Kinderen uit de noodopvanglocatie Heumensoord zijn op hun eerste schooldag op weg naar de nieuwe Heumensoordschool.
Kinderen uit de noodopvanglocatie Heumensoord zijn op hun eerste schooldag op weg naar de nieuwe Heumensoordschool. © ANP

Kinderen van migranten vaker naar universiteit, maar vinden niet vaker een baan

SCP weinig optimistisch, maar ziet toch lichtpunten

Kinderen van niet-westerse migranten doen het beter op school, gaan vaker naar havo en vwo en stoten vaker door naar hogeschool en universiteit. Die vooruitgang leidt vooralsnog niet tot een verbetering van hun positie op de arbeidsmarkt.

Dat blijkt uit Integratie in zicht?, het rapport over de positie van niet-westerse allochtonen in de Nederlandse samenleving dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vandaag uitbrengt.

Het beeld dat het SCP daarin schetst van de staat van multicultureel Nederland is ambivalent. Niet-westerse migranten deden aan het begin van de eeuw steeds beter mee in de maatschappij. Daarna kwam de crisis, die deze vooruitgang wegvaagde.

'Integratieparadox'

Nederland voor veel migranten geen thuisland

Hoe gaat het met de integratie van niet-westerse migranten? Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht de ontwikkelingen in de afgelopen vijftien jaar (+): ze doen het beter in het onderwijs dan eerst, maar hebben toch minder kans op werk dan autochtone Nederlanders.

'Als Antiliaan moet ik mij altijd bewijzen', zegt Jurick Peney, geboren op Curacao. Ook Aytac Alpadogu voelt zich niet geaccepteerd in Nederland. (+)

60 procent van de niet-westerse migranten voelt zich niet thuis in Nederland

Het SCP spreekt in dat verband van de 'integratieparadox': 'Met hun hbo- of wo-diploma op zak zijn zij klaar om een plek van betekenis in te nemen in de Nederlandse samenleving, maar in hun ervaring wordt hun die plek niet altijd gegund.' Dat stemt bitter, blijkt uit het rapport. Juist degenen die zich goed toegerust achten voor de veeleisende Nederlandse samenleving voelen die bitterheid, aldus het SCP.

Een reeks andere SCP-conclusies geeft ook geen reden tot optimisme over de multiculturele samenleving. Zo spreekt 31 procent van de hier woonachtige Turken geen Nederlands met hun partner. De Nederlandse instituties - Justitie uitgezonderd - genieten geen vertrouwen bij de niet-westerse migranten. Van de 30-jarige Marokkaanse mannen in Nederland is 70 procent ooit verdacht geweest van een misdrijf. En van de niet-westerse migranten voelt zo'n 60 procent zich niet thuis in Nederland.

Steun voor diversiteit

Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse Nederlanders ervaren Nederland steeds minder als open land dat zijn burgers gelijkwaardigheid biedt. 30 procent verwacht toenemende 'interetnische spanningen'.

De zorg over multiculturele controverses leeft ook onder autochtone Nederlanders, maar zij zouden - de bloei van de PVV ten spijt - overwegend welwillend tegenover migranten staan. 'Er is nog steeds behoorlijke steun voor culturele diversiteit (70 procent)', signaleert het SCP. 'Het percentage autochtone Nederlanders dat vindt dat er te veel mensen van een andere nationaliteit in Nederland wonen, is sinds de millenniumwisseling gestaag gedaald.'

Als vanouds is onderwijs de moeder van alle emancipatiebewegingen

Het SCP ziet ook een aantal beloftevolle ontwikkelingen, zoals de ontwikkeling van een middenklasse onder de migrantengroepen. De arbeidsdeelname van vrouwen neemt toe, en steeds vaker oefenen zij 'een beroep op het hoogste niveau' uit. Verder neemt het eigenwoningbezit onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders toe: respectievelijk van 23 naar 46 procent en van 10 naar 19 procent. Ook in dit opzicht zijn ze bezig een achterstand ten opzichte van de autochtone Nederlanders in te halen.

Maar als vanouds is onderwijs de moeder van alle emancipatiebewegingen. Een 'verdere verbetering van de onderwijsprestaties van migrantenkinderen' is volgens het SCP weliswaar 'een zaak van lange adem', het proces is wel degelijk gaande. Gestaag zelfs, volgens het SCP - dat zich verder niet te veel opgewektheid veroorlooft. Dat deze ontwikkeling zich ten tijde van de crisis niet op de arbeidsmarkt heeft gemanifesteerd, rechtvaardigt de hoop dat in die toestand verandering komt ten tijde van economische bloei. Wat verder ook van het SCP-rapport kan worden gezegd: het registreert slechts een tussenstand.