Gerard Bouman in 2015.
Gerard Bouman in 2015. © ANP

Commissie-Ruys: Visscher en Bouman deden beiden de financiën niet goed

Dinsdag presenteerde de commissie-Ruys haar onderzoek naar de geldsmijterij door de Centrale Ondernemingsraad (COR) bij de politie. Centraal daarbij staat de vraag of de inmiddels overleden korpschef, Gerard Bouman, hiervan wist. Met als achterliggende vraag: heeft Bouman met de ruimhartige financiering en facilitering gunsten van de COR 'gekocht'?

In verband met Boumans overlijden is de geplande persconferentie geschrapt. 'Het is ongemakkelijk als we vragen krijgen waarover de heer Bouman zich niet meer kan uitspreken'. Wel staat commissievoorzitter Maarten Ruys telefonisch de pers te woord.

U schrijft dat voormalig korpschef Bouman onder meer een lening verstrekte aan de ex-voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad (COR), en hem ten onrechte bevorderde. Waarom is dat volgens u geen bewijs voor het omkopen van de COR?

Wij hebben heel zorgvuldig gekeken naar de adviezen die de COR heeft uitgebracht

'Die lening en bevordering noemen wij onprofessioneel en ongepast. We zeggen ook: het toezicht op de financiën ontbrak. Dat zijn ernstige zaken. Maar als Bouman de COR oneigenlijk wilde beïnvloeden, moet daar iets tegenover staan. Wij hebben heel zorgvuldig gekeken naar de adviezen die de COR heeft uitgebracht. Met de inrichting van de Nationale Politie koos de COR bewust een constructieve houding. Soms werd een negatief advies gegeven, en pas na onderhandeling met de wensen van de korpsleiding ingestemd, nadat de COR een aantal zaken had binnengehaald. Bij die adviezen was een zeer groot aantal mensen betrokken.

Bovendien: wij vroegen expliciet aan zo'n negentig ondervraagden of er sprake was van een tegenprestatie voor een positief COR-advies. Het overgrote deel antwoordde: geen sprake van. Het aantal dat zei: 'het zou kunnen', kon daarbij geen snipper bewijs leveren.

Wij concluderen dat de heer Visscher en Bouman, die eindverantwoordelijk was, beiden het toezicht op de financiën niet goed hebben gedaan

In uw rapport staat dat de voormalige directeur Korpsstaf, Teun Visscher, 'worstelde' met het feit dat hij slechts weinig mogelijkheden had om de doelmatigheid van de COR-uitgaven te toetsen. Volgens hem was korpschef Bouman daarvoor verantwoordelijk. De vraag hoe de korpsleiding met deze worsteling van Visscher omging, blijft onbeantwoord.

Dat komt uit het rapport van de Auditdienst van het Rijk (ADR). Wij als commissie hebben de heer Visscher hierover uiteraard gesproken. Geen misverstand: wij concluderen dat de heer Visscher en Bouman, die eindverantwoordelijk was, beiden het toezicht op de financiën niet goed hebben gedaan. Wij vinden de genoemde tijdsdruk waaronder zij moesten werken daarvoor geen goed argument.

Hoe verliep het gesprek waarin Bouman aangaf de medewerking met u te beëindigen?

Dat is vertrouwelijk.

Met zijn interview aan persbureau ANP daarover, werd dat publiek. Hij noemde uw commissie vooringenomen.

Ik denk dat de heer Bouman vooral bezorgd was dat we onderzoeksvragen te nauw zouden beantwoorden, met te weinig aandacht voor de context waarin hij zijn werk moest doen.

Hij verweet uw commissie het subjectieve woord 'waanzin', waarvoor hem excuses zouden zijn aangeboden. De Volkskrant sprak destijds ook anderen die de bevraging door uw commissie subjectief en aanvallend noemden.

In de vertrouwelijke gesprekken zijn mensen met ongemakkelijke zaken geconfronteerd. Dat is ook een rol van de commissie. Maar ik herken mij niet in de kritiek van subjectiviteit.

Niet lang na Boumans kritiek op uw commissie en zijn opmerkelijke interview daarover kreeg hij een ernstig hartinfarct. Heeft u zichzelf ooit afgevraagd of daar misschien een verband tussen zou kunnen zijn?

Uiteraard zijn wij zeer geschrokken over die gebeurtenis. Dat is een enorm drama, een groot verlies. Maar wij zien geen reden om daarover conclusies te trekken. Daar wil ik het bij laten.

Zijn er dingen die de commissie achteraf misschien beter anders had kunnen doen?

Op dit moment ben ik zeer tevreden met het rapport dat wij hebben geleverd. Ik denk dat wij de onderzoekvragen op adequate wijze en binnen de context hebben beantwoord. En het is niet zo'n vreselijk dik rapport geworden. Vergis je niet: ook dat is een kunst.