Toenmalig minister Ronald Plasterk (L) aan het woord tijdens het Nationaal Jeugddebat in 2015, waarbij jongeren hun stem kunnen laten horen aan politici.
Toenmalig minister Ronald Plasterk (L) aan het woord tijdens het Nationaal Jeugddebat in 2015, waarbij jongeren hun stem kunnen laten horen aan politici. © ANP

Nederlandse jongeren weten minder over democratie dan hun leeftijdsgenoten in andere Europese landen

Internationaal onderzoek naar kennis van burgerschap

Ja, de meesten weten best dat defensie een taak van het leger is. En dat anoniem stemmen de keuzevrijheid bevordert. Maar waarom de openbaarmaking van donaties aan een politieke partij bij zou dragen aan een eerlijk bestuur? Daar haken veel Nederlandse 13- en 14-jarigen toch wel af.

Dit blijkt uit een internationaal vergelijkend onderzoek onder tweedeklassers in 24 landen, dat woensdag verscheen. Nederlandse scholieren hebben minder kennis van de rechtsstaat dan leeftijdsgenoten in Scandinavië en Vlaanderen. Ook hechten ze minder waarde aan gelijke rechten voor man en vrouw en verschillende etnische groepen.

Een zorgelijke uitkomst, vindt bijzonder hoogleraar Anne Bert Dijkstra, die door de Universiteit van Amsterdam is betrokken bij het onderzoek. 'De polarisatie is de laatste jaren toegenomen en het maatschappelijk klimaat is ruwer geworden. Vreedzaam samenleven vereist kennis en vaardigheden. Daar lopen Nederlandse jongeren achter.'

Dijkstra, ook werkzaam bij de onderwijsinspectie, noemt verschillende oorzaken. 'Uit het onderzoek blijkt dat scholen volgens leerlingen weinig aandacht aan burgerschap geven. Het burgerschapsonderwijs beperkt zich relatief vaak tot het gebruik van het schoolboek en het bespreken van de actualiteit. Buiten het klaslokaal zijn er voor leerlingen weinig burgerschapsactiviteiten, zoals medezeggenschap over de gang van zaken op school.'

Ook vinden slechts twee op de drie scholieren dat er ruimte is voor discussie in de klas, het laagste aantal van alle onderzochte landen. Dijkstra: 'Dat is een saillante bevinding. In andere landen blijkt dat zo'n open klimaat een belangrijke factor is voor grotere betrokkenheid bij burgerschap.'

Maatschappijleerdocent Hans Teunissen, die de resultaten van het onderzoek 'zeer zorgwekkend' noemt, komt nog met een andere verklaring. 'Dit onderzoek is uitgevoerd onder tweedeklassers', zegt de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer (NVLM). 'Maar maatschappijleer wordt in Nederland pas vanaf de vierde klas gegeven, in een aantal andere landen gebeurt dat eerder.'

Enkele aspecten van de rechtsstaat komen al eerder bij geschiedenis aan de orde, aldus Teunissen, maar bij maatschappijleer wordt voor het eerst dieper ingegaan op de beginselen van de parlementaire democratie, zoals het verschil tussen regering en parlement. 'We moeten dan bijna vanaf nul beginnen, met het verschil tussen regering en parlement.'

Naarmate de lessen vorderen, legt Teunissen steeds meer spelregels van de parlementaire democratie uit. Dat doet hij vaak aan de hand van actuele voorbeelden. Delen van het debat rond de regeringsverklaring heeft hij met een beamer aan de klas laten zien. 'Toen heb ik verteld over de verschillen tussen coalitie- en oppositiepartijen, en uitgelegd waarom de ministers in een apart vak zitten: omdat ze te gast zijn in het parlement.' Tijdens de lessen zijn leerlingen volgens Teunissen 'razend enthousiast'.

Er moet een gemeenschappelijke kern zijn waar alle scholen aan moeten voldoen

UvA-hoogleraar Dijkstra

Hoe valt de schade te repareren? Volgens UvA-hoogleraar Dijkstra moet vanuit Den Haag meer duidelijkheid komen over de doelen van het burgerschapsonderwijs. Den Haag moet vastleggen wat kinderen moeten leren. 'Er moet een gemeenschappelijke kern zijn waar alle scholen aan moeten voldoen, en de overheid moet de scholen ondersteunen bij de ontwikkeling van het burgerschapsonderwijs.'

Het nieuwe kabinet lijkt daar ook werk van te gaan maken. In het regeerakkoord is vastgelegd dat de burgerschapsopdracht in de wet 'wordt verduidelijkt'. Dit internationale onderzoek, zo laat het ministerie van Onderwijs weten, 'bevestigt de urgentie om het burgerschapsonderwijs te verbeteren'.

Teunissen, die al langer pleit voor een 'doorlopende leerlijn': 'Ze moeten besluiten wat je moet kennen en kunnen van peuter tot puber.'


QUIZ: 'Waarom moet de minister een boete betalen?'

Welke vragen hebben de onderzoekers aan 13- en 14-jarige Europese kinderen voorgelegd? Hier een paar voorbeelden. Scroll wat verder naar beneden en u ziet ook de antwoorden, voorzien van commentaar door Hans Teunissen, de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer.

Vraag 1

Een minister in Merenland is betrapt op te snel rijden met zijn auto. Hij heeft een boete gekregen voor het overtreden van de verkeersregels. Waarom moet de minister de boete betalen?

a)     Omdat ministers genoeg geld hebben om boetes te betalen.
b)     Omdat iedereen gelijk is voor de wet.
c)     Omdat hij wil dat mensen weer op hem zullen stemmen.
d)     Omdat de politie hem kan arresteren als hij de boete niet betaalt.

Vraag 2

Veel mensen in lawaaierige werkomgevingen in Merenland hebben een beschadiging aan hun gehoor opgelopen. Wat is de meest redelijke maatregel die de regering kan treffen om het probleem van lawaaiige werkomgevingen aan te pakken?

a)           Onmiddellijk alle lawaaierige werkomgevingen sluiten.
b)           Geld geven aan de arbeiders zodat ze een baan in een stiller werkomgeving kunnen zoeken.
c)           Wetten invoeren die werkgevers verplichten om arbeiders tegen lawaai te beschermen.
d)           Alle eigenaren van lawaaierige werkomgevingen arresteren.

Vraag 3

Waarom is het belangrijk dat journalisten vrij onderzoek en verslag kunnen doen van het nieuws?

a)           Het vergroot het vertrouwen in de overheid van het land.
b)           Het helpt journalisten om juiste informatie te verschaffen aan het publiek.
c)            Het zorgt ervoor dat er genoeg journalisten zijn om verslag te doen van alle gebeurtenissen in het nieuws.
d)           Het zorgt ervoor dat geen enkele individuele journalist te veel geld betaald krijgt voor zijn werk.

Vraag 4

Leden van een jeugdclub willen een leider kiezen. Eén lid biedt aan om de leider te zijn, maar de clubleden beslissen om te stemmen wie hun leider wordt. Wat is de beste reden voor de club om de leider te kiezen door middel van stemmen, in plaats van iemand te kiezen die aanbiedt om leider te zijn?

a)         Stemmen stelt mensen in staat om een tweede stemming te houden als ze het niet eens zijn met de uitkomst.
b)         Stemmen is de snelste manier om te beslissen wie de leider zou moeten zijn.
c)         Stemmen stelt elk lid van de club in staat om deel te nemen aan het kiezen van de leider.
d)         Stemmen verzekert dat elk lid van de club gelukkig zal zijn met de keuze van de leider.


De antwoorden + commentaar

Vraag 1 - juiste antwoord: B (door 93 procent van de ondervraagden goed beantwoord)

Hans Teunissen: 'Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet stelt dat iedereen in Nederland in gelijke gevallen gelijk behandeld moet worden. De functie van de minister doet er niet toe bij een verkeersovertreding en hij wordt hier hetzelfde behandeld als andere burgers. Bij een ambtsmisdrijf kan een minister worden berecht door de Hoge Raad.'

Vraag 2 - juiste antwoord: C (door 88 procent goed beantwoord)

Hans Teunissen: 'Als er geen wet overtreden wordt, kunnen bedrijven niet gesloten worden of eigenaren gearresteerd. De overheid kan pas sancties opleggen als er wetten zijn die werknemers beschermen tegen lawaai.'

Vraag 3 - juiste antwoord: B (door 66 procent goed beantwoord)

Hans Teunissen: 'De media hebben een belangrijke waakhondfunctie in een democratische rechtsstaat om te voorkomen dat de overheid haar macht misbruikt. Als ze worden beperkt in hun vrijheid kunnen ze de overheid, andere grote instellingen en bedrijven niet kritisch volgen. Vrije en onafhankelijke media zijn een van de grondbeginselen van een rechtsstaat en in onze grondwet zijn de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid gewaarborgd.'

Vraag 4 - juiste antwoord: C (door 67 procent goed beantwoord)

Hans Teunissen: 'Als ieder lid van de gemeenschap - de jeugdclub - invloed op de leiding heeft, legitimeert dat het gezag en geeft dat de leider draagvlak.'