Texielwerkers in Sri Lanka.
Texielwerkers in Sri Lanka. © AFP

Een lijst met naaiateliers Nederlandse winkelketens: helpt dat slavernij en kinderarbeid de wereld uit?

Dankzij een nieuwe lijst met drieduizend naaiateliers kan de Sociaal-Economische Raad (SER) voortaan precies achterhalen of Nederlandse ketens zakendoen met omstreden textielfabrieken. Door de productielocaties van 64 Nederlandse winkelketens nauwkeurig te rangschikken, waaronder ateliers van C&A, Zeeman en Bijenkorf, hoopt de SER misstanden als slavernij en kinderarbeid tegen te gaan.

De locatielijst van de SER is onderdeel van het textielconvenant, het Nederlandse antwoord op de dodelijke ramp in kledingfabriek Rana Plaza in Bangladesh in 2013 en geesteskind van demissionair minister Lilianne Ploumen.

In 2020 moet 80 procent van de Nederlandse markt zich bij het textielconvenant hebben aangesloten

Zij vroeg Nederlandse kledingmerken vorig jaar hun ambities om 'foute kleding' te weren vast te leggen in een bindend convenant, waarin zij beloven 'eerlijke kleding' te produceren en de arbeidsomstandigheden op productielocaties binnen vijf jaar 'substantieel te verbeteren'. Tot nu toe gaven 64 grote textiel- en kledingbedrijven gehoor aan die oproep. De drieduizend naaiateliers op het overzicht van de SER zijn de productielocaties van deze 64 bedrijven.

Met de publicatie van de locatielijst wil de SER misstanden met mensenrechten, arbeidsomstandigheden, dierenwelzijn en milieu tegengaan, maar het is de vraag in hoeverre dit overzicht met naaiateliers hierbij zal helpen. Op de lijst staan immers alleen productielocaties van de bedrijven die het convenant ondertekenden en zich dus toch al inzetten voor betere werkomstandigheden.

Een lijst met naaiateliers, helpt dat?

Nu zijn dit zeker geen kleine vissen - het gaat om merken als WE, Bijenkorf en Zeeman, samen goed voor bijna 4 miljard euro omzet - maar wel bedrijven die slechts 40 procent van de Nederlandse mode- en kledingmarkt in handen hebben. Aan de omstandigheden in naaiateliers van die andere 60 procent verandert deze lijst dus niets.

In zekere zin zijn de ateliers in dit overzicht de zakenpartners van de braafste jongetjes van de klas, erkent Jeroen Windt, woordvoerder bij de SER. 'Natuurlijk, convenantspartijen zijn vaak al bezig met eerlijke kleding. Aan de andere kant bevat deze lijst ook productielocaties van bedrijven die de arbeidsomstandigheden in hun ateliers pas nu echt aanpakken.'

Voor deze bedrijven is deze locatielijst een spannende maar juiste eerste stap in de goede richting, zegt Windt. 'Voor andere bedrijven, die het akkoord nog niet hebben ondertekend, is het bovendien een belangrijk signaal.'

SER: 'Wij rekenen op de publieke opinie en groepsdruk'

Als het aan de SER ligt heeft in 2020 80 procent van de Nederlandse markt zich bij het textielconvenant aangesloten, wat een verdubbeling van het overzicht met ateliers zou betekenen. 'Als je iets wil veranderen moet je enige massa hebben, en wij hebben 40 procent van de markt. Dat is behoorlijk wat. We rekenen op publieke opinie en groepsdruk. Over een tijdje is niet meedoen voor bedrijven hopelijk gewoon geen optie meer.'

Een ander pijnpunt van de nieuwe lijst is dat consumenten wel globaal kunnen zien waar Nederlandse bedrijven zoal kleding laten maken, maar niet welke Nederlandse ketens in welke ateliers actief zijn. Volgens SER-woordvoerder Windt heeft dit met concurrentieoverwegingen te maken. 'Het gaat bedrijven een stap te ver om eigen productielocaties openbaar te maken. Maar wij weten natuurlijk wel wie waar zakendoet. Zodra een lokale NGO of vakbond misstanden op een locatie aan ons doorgeeft, benaderen wij de betrokken partij.'

Op zoek naar labels in het puin

Volgens Tara Scally, woordvoerder van stichting Schone Kleren, is die beperkte transparantie een grote makke van deze lijst. 'Hierdoor kunnen consumenten die bewuste keuzes willen maken - en dat zijn er gelukkig steeds meer - nog steeds niet zien waar kleding precies vandaan komt.'

Fabrieksarbeiders hebben eveneens weinig aan dit SER-overzicht, zegt Scally. 'Als zij misstanden meemaken weten ze nog steeds niet wie ze aansprakelijk moeten stellen.' Toen het Rana Plaza-gebouw in Bangladesh instortte en 1100 mensen om het leven kwamen wist niemand precies welke merken kleding in deze textielfabriek lieten maken, vertelt Scally. 'Omdat heel veel bedrijven ontkenden. Om te ontdekken en bewijzen wie verantwoordelijk was moesten slachtoffers en nabestaanden zelfs terug naar de plek des onheils. Op zoek naar labels, in het puin.'

Hier ziet u per land hoeveel naaiateliers kleding maken voor Nederlandse winkelketens