'Rijksrecherche is te afhankelijk'

De onafhankelijkheid van de Rijksrecherche bij onderzoek naar schietincidenten door de politie is niet gegarandeerd. De Rijksrecherche is voor haar onderzoek afhankelijk van de politiekorpsen....

Dat concludeert het Centrum voor Politiewetenschappen van de Vrije Universiteit in een onderzoek van augustus. In de afgelopen twee jaar is het zeker een keer gebeurd dat een korpschef een zaak over een schietindicent weigerde over te dragen aan de technische recherche van een ander korps. Ook kwam het voor dat de korpsleiding, nog voor de komst van de Rijksrecherche, zelf de Technische Recherche van een naburig korps alarmeerde.Volgens de onderzoekers Jaap Timmer en Maarten Pronk is het voor goed en onafhankelijk onderzoek van belang dat na een schietincident de Rijksrecherche zo snel mogelijk ter plaatse is om leiding te geven . Ze hebben voorbeelden dat de Rijksrecherche pas na dagen en een enkele keer zelfs pas na weken werd ingezet. Als gevolg van politiekogels vielen in de jaren 1978-2002 69 doden en 329 gewonden. Dat is gemiddeld drie doden en dertien gewonden per jaar. Dat wijkt niet af van andere Europese landen.Uit een eerder onderzoek van het Centrum voor Politiewetenschappen blijkt dat de Rijksrecherche in 75 procent van de gevallen dat een agent schoot, dit als rechtmatig beoordeelde. Volgens onderzoeker Timmer worden de overige, onrechtmatige gevallen meestal niet strafrechtelijk vervolgd. Dinsdag besloot justitie geen vervolging in te stellen tegen de agent die op 6 augustus in Amsterdam een Marokkaan doodschoot.