Tien jaar zes coaches: wie volgt?

Zes bondscoaches versleet de vrouwenschaatsploeg in de afgelopen tien jaar. Het vele gewissel van de wacht heeft zijn uitwerking op de prestaties en de sfeer in de ploeg niet gemist....

TYNKE LANDSMEER

Jan Wiebe Last (1988-1991)

Eén jaar voor de Spelen legde Jan Wiebe Last plotseling zijn functie neer. Hij kreeg veel kritiek te verwerken, omdat de kloof met de Oostduitse schaatssters niet werd gedicht.

'HET PROBLEEM IS dat ze het hele jaar bij elkaar zitten, terwijl ze geen vriendinnen zijn. Ik zou ervoor willen pleiten om tijdens de zomermaanden in vier verschillende regio's te trainen, met één centrale coördinator die iedereen op de hoogte houdt van de ontwikkelingen. En één keer in de zoveel tijd een gezamenlijk trainingskamp.

'Dan kun je in november selectiewedstrijden houden en daarna pas de definitieve kernploeg samenstellen. Dat heeft veel voordelen. In het gewest is het altijd gezelliger, vaak gecombineerd met mannen, je zit niet het hele jaar op elkaars lip en er is minder heisa omheen dan om een kernploeg.

'In elke ploeg gebeuren wel eens dingen, maar bij vrouwen blijft het misschien iets langer hangen. Dat is net een ballonnetje dat steeds groter wordt en dan ontploft. Als coach moet je oplettender zijn, problemen in een vroeg stadium signaleren.

'Er ontstaan in een ploeg snel clubjes, omdat je in het buitenland altijd twee aan twee op een kamer slaapt. Ik zorgde ervoor dat dat per week gewisseld werd, zodat iedereen elkaar beter leerde kennen. En af en toe gingen we samen winkelen, of bij de pizzeria eten.

'Als coach heb je weinig mogelijkheden om sancties te nemen als iemand in de ploeg zit te jennen of te klieren. Je kunt moeilijk zeggen: ga maar naar huis. Dus als er problemen ontstaan, wordt de trainer het slachtoffer. Dat is bij voetbal precies hetzelfde.'

Arie Koops (1991-1992)

Eén jaar voor de Spelen in Albertville nam hij het roer van Jan Wiebe Last over. De twee vierde plaatsen van Carla Zijlstra waren aanleiding voor de commissie kernploegen om de pas 28-jarige coach al na één jaar weer te ontslaan.

'SCHAATSEN IS EEN individuele sport, maar toch wordt er van de sporters verlangd dat ze in één ploeg samenwerken. Daar zit iets scheefs in. Misschien dat mannen daar beter mee om kunnen gaan. Vrouwen zijn iets emotioneler, die accepteren niet zo snel iets van elkaar.

'Een gemengde ploeg heeft daarom voordelen. Als een man roept: hou eens op met dat gemuts, dan wordt dat makkelijker geaccepteerd. Vrouwen blijven langer doormokken. Persoonlijk heb ik ze altijd als individu geprobeerd te benaderen, maar je moet wel een kans krijgen om iets met ze op te bouwen. Als het na één jaar niet draait, word je al doorgespoeld.

'In een ploeg van zes vrouwen zijn er altijd wel twee die het niet zo zien zitten in een coach. Ik denk dat ze eerst bij zichzelf te rade moeten gaan wat ze precies willen. Nu wordt hup de volgende coach weer aangesteld. Dat kun je niet vol blijven houden.

'Yvonne van Gennip heeft daarin een nadrukkelijke rol gespeeld. Er waren maar weinig mensen die vat op haar hadden, ik ook niet. Zij had eigenlijk alleen vertrouwen in Tjaard Kloosterboer. Het lijkt een beetje dezelfde situatie als nu. Er zijn altijd wel weer ploegmaatjes die daarin meegaan en zich achter haar scharen.

'Toen de geruchten mij bereikten dat de helft van de ploeg geen vertrouwen in mij had, heb ik de eer aan mijzelf gehouden.'

Henk Gemser (1992-1994)

Met zijn jawoord aan de KNSB voorkwam Gemser op het allerlaatste moment dat de kernploeg opgeheven zou worden wegens gebrek aan prestaties. Twee jaar later leverde hij de huidige lichting schaatssters af aan Ab Krook. Als bondscoach van de mannen volgt de pedagoog de ontwikkelingen bij de vrouwen nog altijd op de voet.

'MIJN IJDELHEID was gestreeld. Ik voelde het als een uitdaging om die ploeg te coachen. Er heerste totale disharmonie en anarchie, en daar ben ik als een soort brandweerman ingestapt.

'De afgelopen tien jaar was er altijd wel wat. Toen Yvonne van Gennip olympisch kampioen werd, was er een ongezellige touwtrekkerij gaande tussen de bondscoach Egbert van 't Oever en Tjaard Kloosterboer. Vervolgens werd Jan Wiebe Last afgeserveerd, na stemmingmakerij door de meiden en zijn vervanger Koops moest na een jaar alweer weg omdat hij er geen homogene groep van kon maken.

'Ik moest puinruimen en dat heeft tot groot verdriet van mij een paar mutaties gekost. Ik kreeg geen verkering met Sandra Voetelink en Lia Van Schie, we spraken elkaars taal niet.

'Je stelt jezelf vooraf een aantal doelen en je probeert daar met z'n allen het beste van te maken. Maar als er schaatssters zijn die het proces ondermijnen, dan moet ik als procesbewaker ingrijpen. Het voordeel ten opzichte van mijn jongere collega's, zoals Arie Koops, was mijn fikse staat van dienst. De commissie kernploegen steunde mij.'

Gemser wil de verantwoordelijkheid voor de vele trainerswisselingen niet alleen bij de vrouwen leggen. De commissie kernploegen heeft daarin ook een grote rol gespeeld. Volgens Gemser heeft zij haar oor te veel bij de sporters te luisteren gelegd. Bovendien hadden ze nog even moeten wachten met de invulling van de functie van topsportcoördinator.

'Ik vind het niet van een groot bestuurlijk vermogen getuigen als je anderhalf jaar voor de Spelen een dubbeltaak voor Ab Krook accepteert. Die functie hadden ze beter in de vrieskist kunnen zetten, zodat Ab nog vol aan de slag had gekund met die meiden. Dan heb je een kanjer voor de ploeg staan die het klappen van de zweep kent.

'Je zag die groep in disharmonie afzakken. Daar kun je de vrouwen wel op aanspreken, maar het is de vraag waar de schuld ligt. Het was niet echt duidelijk wat de taakomschrijving was voor Aart van der Wulp en nu weer voor Sijtje van der Lende.

'Misschien ligt de oorzaak meer bij het feit dat vrouwen altijd een exclusiviteitsrecht willen hebben. Liefst zouden ze allemaal een eigen ploegje willen hebben, maar daar is geen geld voor. Vrouwen zijn veel minder bereid om dingen in te leveren voor het groepsbelang. Daarom heb ik me vaak de vraag gesteld of ik het nog wel leuk vond. Ik moest voortdurend opboksen tegen het gebrek aan collectiviteit.'

De jaloezie onder vrouwen, die veel sneller aan de oppervlakte komt dan bij mannen, staat een gezonde teamgeest in de weg. Met afgunst wordt de samenwerking in de gemengde sprintploeg gadegeslagen door de vrouwen. Toch ziet Gemser geen oplossing in een gemengde allroundploeg.

'Dat is praktisch onmogelijk, daarvoor is het niveauverschil te groot. De sprinters doen voornamelijk kort werk, dus dat is nog wel te combineren. Maar de beulen waarmee ik werk, trainen zo wezenlijk anders dan de vrouwen. Dat is niet te vergelijken.

'Toch doet het best pijn als ik die vrouwen zo zie worstelen. Het is niet nodig. Het is zo'n contrast met de jongens. Je zou ze zo graag een positieve klap van de molen mee willen geven.'

Ab Krook (1994-1996)

Accepteerde, zeer tegen de zin van de schaatssters, de functie van topsportcoördinator, maar beloofde tot en met de Spelen van Nagano nauw betrokken te blijven bij de ploeg.

'IK WEIGER TE ZEGGEN dat vrouwen moeilijker zijn dan mannen. Daar wordt altijd zo de nadruk opgelegd. Natuurlijk is er verschil, maar niet extreem. Het is niet zwart-wit. Dat is dus niet de reden dat er zoveel trainerswisselingen zijn geweest.

'Het heeft meer met de uiteenlopende karakters in de ploeg te maken. De vrouwen zijn daarin iets minder gelukkig geweest dan de mannen. Zij willen allemaal de beste zijn en daarin beconcurreren zij elkaar fel. Bij de mannenploeg is er een duidelijker onderscheid in allrounders en stayers.

'Deze vrouwen zijn fulltime met hun sport bezig en hebben zo langzamerhand meer ervaring dan een trainer die er nieuw bijkomt. Het is niet te vergelijken met een sport als volleybal, waarbij een trainer uit de eredivisie moeiteloos het vak van bondscoach kan invullen. Het is bij het schaatsen lastiger om een coach direct het vertrouwen te geven.

'Maar deze sporters moeten wel in een 24-uurs situatie met een coach om kunnen gaan. Als zij dat niet zien zitten, dan vind ik dat zij het recht hebben om dat te zeggen. Dat heeft niet altijd te maken met slechte prestaties. Tonny de Jong werd Europees kampioen en toch was zij de grootste tegenstander van Aart van de Wulp. Dat is niet altijd te verklaren.

'Het is ook niet zo dat trainers altijd uit onvrede zijn vertrokken. Maar soms zouden sporters eerst even voor de spiegel mogen gaan staan, voor ze weer iets roepen.'

Aart van der Wulp (1996-1997)

Volgde in naam Ab Krook op, die de functie van topsportcoördinator kreeg, maar was in praktijk slechts assistent van Krook. De schaatssters, Annamarie Thomas voorop, wilden liefst alleen door Krook worden gecoacht.

'DIE MEIDEN zagen me als assistent van Ab, zo was het eigenlijk ook afgesproken, maar in naam was ik bondscoach. Daar ben ik uiteindelijk op afgerekend. Ik heb nooit een eerlijke kans gehad. Volgens de commissie kernploegen trad ik niet genoeg op de voorgrond en kwam ik niet zeker genoeg over.

'De ploeg heeft zich nooit naar mij toe opengesteld om te ontdekken dat ik het ook kon of wist, want ze wilde eigenlijk alleen met Ab verder. Dus na een jaar moest ik weg. Dan kun je wel willen blijven zitten, maar er hoeft er maar één tussen te zitten die pertinent niet met je verder wil, in dit geval Tonny de Jong, en dan houdt het toch op.

'Dan kun je concluderen dat die meiden teveel macht hebben, maar zakelijk gezien is er geen keuze mogelijk tussen Tonny en mij. Dat zou een sponsor niet pikken. Daarvoor zijn de commerciële belangen te groot. Tonny was de Europees kampioen, ik in hun ogen een veredelde stagiaire.

'De commissie kernploegen zal het toch wel in mij zien zitten, anders hadden ze me geen andere functie aangeboden. Maar ik hoop dat zij hier van heeft geleerd. De ploeg heeft tot twee keer toe geroepen dat ze Sijtje van de Lende niet als coach wilden hebben en het jaar erop willen ze haar ineens wel.

'Ik hoop dat de bond zo slim is om Sijtje wel een eerlijke kans te geven.'

Sijtje van der Lende (1997-'98)

Het gebrek aan teamgeest in de vrouwenploeg en het ontbreken van een duidelijke leiding frustreerde de schaatssters tijdens de teleurstellend verlopen Spelen. Hoewel de positie van Van der Lende wankelt, zou ze graag nog een jaar door willen.

'BIJ HET GEWEST was ik de baas. Nu heb ik te maken met Ab Krook, commissies en besturen. Dat is me tegengevallen. Ik ben aan handen en voeten gebonden. Als ik iemand wegstuur, krijg ik de hele wereld over me heen. Ik kan niet meer onverbiddelijk streng zijn.

'Dat kon wel in het gewest. Zes uur verzamelen, was zes uur. En als iemand twee minuten te laat kwam, dan zorgde ik wel dat we ergens in een bos waren, waar niemand ons kon vinden. Dat kan nu niet meer. Hier gaat iedereen toch een beetje zijn eigen gang.'

Carla Zijlstra, de grootste tegenstandster van de komst van wéér een nieuwe coach, bleef leunen op de aanwezigheid van Krook en zonderde zich menigmaal af van de trainingen. Als de ploeg ging fietsen, ging Zijlstra schaatsen. Achteraf verweet ze Krook te weinig bij de ploeg betrokken te zijn geweest.

Van der Lende: 'Af en toe kreeg ik wel eens het gevoel, wat doe ik hier eigenlijk. Ze accepteert niks van mij en wil per se dat Ab er de hele week bij is. Soms had ik er beter helemaal zelf voor kunnen staan. Volgend jaar moet het dan ook anders. Dan wil ik de vrije hand. Zonder Ab en met vers bloed in de ploeg.

In het jaar voor de Spelen werd Van der Lende juist bij het gewest Friesland weggehaald vanwege haar speciale band met De Jong, De Loor en Thomas. Altijd konden de schaatssters bij haar terecht voor advies. Die situatie is veranderd.

'Sporters zijn egoïstisch, ze willen alles. Vorig jaar hadden ze mij als extra coach. Als ze terugkwamen van een trainingskamp, dan kwamen ze een paar dagen bij mij in het gewest trainen en dan was het feest. Ik was een soort bliksemafleider. Even bijpraten. Dat missen ze nu. Daarom wilden ze mij in eerste instantie liever niet als fulltime-coach.

'Ik denk dat de meeste meiden wel met mij verder willen. Zo slecht hebben we dit seizoen helemaal niet gepresteerd. Allemaal hebben ze hun pr's verbeterd. Het verschil met vorig jaar is wel groot, maar toen leefden we duidelijk boven onze stand.

'Die Duitse schaatssters zijn zo allemachtig sterk, daar kwamen we dit seizoen met de beste wil van de wereld niet aan. Anni Friesinger is ook ineens uit het niets naar boven geklommen. Zoals zij trainen, zo zijn deze meiden niet opgevoed. Als Niemann 's avonds heeft gereden, staat ze de volgende ochtend alweer op het ijs haar rondjes te draaien. Met dat feit hebben de Nederlandse schaatssters al tientallen jaren te stellen, dat frustreert natuurlijk ook. Dit is geen mannenploeg die zomaar even kampioen wordt.'

De tegenvallende prestaties hadden eveneens hun weerslag op de teamgeest. Alle vier zochten hun vertier elders. Hoewel Van der Lende vindt dat een topsporter daar niet gevoelig voor zou moeten zijn. 'Die hoort er lak aan te hebben of er al dan niet een goede sfeer in een groep heerst. Maar kennelijk speelt dat voor sommigen toch een rol. Als we medailles hadden gehaald, had je niemand horen klagen.

'We missen een echte leider in de ploeg. Gewild of ongewild, kan die de rest van de ploeg op sleeptouw nemen. Zelfs in de dierenwereld werkt dat zo. Thuis heb ik een kippenhok en daar is ook één kip de baas. Die is altijd het eerst bij de voederbak en krijgt het meest te eten.

'Volgend jaar wil ik het anders doen. Ik hoop dat de KNSB en mijn werkgever mij nog een jaartje de kans geven. Zoveel keus heeft de bond niet. We zijn zo langzamerhand door de trainers heen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden