Beter leven

Wat kun je doen tegen urineverlies?

Een kwart tot ruim de helft van alle vrouwen krijgt er ooit mee te maken, maar toch is het onderwerp nog altijd taboe: urineverlies. Hoe haal je, ook op oudere leeftijd, droog het toilet?

null Beeld Matteo Bal
Beeld Matteo Bal

Ongewild urineverlies komt op alle leeftijden voor. Wetenschappers berekenden dat 6 tot 9 procent van de kinderen op de basisschool nog wel eens in zijn broek plast. Bij ouderen in verzorgings- en verpleeghuizen treft de kwaal de helft van de bewoners. Over de groep ertussen, volwassenen, ontbreken precieze cijfers. ‘Dit onderwerp is nog altijd een taboe in de spreekkamer’, zegt Laetitia de Kort, hoogleraar urologie aan UMC Utrecht. Maar er speelt nog iets anders: ‘Veel mensen denken dat urineverlies nu eenmaal bij het ouder worden hoort. Ze denken dat er toch niets aan te doen valt. Zonde, want niets is minder waar.’

Ruwweg bestaan er twee soorten urine-incontinentie. Bij stressincontinentie – nee, dat heeft niets met psychische stress te maken, maar met druk op de buikholte en de blaas – verliest iemand druppels urine of soms een hele plas bij springen, rennen, hoesten, hard lachen en niezen. Daarnaast bestaat er aandrangincontinentie. De blaasspieren trekken dan onverwacht samen, waardoor je plotseling heel nodig moet plassen. Contact met water of kou is vaak een trigger, net als het beruchte ‘deurknopmoment’: in de file lukt het ophouden van de plas prima, maar zodra de sleutel het slot van de voordeur raakt, is het rennen geblazen.

Urineverlies is grotendeels een vrouwenkwaal. Als het bij mannen voorkomt, is er vaak een specifieke oorzaak aan te wijzen, zoals een blaasontsteking of een prostaatkankeroperatie. Bij vrouwen is de anatomie in hun nadeel. Bij het ouder worden wordt het stutwerk dat de blaas ondersteunt minder robuust. Het slijmvlies van de plasbuis wordt dunner en minder stevig, vooral in de overgang. Het steunweefsel verslapt. De zwaartekracht laat zich gelden en de fundering houdt het niet meer. Een verzakking is het gevolg: de blaas, een deel van de darm en de baarmoeder blijven niet meer goed op hun plaats zitten. Een verzakking of prolaps komt bij driekwart (!) van de vrouwen boven de 45 jaar voor.

Een groot deel van de vrouwen merkt daar trouwens niets van. Ook krijgt lang niet elke vrouw last van urine-incontinentie. Maar als dat wel gebeurt, zijn de gevolgen niet mis, zegt Laetitia de Kort. ‘Het gebeurt vaak dat vrouwen met urineverlies een gevoel van minderwaardigheid ontwikkelen, stoppen met sporten of reizen, alleen nog donkere kleding dragen of soms zelfs de deur niet meer uitgaan.’

Andere vrouwen kopen incontinentieverbandjes of -broekjes en berusten in hun lot. Het hoort er nu eenmaal bij, zo is de gedachte. Fabrikanten van incontinentiemateriaal versterken dat idee graag in hun advertenties en tv-spotjes: incontinentie is big business. Jaarlijks gaat er volgens de GIP Databank van het Zorginstituut alleen al in Nederland bijna 132 miljoen euro om aan door de zorgverzekeraar vergoed incontinentiemateriaal. Daar komen de kosten van incontinentieproducten in de vrije verkoop en de verpleeghuizen nog bij.

‘De invloed van de industrie op de continentiezorg is enorm’, beaamt huisarts Marco Blanker, tevens als universitair hoofddocent verbonden aan het UMCG in Groningen. Hij stelt bovendien dat veel huisartsen het onderwerp incontinentie en verzakkingen weinig serieus nemen: ‘Als ik huisartsen een cijfer voor continentiezorg zou moeten geven, zou dat een 3 zijn. Ze vragen doorgaans niet door, doen te weinig lichamelijk onderzoek bij incontinentieklachten en schrijven al snel incontinentiemateriaal voor. Ook bieden ze weinig actieve behandeling aan.’

En dat terwijl de oplossing voor een belangrijk deel van de vrouwen even simpel als goedkoop is: bekkenbodemoefeningen. Blanker is projectleider van URinControl, een gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek met een nieuwe, gelijknamige app. Wat blijkt: gebruik van de app is net zo effectief als behandeling die ingezet wordt door de huisarts, zoals oefeningen of verwijzing naar een bekkenfysiotherapeut.

Het succes, denkt Blanker, ligt in de laagdrempeligheid: ‘Je kunt de oefeningen onzichtbaar uitvoeren wanneer en waar je maar wilt, of je nu in de rij voor de kassa staat of in de auto zit. Een bekende is het aanspannen van de bekkenbodemspieren, alsof je je plas ophoudt of een wind probeert tegen te houden.’

Bieden oefeningen geen soelaas? Dan zijn er ook andere behandelingen mogelijk, meldt Laetitia de Kort. ‘Medicijnen bijvoorbeeld, zoals blaasontspanners bij drangincontinentie.’

Die hebben trouwens wel bijwerkingen, zoals een droge mond, wazig zien, obstipatie en verwardheid. Ook kun je een bandje in het bekken laten plaatsen bij stressincontinentie, meldt De Kort. ‘Dat bandje zorgt voor een extra ondersteuning van de plasbuis. Het is een kleine ingreep die in het ziekenhuis plaatsvindt. Goed opvangmateriaal is belangrijk bij urineverlies, maar het is geen eindoplossing. Realiseer je dat het er niet bij hoort. Je kunt er wat aan doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden