Het windpark.
Het windpark. © HH

Groepen akkerbouwers eisen bezit lucratief windpark Westermeerwind op

Het windmolenpark voor de kust van de Noordoostpolder is een van de lucratiefste van ons land. Twee groepen akkerbouwers eisen het bezit op, zeker nu het park dankzij subsidies 147 miljoen winst maakt.

Misschien zijn het wel de lucratiefste windmolens in Nederland, en misschien wordt er daarom juist zo venijnig om gevochten. Windpark Westermeerwind, de 48 molens in het IJsselmeer bij Urk, is de inzet van een felle juridische strijd tussen 34 mannen die tot voor enkele jaren alleen maar elkaars collega's waren. Gisteren deed de rechtbank van Lelystad uitspraak, maar afgelopen is de zaak niet: het was een tussenvonnis. De rechtbank wil dat een bandopname van een cruciale vergadering van zestien jaar geleden op tafel komt.

Alle 34 kemphanen zijn akkerbouwers, verdeeld in twee kampen. Twee van hen, de initiatiefnemers van het windpark Pieter Meulendijks en Tjitte de Groot, zeggen dat alleen zij volledig eigenaar zijn. De andere 32 vinden dat ook elk van hen recht heeft op een procent van de aandelen.

Westermeerwind is een van de grootste windparken in Nederland, afgezien van de parken op zee. De molens staan staan voor 377 miljoen euro in de boeken. De financiering van het project staat bol van de subsidies, zoals de SDE+-subsidie, die elke windmolenbouwer tegemoet kan zien. Voor dit project is dat over een periode van vijftien jaar maximaal 544 miljoen euro.

Het Financieele Dagblad meldde onlangs dat windpark Westermeerwind een winst gaat opleveren van 147 miljoen euro. En dat is dan goeddeels te danken aan een een speciale subsidie van 92 miljoen euro die in 2010 werd toegekend. 'Dat was vanwege het innovatieve karakter van het project', zegt een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken. Bouwen in het ondiepe water van het IJsselmeer is veel lastiger dan bouwen in het diepe water van de Noordzee, zegt hij.

Lees verder onder de foto

Geen losse projecten meer

Al sinds de zomer van vorig jaar draaien de molens en rijden alle Nederlandse treinen op de stroom die ze leveren. Dat nu nog wordt geprocedeerd om vast te stellen wie eigenlijk de eigenaren zijn, heeft alles te maken met de voorgeschiedenis, zegt Hans Geluk, een van de 32 die een belang opeisen. 'In de jaren negentig had een aantal boeren plannen om windmolens te bouwen op hun land. Ikzelf zat in een project voor zes molens.' De gemeente Noordoostpolder wilde dat niet meer, al die losse projecten die het landschap verrommelden. Dus toen Meulendijks en De Groot met het idee kwamen voor Westermeerwind, wilde de gemeente dat alle boeren met molenplannen daarin zouden participeren. Op een cruciale vergadering, gisteren exact zestien jaar geleden, werd de samenwerking beklonken. De vraag is wat die inhield. De 32 boeren die hun eigen plannen opgaven, weten zeker wat hun daar beloofd werd: zij zouden elk eigenaar worden van 1 procent van de aandelen, tegen een bedrag van rond de 50 duizend euro.

Maar initiatiefnemers Meulendijks en De Groot weten even zeker dat dat nooit is aangeboden. Hun advocaat Branda Katan: 'Zeker, die 32 mogen participeren. Zoals iedereen die in Flevoland woont mag participeren. Maar een prijs van 50 duizend euro? Geen sprake van dat dat beloofd is. De boeren kunnen participeren tegen de marktprijs', zegt zij. En die zal zeker tien keer zo hoog liggen, denken haar tegenstanders.

Wakker

Over één ding zijn beide partijen het eens: het werd pas echt juridisch knokken na de toezegging van 92 miljoen euro subsidie. Sindsdien, zeggen de 32, willen Meulendijks en De Groot het project voor zichzelf houden. Sindsdien, zegt de advocaat van de twee, zijn de 32 akkerbouwers wakker geworden.

De rechtbank kwam er nog niet uit. Beide partijen leggen het tussenvonnis uit als een overwinning, maar de echte uitslag komt pas als de rechtbank het geluidsbandje heeft bestudeerd van die cruciale vergadering in 2001. Dat bandje moeten Meulendijks en De Groot bij de rechtbank deponeren.

Hans Geluk denkt dat de overwinning hem nauwelijks nog kan ontgaan. En dat is een grote overwinning, want 'aan een participatie in dat park kan ik een jaarinkomen verdienen van 120 duizend euro, meer dan uit mijn aardappelen en graan'. En zegt hij zijn tegenstanders nog gedag als hij ze tegenkomt? 'Ja, dat wel. Het is een zakelijk geschil. Maar ik denk niet dat ik op Nieuwjaarsdag nog een borrel bij ze ga drinken.'


Leven van de wind

Waar in Nederland staat-ie? Hoe lang en hoe hard draaien zijn wieken in een jaar? Wat doet de stroomprijs? De financiële steun van de overheid voor windmolens is van tal van factoren afhankelijk. Zoals de locatie: de windluwere gebieden in het oosten en zuiden van Nederland krijgen meer. 

Uitgangspunt bij de subsidieverstrekking is dat groene stroom per definitie duurder is om te produceren. Door de bank genomen vergoedt de overheid het verschil tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de marktwaarde van de stroom die een windmolen uiteindelijk oplevert. Bij een hogere energieprijs krijgt de eigenaar van een windmolen minder subsidie, maar ontvangt hij meer van het energiebedrijf dat zijn stroom afneemt. Bij een lagere energieprijs is dat andersom.

Bij de toekenning van de subsidie komt een ingewikkelde rekensom kijken, gebaseerd op de bouwkosten, de onderhoudskosten en de verwachte inkomsten uit stroomverkoop. Het bedrag wordt elk jaar gecorrigeerd met de werkelijke stroomprijs. 

Volgens een rekenvoorbeeld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is de subsidie voor een windmolen in Amersfoort met een vermogen van 3 megawatt ruim 289 duizend euro per jaar. Dat is 4,3 miljoen euro voor de levensduur van de turbine (15 jaar). Bouw en onderhoud vergen 9,4 miljoen. Het gat daartussen moet worden opgevuld met de verkochte stroom.

In het 'Amersfoortse' voorbeeld kan de winst over vijftien jaar zo maar oplopen tot 1 miljoen euro, áls de markt meezit. Beleggingsfonds Robeco sprak vorig jaar van een winstmarge in windenergieprojecten van zo'n 7 procent.