Zoete melk met bulten

Tweebultige kamelen hebben te korte spenen om ze te melken, hoort Jady Petovic tijdens een rondleiding bij de enige Europese kamelenmelkerij....

Het lijkt wel alsof ze bezoek hadden verwacht. Verde, Chantal, Maron en Ieniemienie staan aan de rand van het weiland op de uitkijk. Nieuwsgierig volgen ze de arriverende gasten, terwijl ze verleidelijk met hun ogen knipperen. Die ogen sluiten ze niet van boven naar beneden, maar van links naar rechts. Want zo doen dromedarissen dat.

‘Wat een schatjes. En wat een lieve krulletjes’, roept Ingeborg Voogt uit Breda als ze een tiental brullende kalfjes in de wei ziet staan. Het zijn niet bepaald lieve geluidjes die de jongen uitstoten, meer een soort braakgeluiden. Voogt heeft zich aangesloten bij een rondleiding op Kamelenmelkerij Smits in Cromvoirt (Noord-Brabant), de enige kamelenmelkerij in Europa.

Twee jaar geleden ging ze mee op een ‘kameelsafari’ in de Sahara en raakte daar gefascineerd door de dieren. ‘Ik kreeg destijds te horen hoe je op en af moet stappen, maar daar bleef het bij. Ik hoop dat ik vandaag meer uitleg krijg over hoe ze leven.’

De kameel wordt wel het schip van de woestijn genoemd. Fysiek zijn de dieren volledig ingesteld op warmte en droogte. Ze hebben een eeltlaag op de buik zodat ze comfortabel in het bloedhete zand kunnen liggen, ze kunnen hun neus moeiteloos afsluiten ter bescherming tegen zandstormen en ze hebben een gespleten lip en een keihard gehemelte zodat ze zich pijnloos tegoed kunnen doen aan doorns en takken.

Wat hebben veertig eenbultige kamelen (merries, plus één hengst) te zoeken op een boerderij in Cromvoirt, waar het toch het grootste deel van het jaar nat en koud is? Automobilisten die de boerderij passeren, minderen in het voorbijrijden bijna allemaal vaart. En de bewoners van de drie woonhuizen aan de overkant van de weg? Zouden die al gewend zijn aan hun exotische uitzicht?

Volgens Frank Smits (26), de eigenaar van de kamelenmelkerij, is de Nederlandse kou geen probleem voor kamelen. ‘In de woestijn kan het ’s nachts ook -15 graden zijn, daar kunnen ze wel tegen. Wat ze niet fijn vinden, is nattigheid en daarom kunnen ze in de winter niet buiten staan.’

Smits kwam er tijdens zijn studie aan de Hogere Agrarische School in Den Bosch achter dat in Nederland een markt is voor kamelenmelk. De melk zou gezond zijn, onder meer door een laag vet- en een hoog mineralen- en vitaminegehalte. Een andere claim luidt dat de melk goed is voor de weerstand, en volgens de wereldvoedselorganisatie FAO hebben mensen met suikerziekte er baat bij. Kamelenmelk is in Nederland vooral geliefd onder Marokkanen en Somaliërs, die de melk kennen uit het herkomstland.

In de stal, waar het ruikt naar mest, vraagt Smits zijn gasten: ‘Wat willen jullie weten? Jullie zijn mensen uit de stad, dus ik kan jullie alles wijs maken.’

Hoe zit dat met die ene bult, noem je dat geen dromedaris?, is de vraag die de meeste bezoekers op de lippen brandt.

‘Alleen in Nederland, België en Duitsland maken ze het verschil tussen een kameel en dromedaris. Een dromedaris is gewoon een eenbultige kameel; het is allemaal dezelfde familie.’ De reden dat Smits niet voor tweebultige kamelen koos, is dat deze soort kortere spenen heeft en daarom niet of moeilijk te melken is.

De zoektocht naar eenbultige kamelen was voor Smits niet gemakkelijk, want waar haal je die vandaan als ze niet mogen worden geïmporteerd van buiten de Europese Unie? En waar laat je ze?

Door het raam van zijn studentenflat in Den Bosch zag Smits een lapje grond liggen. De gemeente dacht dat het om een grap ging, maar gaf Smits uiteindelijk toestemming om zijn dieren op dat stuk braakliggende grond te laten grazen. Begin 2006 kocht hij drie kamelen op Fuerteventura, een van de Canarische Eilanden. Een paar maanden later verhuisden de dieren naar Cromvoirt, waar begin 2007 de eerste twee kalveren werden geboren.

Het melken gebeurt twee keer per dag, machinaal, want dat is volgens Smits het meest hygiënisch. ‘Raak je de spenen met de hand aan, dan is de melk al besmet voordat die de fles in gaat’.

Bij het melken wordt een vaste procedure gevolgd. Als een moederkameel naar de melkstal wordt gebracht, komt het kalfje naar de moeder toe om te drinken. De melk schiet daardoor toe, zodat er gemolken kan worden, terwijl het kalfje in de buurt blijft. Na het melken, mag het kalfje nog een uur drinken.

Kamelen zijn stressvolle dieren en kunnen door het minste of geringste ‘over de zeik raken’, zoals Smits het uitdrukt. Melken in het bijzijn van een grote groep bezoekers is daarom uitgesloten.

In het weiland staan de kalfjes gescheiden van hun moeders, omdat ze die anders ‘leegdrinken’. Smits opent het hek van de kalfjes en waarschuwt de bezoekers. ‘Blijf bij elkaar als je wilt overleven.’ Hij kiest een aantal vrijwilligers uit de groep, die mogen helpen bij het dresseren van de kalveren. De moeders verdringen zich bij het hek om in de gaten te houden wat er met hun kroost gebeurt.

Ingeborg Voogt laat Rohan uit haar hand eten. Ze houdt hem vast aan een touw en loopt voorop om hem te laten zien dat zij de baas is. Ineens begint Rohan te steigeren en zijgt daarna neer op de grond. Ingeborg rukt aan het touw, maar krijgt hem niet overeind. ‘ Wat zijn die beesten sterk’, roept ze.

Aan het einde van de rondleiding kan er worden geproefd. Een kan verse kamelenmelk verschijnt op tafel, en de bezoekers bakken pannenkoeken met kamelenmelk. De melk is ‘romig’, ‘zoet’, ‘lekker’, zo luiden de reacties. Maar ook: ‘je proeft geen verschil met koemelk’. In Nederland is er in ieder geval voldoende vraag naar. ‘Wat dat betreft, heb ik een luxeprobleem’, zegt Smits. ‘Ik kan de vraag niet aan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden