Stuifzand en vliegdennen

De winter zit in een midlifecrisis: ijzige paden in het bos. Maar de Veluwe heeft ook het Kootwijkerzand. Nell Westerlaken en fotograaf Marcel van den Bergh komen strijdbare vliegdennen en kokette hoefafdrukken tegen....

Scandinaviërs schijnen bij voorkeur zelfmoord te plegen als de sneeuw gaat smelten en zelf worden we er ook niet vrolijk van. De oude sneeuw ligt in vuile slingers langs de bosrand, als de resten van een feest die niemand heeft opgeruimd. De aangestampte parkeerplaats is grauw en spekglad. Zelfs de honden lopen er behoedzaam.

Gelukkig hoef je bij de Essener Dennen niet meteen het bos in, waar ook delen van de paden met ijs zijn bedekt. Het Kootwijkerzand strekt zich verleidelijk uit, er zijn geen paden en al achter het eerste duin is er geen mens of hond meer te bekennen.

Dat wil zeggen: er is niemand te zien, maar des te beter te horen. In de verte is het namelijk oorlog. Onze jongens en meisjes bestrijden deze zaterdagochtend een denkbeeldige vijand op militair oefenterrein het Harskampse Zand.

Afgezien van de granaatsalvo’s en mortierinslagen is het rustig. Wat heet. Er is geen vogel te horen. De verstandigen onder hen overwinteren elders, de anderen zijn misschien voor het leger op de vlucht.

De duinen vormen ruggen en kleine eilanden in een zee van zand, met vaak een paar grillig gevormde bomen erop. Ze hebben hun leven lang gevochten tegen de wind en het zand waardoor ze zijn gaan lijken op strijdbare oude olijven of pijnbomen aan zee. Vliegdennen heten ze. Sommige lijken met hun uitwaaierende takkenschermen zomaar te kunnen opstijgen bij de eerste windvlaag.

Een zandgebied heeft als voordeel boven een bos dat je er eenvoudig dierensporen kunt vinden. Die zijn er genoeg. In nauwelijks een half uur tijd zien we afdrukken van tenminste vijf soorten hond. Hun baasjes droegen stevig schoeisel met een profiel waarmee je de Matterhorn wel zou aandurven. Onder een zandduin met een dennenbosje vinden we nog wat anders: een spoor van hertenhoefjes. Ze steken haast koket af bij de grove hondenprenten.

Het Kootwijkerzand, het grootste stuifzandgebied van Europa, is mooi woest vandaag. Loop er in, kijk om je heen en je weet ineens de weg niet meer. Wat niet helpt bij het bepalen van de richting is dat de lucht egaal grijs is, waardoor het beige zand een kouwe kleur krijgt, zonder schaduwen. Vergeleken met de bossen vol paden en wegwijzers lijkt het naar Nederlandse maatstaven niet helemaal af, een beetje vergeten in de regelzucht.

Het is de paradox van een Nederlands natuurgebied: het was niet de natuur die hier eeuwen vrij spel had; de mens ging hier zo hard tekeer met zijn bijlen en schoppen dat de wind vrij spel kreeg. Aan het begin van de 20ste eeuw greep Staatsbosbeheer in en plantte dennen om de erosie te stoppen.

Na een uur dwalen door het zand en het gooien van ijzige sneeuwballen, zoeken we het bos op. We volgen ons eigen spoor terug: nog een voordeel van een zandterrein. De oorlog verderop is voorbij of het is schafttijd in de kazerne. Alsof de Taliban daar straks rekening mee gaan houden.

Wanneer we het punt bereiken waarop we het pad van Staatsbosbeheer verlieten naar het stuifzand, zijn de paaltjes weg. Wat we ook zoeken: we zullen op eigen houtje het bos in moeten. Maar onverwacht krijgen we hulp van het leger. Als het schieten weer begint, kunnen we ons oriënteren op de richting van het geluid. Na een tijdje vinden we toevallig de bewegwijzering weer van de route waar we op de parkeerplaats aan zijn begonnen.

We sjouwen over drassige paden en moeten er soms af om een ijzig stuk sneeuw te vermijden. In een periode waarin de winter zijn midlifecrisis beleeft en de lente nog ver weg is, is het dood tij in het bos. Het ruikt nergens naar, naar fris groen noch rottend bruin, en de afgevallen bladeren zijn al weken geleden opgehouden met ritselen. Ze zijn slap van het vocht.

Alleen de mossen en schimmels doen het goed. Vlekken heldergroen sterretjesmos drukken zich door de bladeren op de grond omhoog. De stammetjes van de jonge bomen zijn onderaan bedekt met een harige soort, en sommige oude dennen zijn aan één kant groenblauw gekleurd. De ruwe stukken bast lijken hierdoor van een afstandje op te lichten en krijgen iets weg van blinkende schubben.

Van alle bomen zijn de dode nu het mooist. Een zilverberk staat magistraal te sterven, ondersteund door een jongere loofboom die tegen hem is aangegroeid. In lange vellen hangt de witte bast naar beneden als losgetrokken behang. Vogels hebben ruwe gaten in de stam gepikt zodat de afbrokkelende vaatbundels goed zichtbaar zijn.

In de buurt van de parkeerplaats horen we uitgelaten honden blaffen. Een even uitgelaten gezelschap komt tevoorschijn van wie iedereen ongeveer dezelfde hond heeft. De leden van de Stichting Windhonden in Nood hebben hun maandelijkse wandeling erop zitten.

Twee honden dragen een belletje. ‘Windhonden vliegen overal op af en zo kun je horen waar ze zijn’, zegt een vriendelijk dame. Terwijl haar medeleden slippend de parkeerplaats verlaten, geeft ze een klein college windhond. Die met die lange haren zijn Afghaanse, de grote gladde is een greyhound, de kleine gladde een podenco. Zo leer je nog wat op een windstille, kleurloze dag in een Nederlands bos. Over windhonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden