Wat doen al die pakezeltjes in de Cevennen?

null Beeld Foto Theo Stielstra
Beeld Foto Theo Stielstra

Dat inwoners van de Franse Cevennen bijna dagelijks wandelaars met pakezeltjes zien voorbijkomen, is allemaal te danken aan een jonge Schot met liefdesverdriet.

Wat deze Robert L. Stevenson teweegbracht toen hij in 1878 een paar dagen ging wandelen, kon hij uiteraard niet weten. De jonge schrijver - hij zou later doorbreken met zijn boek Schateiland (1883) en vooral met zijn psychologische roman The Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde (1886) - was hard aan vakantie toe toen hij zijn reisbenodigdheden op zijn pakezeltje Modestine vastsjorde.

Want hartepijn was ongetwijfeld de oorzaak van de wandeldrang van deze 28-jarige, zoon van een steil-calvinistische vader (tevens uitvinder van de verbeterde elektrische vuurtoren): hij treurde om het vertrek van zijn tien jaar oudere vriendin Fanny Osbourn. Ze was kort daarvoor vertrokken naar Californië - wel om de scheiding met haar toenmalige echtgenoot erdoor te drukken, maar toch. (Alles kwam goed: het stel trouwde twee jaar later.)

Van Stevensons twaalfdaagse wandeltocht - beslist een onderneming door de soms nauwelijks begaanbare wegen in het ruige en ook voor die tijd lege gebied - verscheen een jaar later een boek.

Reis met een ezel door de Cevennen (in 2008 vertaald, met een voorwoord van Kees van Kooten) behoort inmiddels tot de klassieke wandelbibliotheek. Vooral zijn aanvankelijk moeizame omgang met Modestine, die eerst niet vooruit te branden was, is nog steeds verplichte literatuur voor wandelaars. Ze zullen zijn natuurbeschrijvingen met plezier lezen, zijn streven naar een zo licht mogelijke bepakking herkennen en zijn zorgen om een bed voor de nacht delen.

Toch hebben moderne wandelaars het maar makkelijk, vooral dankzij de oorspronkelijke beschrijving van hun route door hun beroemde voortrekker. Verder zijn er rond de route inmiddels veel voorzieningen ingericht zoals herbergen, restaurants, gidsen en natuurlijk ezelverhuur.

De Chemin de Stevenson, ofwel de GR70, die vanaf Mont Lozère de Cevennen induikt, is 252 kilometer lang. Hij vertrekt in Le Monastier-sur-Gazeille en leidt naar Saint-Jean-du-Gard. De route in het zuidelijke deel van het Massif Central volgt deels de bovenloop van de Loire, gaat over hoogten tot 1.200 meter, passeert gehuchten met middeleeuwse burchten en zou in twaalf dagen te lopen moeten zijn. Het is een drukbewandelde route, maar populairder zijn de deeltrajecten, de zogenaamde Petites Randonnées (PR).

Een van die tochtjes brengt je op de flanken van de Mont Lozère, waar het bepaald rustig wandelen is door dennenbosjes en over heidevelden. Rustig zoals trouwens in de hele Lozère: het is het leegste departement van Frankrijk met 14 inwoners per vierkante kilometer. De glooiende heidevelden rond de piek van 1.699 meter zijn bezaaid met rond afgesleten rotsformaties. Hier en daar staan puntige granieten rotsen als wachters overeind. Ze vormen, na de velden bij Carnac in Bretagne, de grootste verzameling menhirs van Europa. Over de betekenis van deze prehistorische landmarks bij de Col de Finiels wordt gegist. Het gebied, met op heldere dagen zicht tot aan de Middellandse Zee, was een van de twee hoogste punten op de tocht van Stevenson. Ook zijn ezel moet dat hebben gevoeld.

nl.cevennes-montlozere.com

lozere-tourisme.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden