Reportage

Wie in Genua wandelt, wandelt in La Superba

Ilja Leonard Pfeijffer kwam terecht in Genua en wist: hier moest hij zijn. En niet veel later: hier zit een roman in. Paul Onkenhout wandelt met de schrijver van Librisprijswinnaar La Superba door het zinsbegoochelende labyrint van het mooie én rauwe 'centro storico'.

Paul Onkenhout
Ilja Leonard Pfeijffer. Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant
Ilja Leonard Pfeijffer.Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant

Zonder aarzeling loopt de 47-jarige schrijver en dichter Ilja Leonard Pfeijffer (zwart T-shirt, zwarte broek, zwarte crocs, haar tot over de schouders) door de wirwar van steegjes, poortjes en nauwe doorgangen van het centro storico van de Italiaanse havenstad Genua. In de duistere Archivolto Defranchi heeft iemand een tekst op een muur gespoten: Amo i vicoli e i loro pericoli.

'Ik hou van de steegjes en hun gevaren', vertaalt hij. Het is een toepasselijke tekst, een korte en adequate samenvatting van het voorafgaande gesprek, toch? 'Jazeker. Ik heb die tekst niet geschreven, maar het had goed gekund.'

Veel verzonnen

Meer steegjes, meer doorgangen. In de Via San Bernardo maakt hij een gebaar met zijn hand. 'Hier werd ik beroofd. Nee, dat is niet verzonnen. Ik heb veel verzonnen in het boek, maar dat niet.'

Uit La Superba:

'En toen ik die avond, content over de poëzie van mijn bestaan, als een reusachtige eenzame schim naar huis zwalkte over Via San Bernardo, werd ik beroofd. Ik had altijd gedacht dat ik er te groot en te sterk uitzie om beroofd te worden (...). Maar zij waren met z'n tweeën en ze waren professionals. Uiteraard waren het Marokkanen (...).

'Strak, hard en gelaten vervolgde ik mijn weg. Ik was in Genua. Ik was ontmaagd. Er verscheen zowaar een glimlach op mijn gezicht.'

Het was geen echte beroving, hij heeft het aangedikt. Nachtelijk zakkenrollen, noemt hij het. 'Ik was niet helemaal nuchter meer, dus niet zo snel met mijn reflexen. Ik dacht meteen: dit is Genua, dit is San Bernardo bij nacht.' Net zo laconiek: 'Ik had 50 euro in mijn zak, dus de schade viel mee.'

Wat hij niet opschreef, was dat hij zijn pasjes moest blokkeren, 'met een dronken kop'. Het lukte niet, internet lag eruit. 'Ik heb mijn moeder maar gebeld. Dat was een vergissing, haar geruststellen kostte nog het meeste tijd.'

Op medelijden van zijn buurtgenoten hoefde hij niet te rekenen. 'Iedereen haalde zijn schouders op. Dit soort dingen gebeurt hier zo vaak.'

De meeste toeristen komen niet verder dan de buitenkant van het oude historische centrum van Genua, met zijn vele steegjes waar de zon zelden doordringt. Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant
De meeste toeristen komen niet verder dan de buitenkant van het oude historische centrum van Genua, met zijn vele steegjes waar de zon zelden doordringt.Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant

Wandelen in La Superba

Het centro storico van Genua is een labyrint, voor buitenstaanders. De zon dringt er nauwelijks door. De meeste toeristen komen niet verder dan de buitenkant. Wie hier wandelt, wandelt in La Superba, de roman die Pfeijffer in 2014 de Libris Literatuurprijs opleverde.

De Hoogmoedige, betekent het. Het is de bijnaam van Genua, de stad waar Pfeijffer sinds 2008 woont. In La Superba is de stad meer dan een decor. Genua, en vooral het historische centrum, vormt het hart en de ziel van de roman, de zinsbegoochelende plek met de duistere kanten waar fantasie en werkelijkheid door elkaar lopen en alles begint, en eindigt, met het mooiste meisje van Genua en een afgehakt been van een travestiet.

Pfeijffer woont in een klein appartement aan het Piazza delle Erbe, een pleintje vol terrassen dat elk uur van gezicht verandert en waar bewoners, toeristen en getatoeëerde jongeren elkaar aflossen. Uit La Superba: 'Dat is zo'n zeldzame plek waar het vanzelf avond wordt zonder dat ik daar iets voor hoef te organiseren.'

Vaak zit hij, opschrijfboekje op tafel en bijna zonder onderbreking shag (Drum) rokend, op het terras van een boekhandel die tot bar is verbouwd, Libreria di Piazza delle Erbe, Caffè Letterario in het boek. Ze kennen hem hier. In het openstaande raam staat een exemplaar van La Superba. Achteloos: 'Hebben ze via internet besteld. Ze weten wie ik ben. Ik ben de man die over Genua heeft geschreven. Dat maakt indruk, soms krijg ik ergens korting.'

Een van de vele steegjes van Genua. Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant
Een van de vele steegjes van Genua.Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant

'Betoverend speciaal'

Een fietstocht bracht hem en zijn toenmalige Russische vriendin in de havenstad. Hij deed er verslag van in Filosofie van de heuvel, op de fiets naar Rome. Toen ze onderweg stopten in Genua sloeg de stad toe, 'betoverend speciaal'.

'Rome viel enorm tegen. Dat was te verwachten, de stad was een mythisch eindpunt geworden, het kon alleen maar tegenvallen. Twee dagen later was ze jarig. Wat voor cadeau wil je hebben, vroeg ik. Ik wil terug naar Genua, zei ze. We waren verliefd geworden op de stad.'

Ze huurden er een appartement en besloten twee maanden te blijven. Het werden er vier. 'Toen dacht ik: waarom zou ik eigenlijk terug naar Nederland gaan?'

Vier jaar eerder al had hij de Universiteit Leiden de rug toegekeerd, waar hij werkte als classicus. Het schrijven nam steeds meer tijd in beslag. Hij koos voor wat hij de 'laffe manier' noemt, een jaar onbetaald verlof.

'Na twee dagen wist ik al dat ik niet terug zou gaan. Het beviel veel te goed, ik nam ontslag. Ik hield van mijn vak, maar ik heb er nooit spijt van gehad.'

Claustrofobisch

Vier jaar later wachtte nog een afscheid, van de Nederlandse literaire wereld. Ook dat kostte geen moeite, hoewel hij er lang middenin zat en in Amsterdamse cafés als De Pels en De Zwart het hoogste woord voerde, al drinkend. 'Wat andere schrijvers doen, en niet doen, interesseert me niet meer. Het was bijna claustrofobisch, maar voor een tijdje vond ik het prima. Ik nam voortdurend stelling in literaire debatten. Ik bemoeide me graag overal tegenaan. Nu vind ik de afstand prettig. Ik hou het in de gaten, maar zit er niet meer met mijn neus bovenop'

Hij is trouwens gestopt met drinken, al drie maanden. 'Een Italiaanse vriendin, ze had ook wel een beetje gelijk', zegt hij, alsof dat alles verklaart. Later vertelt hij dat het uit de hand begon te lopen. Het begon 's ochtends met een glas prosecco na de koffie, of twee glazen. Daarna wijn bij de lunch, en dan dóór.

De wandeling voert langs De Bar met de Spiegels waar 'het mooiste meisje van Genua' uit deel 1 van La Superba in de bediening werkte en hij vaak kwam, 'vooral voor haar'. Door naar het beeldschone theatertje Teatro Altrove dat hem in het boek te koop wordt aangeboden. Hier werd het eerste toneelstuk dat Pfeijffer in het Italiaans schreef, Aaamaaaaateeemiii! ('Hou van mij'), opgevoerd.

Het voorlopige eindpunt is een kunsthandel in de Via Garibaldi. Stella werkt daar, de Italiaanse vriendin die hem van de drank afhoudt, een knappe, elegante jonge vrouw die in hetzelfde gebouw woont als hij. Ze zijn verliefd. Haar broer woont in Haarlem en heeft in jeugdelftallen van Juventus gevoetbald, iets wat Pfeijffer, een goed ingevoerde voetballiefhebber, zeer waardeert.

Koffie in de bar tegenover kathedraal San Lorenzo. Het gesprek gaat over de Russische straatmuzikant die de winkeliers hoorndol maakte met haar snerpende stem, een kwestie die mede dankzij Pfeijffer de lokale pers haalde.

Het oude historische centrum. Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant
Het oude historische centrum.Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant

Verzamelplaats voor linkse activisten

En verder gaat het, langs restaurant Ombre Rosse. Nog een anekdote. De eigenaar is een voormalig lid van de Rode Brigades, de Italiaanse terreurgroep uit de jaren zeventig en tachtig. Na 25 jaar is hij vrijgekomen. Zijn restaurant is een verzamelplaats van linkse activisten, vertelt Pfeijffer.

Dit is waar hij wil zijn. 'Hier wordt geleefd. Het oude centrum heeft zijn rauwe kanten behouden, met vleugjes van verval. Dat is de poëzie van het centro storico. De schoonheid is niet opgepoetst. De oude adel loopt hier tussen de hoertjes en de Senegalezen en Marokkanen die hun bendeoorlogen uitvechten. Als de toeristen station Principe uitlopen, hebben ze geen idee van de jungle die aan hun voeten ligt. Je kunt hier vier, vijf werelden tegelijk zien.'

Maar ik wil deel uitmaken van deze wereld. Ik wil wonen in het labyrint als een gelukkig monster, samen met de duizenden andere gelukkige monsters. Ik wil mij nestelen in de ingewanden van de stad. Ik wil het tandenknarsen van haar oude gebouwen verstaan en begrijpen.

De fiets waarmee hij naar Rome reed, heeft hij nog. 'Eigenlijk ben ik weggefietst uit Nederland en nooit meer teruggekeerd.'

Weer nieuwsgierig

Het is alsof hij wakker is geworden in Genua. 'Plotseling leken de dagen veel langer te duren. Hier wachtten nieuwe uitdagingen, de taal, moest ik vrienden maken. Ik werd weer nieuwsgierig, dat gevoel was ik in Leiden kwijtgeraakt.'

Hij begon als een vreemde, 'aan de buitenkant, met het stratenplan in mijn hand'. Verdwalen deed hij veelvuldig en met groot genoegen. 'We brachten eens een avond door in een bar die ik pas een maand later weer terugvond.'

Het plan voor een boek kwam snel. 'Het idee was dat er in deze stad een roman zat. Het duurde een tijdje voordat ik wist wat voor boek de stad van mij verwachtte.'

Het decor, de stad, is in La Superba beschreven volgens de werkelijkheid, maar sommige hoofdpersonen zijn samengesteld uit twee, drie mensen, de Senegalese vluchteling Djiby bijvoorbeeld. De hoofdpersoon, Ilja Leonard, lijkt op hem, maar hij is het niet.

Heeft hij de werkelijkheid overgoten met een saus van fantasie? 'Het is niet goed meer te zeggen wat de werkelijkheid is, en wat de saus. De grens tussen de realiteit en de fantasie is fluïde. Dat is een eigentijds thema: meer dan ooit leven we in een wereld waarin die grenzen vervagen.'

Echtheid

Dat is de reden waarom zoveel waarde wordt gehecht aan authenticiteit, zegt hij. Het begon al met het tv-programma Big Brother, waarin, zo was de belofte, het echte leven zou worden getoond.

'Maar alles was bedacht en geregisseerd. Kijk naar de beelden op Facebook en andere social media, die zijn gecomponeerd en gecreëerd. Meer dan ooit hebben we de vrijheid en de gelegenheid om voor de buitenwacht ons eigen leven vorm te geven. Maar de reactie op die vrijheid is vaak pure paniek. Daardoor gaat iedereen elkaar maar nadoen. Dat is dan zogenaamd authentiek, terwijl het gewoon een sjabloon is.'

Hij vertelt over een voorval van jaren geleden. Zijn vriendin was vreemdgegaan. 'Ik reageerde zoals een bedrogen partner in een film. Van jou had ik dit niet verwacht, we hebben zo veel gedeeld samen! Dat léék authentiek, maar later realiseerde ik me dat ik het eigenlijk helemaal niet zo erg vond. Ik had me alleen maar aan de sjablonen van de fictie gehouden.'

Het brengt hem bij de kern van La Superba. 'Fictie en werkelijkheid lopen steeds meer in elkaar over. Het wordt steeds lastiger om daar een harde grens tussen te trekken. In La Superba verdwalen al die mensen in hun fantasie.'

In de werkelijkheid van het Piazza delle Erbe zit een grijze oude man in de bar waar het boek van Pfeijffer is uitgestald, stilletjes gin-tonic te drinken. Het is Don, een van de personages uit de roman. Daar is hij een voormalige geheim agent uit Engeland die in Genua is blijven hangen, een door iedereen geliefde alcoholist.

Ilja Pfeijffer. Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant
Ilja Pfeijffer.Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant

Succesvol

Het is een vreemde gewaarwording. In de roman sterft hij en maken bewoners van het oude centrum van zijn begrafenis een grootse gebeurtenis. 'Hij weet dat hij doodgaat in het boek, ik heb het hem verteld. Hij vond het prachtig. Don paste heel goed in het boek. Van alle immigranten die in het boek voorkomen is hij de enige die min of meer succesvol is, juist door zich niet aan te passen. Hij heeft een eigen leven voor zichzelf verzonnen en zijn fantasie waargemaakt.'

In het echt valt Don trouwens wat tegen. 'Vóór zijn vijfde gin-tonic is hij chagrijnig, na zijn zevende is hij dronken. Dus je moet er snel bij zijn.'

Zuchtend ging ik op een trappetje zitten tegen een deur. 'En dit dan?', zei ik tegen mezelf. 'Is dit ook alleen maar fantasie?' De deur werd van binnenuit opengemaakt. Ik draaide mij om.

'Jouw fantasie is mijn beroep.'

Ik kon hem niet goed zien in het donker, maar hij was bepaald forsgebouwd. Hij droeg een pruik en een strak, kort jurkje. Hij miste een been. 'Kom', zei hij.

Van La Superba werden tot nu toe vijftigduizend exemplaren verkocht. Een voorname Italiaanse uitgeverij overweegt de roman op de markt te brengen. De directrice twijfelt nog vanwege de vele seksscènes. 'Ze lusten er wel pap van in het boek. Misschien dat ik wat details aanpas, om de lieve vrede te bewaren.'

Genua. Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant
Genua.Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant

Welkome verandering

Mede door de Librisprijs is het leven makkelijker geworden, zegt Pfeijffer. Voor het eerst sinds hij ontslag nam bij de universiteit heeft hij geen financiële zorgen meer. 'Ik maak me geen enkele illusie, dit is niet blijvend, maar het was een aangename verandering.'

Het effect van de prijs was groter dan hij had verwacht. Hij heeft een nieuw publiek bereikt. 'Ik zat in de bak van de dichters die ook romans schrijven, maar bij het grote publiek onbekend zijn. Nu ben ik een dichter én een romanschrijver, en bekend.' Hij trekt een vergelijking met de ster op het shirt van een wereldkampioen voetbal. 'Dat dwingt respect af, ook als het team vier jaar later anders van samenstelling is.'

Hier had hij op gehoopt. 'Maar je hoopt altijd.' Half ironisch: 'Tegelijkertijd wapen je je tegen de teleurstelling dat de wereld het geniale meesterwerk niet op waarde weet te schatten.'

Nederland heeft hij achter zich gelaten, het heeft hem naar zijn gevoel nauwelijks nog iets te bieden. Een terugkeer zal hem niks nieuws brengen, hij zou het zelfs als een nederlaag ervaren. 'Mijn leven is hier rijker.' Stellig: 'Ik blijf.'

In de Via Garibaldi wordt de schrijver uit Nederland opzichtig bekeken door een man, overduidelijk een toerist. 'Bent u de schrijver van La Superba?', vraagt de toerist, een Belg. 'Zonder u waren we hier niet geweest, dank u, dank u.' Ilja Leonard Pfeijffer knikt hem vriendelijk toe.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden