon,  
hoon nog deze veel te schone poëzieschool.


Lucebert (1952) uit: Apocrief / De analphabetische naam.