Bezoekers bij de rechtbank de bunker in Amsterdam voor de uitspraak in het grote Haagse jihadproces Context, in 2015. Centraal stond een vermeende organisatie van radicale jongeren uit de Haagse regio.
Bezoekers bij de rechtbank de bunker in Amsterdam voor de uitspraak in het grote Haagse jihadproces Context, in 2015. Centraal stond een vermeende organisatie van radicale jongeren uit de Haagse regio. © ANP

Jihadgangers zijn relatief vaak bekeerlingen; 45 procent is van Marokkaanse komaf

Onder de Nederlandse jihadgangers die sinds 2012 afreisden naar Syrië en Irak zijn relatief veel bekeerlingen: 17 procent. Dat percentage is zeven keer zo hoog als het aandeel van bekeerlingen in de gehele Nederlandse moslimgemeenschap. Dit blijkt uit een databank van Nederlandse jihadgangers.

De databank, ingezien door de Volkskrant, is opgezet door Reinier Bergema, onderzoeker bij The Hague Centre for Strategic Studies. Ze bevat profielen van 207 van de 280 Nederlanders die, volgens de laatste cijfers van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), tot juni 2017 naar dat conflictgebied vertrokken.

Het grootste deel (45 procent) van de Syriëgangers heeft een Marokkaanse achtergrond. Het Turks-Nederlandse aandeel is met 10 procent veel kleiner.

Ze gingen in drie golven, zijn man en grotendeels van Marokkaanse afkomst: dit zijn de jihadgangers (+)
Bijna eenvijfde is bekeerling en bijna de helft heeft een Marokkaanse achtergrond: een Haagse onderzoeker brengt de Nederlandse jihadgangers in kaart. Lees hier de belangrijkste conclusies van de databank.

De profielen van de Syriëgangers zijn relevant omdat inlichtingendiensten steeds nadrukkelijker waarschuwen voor het gevaar van ideologisch en militair getrainde jihadisten die - mogelijk met een opdracht van terreurbeweging IS - terugkeren. Ook de NCTV blijft deze boodschap herhalen. De vijftig jihadisten die terug zijn in Nederland (en die door de inlichtingendienst AIVD en de politie in de gaten worden gehouden) hebben overigens nog geen stappen ondernomen om tot geweld over te gaan, meldt de coördinator.

Dat kan veranderen als het IS-kalifaat verder instort en de meest geharde strijders huiswaarts keren. Dan zouden volgens de NCTV ook vrouwen en zelfs kinderen kunnen worden ingezet voor het plegen van aanslagen in Europa.

Leeftijd en woonplek

Het Openbaar Ministerie probeert met man en macht de Nederlanders die nog in het conflictgebied zijn in kaart te brengen. Van ongeveer 240 kalifaatgangers worden strafdossiers aangelegd, inclusief degenen die mogelijk dood zijn. Het doel is zo veel mogelijk Syriëgangers bij verstek veroordeeld te krijgen. Het OM wil zo voorkomen dat Syriëgangers, die bij terugkeer sowieso worden opgepakt, tussentijds moeten worden vrijgelaten omdat het bewijs nog niet rond is.

Behalve over etnische achtergronden geeft Bergema's databank informatie over de gemiddelde leeftijd (23) van de jihadgangers, de (voormalige) woonplaatsen en de vertrekpieken (eind 2012, najaar 2013 en zomer 2014 na het uitroepen van het kalifaat). Bergema werkt voor de duiding van zijn cijfers samen met terrorismeonderzoeker Marion van San, die is verbonden aan de Erasmus Universiteit.

Voor de data zijn drie typen bronnen gebruikt: openbare bronnen(reguliere en sociale media), juridische en overheidsdocumentatie en interviews met onderzoekers en direct betrokkenen, zoals familie, docenten, vrienden en voormalige extremisten.

De vestiging van een islamitische staat, ook al werd die door geen enkel land op aarde erkend, had duidelijk een grote aantrekkingskracht op Nederlandse jihadisten, blijkt uit de databank. Onder andere op een groepje jongeren uit de Haagse Schilderswijk. In een YouTube-video zaten ze op een grasveldje, geflankeerd door IS-vlaggen. 'Moge God jullie zegenen', sprak Abou Moussa, de leider, plechtig.

Rapper Marouane B

Drie jaar later is van een feeststemming geen sprake meer. Abou Moussa zit op de terroristenafdeling van de gevangenis De Schie een celstraf uit van zes jaar. En het kalifaat is in snel tempo aan het afbrokkelen.

Voormalig rapper Marouane B. uit Arnhem, die ook in Bergema's databank zit, probeert vanuit het kalifaat de rechters en de media te beïnvloeden. Afgelopen weekeinde zocht hij per Facebook contact met de Volkskrant. Volgens het OM heeft hij meerdere onthoofdingen op zijn geweten. Maar in zijn 'open brief aan de rechters' schrijft Marouane B. dat hij naar Syrië is gegaan om 'de kinderen, vrouwen en mannen te helpen die worden geterroriseerd door de tiran Assad'. Hij wil naar Nederland komen om zijn onschuld voor de rechtbank te bewijzen, meldt hij. Komt hij onderweg te overlijden, dan heeft hij in de open brief zijn laatste woord gesproken: 'Ik ben onschuldig en trots, want ik heb mijn leven gegeven om anderen te beschermen.'

Nu IS in Raqqa en Mosul grote verliezen lijdt, willen verscheidene jihadstrijders terugkeren naar Nederland. Dat hebben de advocaten die hen bijstaan gezegd tegen de NOS. Het is volgens hen moeilijk om weg te komen uit het strijdgebied. Het is niet altijd onwil dat jihadgangers tegen wie in Nederland een rechtszaak is aangespannen die niet bijwonen, zegt advocaat André Seebregts. 'Ik ben de afgelopen maanden vaak gebeld door familieleden van mensen die proberen terug te komen. Maar dat is niet zo eenvoudig.'

Verantwoording

De database van Nederlandse Syriëgangers is opgezet door Reinier Bergema, onderzoeker bij The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS). Voor de duiding van de cijfers werkt hij samen met terrorismeonderzoeker Marion van San, die is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Volgens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) zijn er tot juni 2017 ongeveer 280 Nederlanders naar Syrië en Irak vertrokken, waarvan er circa 50 zijn teruggekeerd. Bergema heeft er 207 in zijn bestand.

Jihadi's die zijn vertrokken, maar onderweg zijn tegengehouden zitten er niet bij. Hoeveel Nederlanders er dood zijn, is moeilijk vast te stellen in de chaotische eindfase van de strijd om het kalifaat.

Bergema heeft de data verzameld aan de hand van drie typen bronnen: openbare bronnen (reguliere en sociale media), juridische en overheidsdocumentatie, interviews met onderzoekers en direct betrokkenen, zoals familie, docenten, vrienden en voormalige extremisten. Niet van alle personen in de database is evenveel bekend. Er zijn blinde vlekken, er zit dus 'een zekere foutmarge in', aldus Bergema.