Parelvederkruid
Parelvederkruid ©

Nederlandse sloten slibben dicht door exotische planten

Grote waternavel, parelvederkruid, watercrassula: ze komen uit warme oorden als Zuid-Amerika en Australie, maar gedijen prima in Nederlandse sloten en vijvers. Het lijken onschuldige waterplantjes, maar ze veroorzaken veel overlast. Ze verspreiden zich rap en verstoppen daarmee de waterwegen. Dat blijkt uit een inventarisatie van 'exotische' plantensoorten, meldt het CBS vandaag.

Het onderzoek, uitgevoerd door het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), keek naar de spreiding van zogenoemde 'invasieve' buitenlandse plantensoorten: planten die door mensen in Nederland zijn gebracht en zich hier in de natuur vermenigvuldigen. Die spreiding bleek zowel op het land als in het water de afgelopen decennia toegenomen, maar het sterkst in het water. Zo groeit parelvederkruid tegenwoordig 12 keer zoveel in de Nederlandse wateren als in 1990, grote waternavel zelfs 150 keer zo veel.

'In sommige sloten zie je hele dichte begroeiing van dit soort planten', constateert ook plantonderzoeker Bert Lotz (Wageningen University & Research), die niet betrokken was bij dit onderzoek. Die begroeiing levert twee belangrijke problemen op. Ten eerste stroomt water niet goed meer door, waardoor op sommige plekken sneller overstromingen ontstaan. Ten tweede dringt door het dikke plantendek amper zonlicht door, waardoor planten onder water afsterven en de waterkwaliteit voor dieren verslechtert. Zou je planten als de waternavel laten doorwoekeren, dan overleven dus verschillende inheemse planten én dieren de concurrentiestrijd niet.

De meeste invasieve waterplanten zijn waarschijnlijk in de jaren zeventig pas in Nederland geïntroduceerd

Bert Lotz, Wageningen University & Research

Om die negatieve gevolgen te beperken, moeten de waterschappen veel tijd en geld steken in beheersmaatregelen. Dichtgegroeide wateren worden geregeld met grote machines leeggeschept, maar de planten laten zich lastig temmen. Lotz: 'Van waternavel breken snel stukjes af, die weer uitgroeien tot nieuwe plantjes. Soms kunnen de machines een jaar later alweer opnieuw komen.'

De meeste invasieve waterplanten zijn waarschijnlijk in de jaren zeventig pas in Nederland geïntroduceerd, vertelt Lotz. 'Toen gingen mensen dat soort planten kopen voor in aquariums.' Sommigen kieperden zij later, als zij op de vissen waren uitgekeken, de complete aquariuminhoud in de sloot. Zonder te beseffen hoe snel die plantjes kunnen gaan groeien. Waarom juist in de laatste decennia de spreiding zo explosief is toegenomen, is volgens Lotz lastig te verklaren. 'Misschien komt het doordat een plant eerst nog moest wennen aan het koude klimaat, of is er een soort selectieproces in de natuur. Je ziet vaak een soort aanloopfase als nieuwe planten in de natuur worden geïntroduceerd. Slechts een fractie gaat hard groeien en overlast veroorzaken.'

In het onderzoek werd Nederland verdeeld in kilometerhokken, vakken van ieder één vierkante kilometer. De onderzoekers keken vervolgens in hoeveel van die hokken invasieve buitenlandse planten voorkwamen. Gemiddeld was dat in ruim 160 kilometerhokken het geval. Een enorme toename ten opzichte van 1990, toen ze in slechts 30 kilometerhokken groeiden.