Stokbroodangst

Het was zo'n vakantie waarin niets aan het toeval was overgelaten. De culturele voorbereiding was degelijk geweest: ze hadden zowel de films van monsieur Hulot gezien, als die van Louis de Funes en inspecteur Clouseau, zodat ze wisten hoe de Franse ziel in elkaar stak....

Het bakkie achter de auto was een staaltje van precisiepakwerk. Broodbeleg met een houdbaarheidsdatum tot ver in het volgende decennium, woordenboeken van het niveau 'Goedendag, weet u de weg naar het dichtstbijzijnde ANWB-steunpunt', een voorraad wc-papier berekend op drie maanden schijterij en een EHBO-doos waarmee moeiteloos een peloton onderuit geschoven wielrenners kon worden behandeld. Naar Frankrijk zouden ze. Oom en tante voor het eerst naar het buitenland. We schrijven 1969.

Drie weken later kwamen ze terug. Het verkeer daar was een kriem, zoals oom zei in zijn nieuw verworven vocabulaire, het was een land vol monsieur Hulots, de camping was lang niet zo schoon als die in Ermelo en zonder hun houdbare broodbeleg zouden ze van de honger zijn omgekomen. Het duurde drie Franse vakanties lang voor ze over hun stokbroodangst heen waren. Vier jaar geleden, gepensioneerd inmiddels, kochten ze een huis in de Morvan.

Oom en tante en met hen een hele generatie waren verkenners in vakantieland. Inmiddels vindt elke zomer een volksverhuizing plaats naar Frankrijk, de Franse keuken kent zelfs op het Nederlandse platteland geen geheimen meer en in plaats van broodbeleg mee héén, komen kofferbakken vol typisch Franse producten mee terug.

Valt er deze week een brochure op de burelen van de Franse ambassade - met de ANWB als handlanger en drie Franse multinationals als financier. Embargo tot 19 mei 1998 stond erop. Een opvoedcursus voor Nederlandse toeristen om een aantal vooroordelen uit de weg te ruimen, volgens de inleiding. In een kleutertaaltje dat begrip moet wekken voor het 'andere' karakter van Frankrijk, wordt Nederlanders in een stripverhaaltje diets gemaakt hoe ze zich dienen te gedragen.

'Ach gut', zei tante toen ze de brochure onder ogen kreeg, 'kijk nou toch eens Ger, het lijken wij wel, toen we met onze Simca voor het eerst naar het zuiden kachelden. Weet je nog.' Vertederd lazen ze de zogenaamde vooroordelen. Persoonlijk had ik er nog nooit van gehoord, maar mijn jaarlijkse bezoeken aan Frankrijk zijn ook pas begonnen in 1980. Dat Fransen kil zijn, en onhygiënisch, dat het eten anders is maar eigenlijk best wel lekker, en meer van die grappen.

Oom en tante hebben wat Franse vrienden uit de Morvan over de vloer tot na de Pinksterdagen. Terwijl tante stokbrood met tapenade presenteerde, haalde oom nog een fles Bordeaux uit de wijnkelder. 'Vreemd', zijn oom nog tot hilariteit van de vrienden, 'het vooroordeel dat jullie arrogant zijn en anderen zo graag de les lezen, komt niet aan de orde in de folder.' Het vooroordeel in het drukwerk dat Fransen geen gezellig volk zouden zijn, werd in stijl ontkracht.

Binnenkort keert het gezelschap terug naar de Morvan. Tante neemt diverse schoenendozen vakantiefoto's, bewaarde rekeningetjes en vergeelde toeristenfolders mee, om ze na al die jaren eindelijk eens rustig in te kunnen plakken, te beginnen bij 1969. De nieuwe brochure komt voorop het eerste plakboek; Welkom in Frankrijk.

Nell Westerlaken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden