Hoe doe je aan waarheidsvinding in zaken waar geen getuigen zijn, zoals bij die van Jelle Brandt Corstius?

In zedenzaken staan slachtoffer en dader vaak lijnrecht tegenover elkaar

De beschuldiging door Jelle Brandt Corstius en het weerwoord door Gijs van Dam zet de schijnwerper op het feit dat er in een zedenzaak veel diffuus blijft. 'Soms is aangifte niet het beste.'

'Het is zijn woord tegen het mijne', schreef televisiemaker Jelle Brandt Corstius vorige week in Trouw over zijn ervaring met een verkrachting. Precies dat is wat het politieonderzoek naar zedenzaken zo ingewikkeld maakt: er zijn meestal geen getuigen en fysiek bewijs ontbreekt doorgaans - zeker als het slachtoffer zich pas lange tijd later bij justitie meldt.

Brandt Corstius beschreef in Trouw hoe hij 'in het prille begin' van zijn televisiecarrière tijdens zijn werk werd gedrogeerd en gedwongen tot orale seks.