'Post'jagers te voet naar Indië

Met welke reislectuur vermaakten zich temidden van de vier muren van hun huiskamer onze (over)grootouders? Naar welke exotische landen lieten ze zich op papier meeslepen door landgenoten die het avontuur zochten en er ook nog over schreven?...

Frans van Schoonderwalt

In Parijs verwonderen de twee Nederlanders zich over de geringe lengte van de Fransen ('peuters'), in Genua sturen ze hun winterkleding terug naar huis alsmede hun nette pakken ('ze zijn te veel ballast voor ons als we loopen') en in Rome gaat hun belangstelling allereerst uit naar de Tentoonstelling der Fascisctische Omwenteling ('geen overweldigende indruk').

Twee Nederlandse jongens zijn op weg naar Indië. Te voet! 'Twee werklozen, wien de lediggang verdriet', zoals de destijds befaamde dr. P.H. Ritter jr hen afschildert in zijn voorwoord van 'Post'jagers te voet naar Indië. 'Vliegen of varen naar Indië, zij hebben er geen geld voor, welnu zij zullen toch de plaats bereiken waar de arbeid wacht; zij zullen l o o p e n naar Indië.'

De bijnaam 'Post'jager kregen ze van de volksdichter Clinge Doorenbos die op zijn beurt de naam ontleende aan het snelpostvliegtuig Pander ofwel Postjager, in 1933 gebouwd in opdracht van het Studie Comité Snelpost Nederland - Indië. Opzet was een monopoliepositie van de KLM te voorkomen, maar de Postjager faalde al op zijn eerste vlucht. Later zou het vliegtuig op het vliegveld van Rangoon verongelukken tijdens de roemruchte Londen-Melbourne-race van 1934.

De lopende Postjagers zijn de 27-jarige Tjark van Heyningen ('student Wageningen') en de zes jaar jongere Eddy Greidanus ('student Deventer'). Met ieder 25 gulden op zak reizen ze in december 1933 af, nauwelijks twee weken na de Pander. Die vertrekt van Schiphol met aan boord vijftigduizend poststukken, zij vertrekken van Bussum met op zak een groot aantal adressen van landgenoten onderweg die hen hopelijk van logies en advies willen voorzien. Hun vertrek verloopt niet ongemerkt: 'De Pers, die opgebeld is om Foto's te maken, is spoedig ter plaatse. We trekken onze gekste gezicht en voelen ons heele persoonlijkheden, vooral als de fotograaf ons fuift op een kopje koffie.'

Die adressen bieden overigens geen waterdichte garantie voor overnachting. Zo klinkt het in Génève: 'Gaat maar naar het Leger des Heils!' Bitter tekent Van Heijningen aan: 'Stad van Volkenbond en Vredesgedachte!' Gelukkig voor hem blijkt het een van de weinige Nederlanders-in-den-vreemde, die niet onder de indruk raken van de ondernemingslust van deze twee werkzoekenden.

Het is de tijd dat een halve (Italiaanse) lire in Brindisi acht (Griekse) drachmen oplevert 'en alvorens verder te gaan, besluiten we dat geld eerst te verbrassen' in Piraeus. Verbrassen betekent: 'We beginnen met door een schoenpoetser onze kistjes te laten poetsen à 1 Drachme.'

De reis loopt via Griekenland en de Syrische woestijn naar Bagdad, 'de Sprookjesstad' waar iedereen met een rugzak 'voor een Duitsche Wanderbursche wordt versleten'. Daar treffen ze nog een reizende landgenoot, Brederode, die per motorrijwiel op weg is naar Indië en die hun dagboek voorziet van de opwekkende boodschap: 'Denk aan het lot van den Duitser Rudolf May en den Amerikaan Raymond Fisher, die hier vermoord werden.' De tweevoudige moord vond plaats in de nacht voordat de 'Post'jagers in Bagdad neerstreken.

In Irak ook ontmoeten ze de echte Postjagers in de persoon van gezagvoerder Geijsendorffer en marconist Van Straaten. En ter plekke vormen ze zich maar meteen een stevige mening over Arabieren, 'aardig om in de bioscoop te worden gezien, of op een kleurige affiche van een of ander reisbureau. In nature kunnen ze ons, evenmin als Bagdad, bekoren'.

Perzië is de volgende aanlegplaats, waar ze in Teheran een carnaval ter ere van de Sjah bijwonen, een optocht van versierde wagens. 'Wat wij missen is een vroolijk mopje muziek en. . . vrouwen. Zonder die beiden is voor ons de ware stemming ver te zoeken.' Wat ze opmerken: 'Dat de Sjah de kunst verstaat, zichzelf op den voorgrond te stellen.'

En natuurlijk staan ze weer met hun mening klaar over de bevolking: 'Perzen zijn bijzondere menschen. Hun grootste fout is wel, dat ze ongelooflijk dom zijn, zonder er zich van bewust te zijn.'

Karatchy, Bombay, Rangoon ('Burmah is eigenlijk het eerste prettige land, dat we doorkomen, sinds Griekenland'), Calcutta, het Moelmeyn-gebergte, in gestaag tempo schuift Azië voorbij onder de voeten van de 'Post'jagers. De gastvrijheid van de landgenoten is groot. Een van hen schrijft: 'Na een genoeglijk weekje samen met onze jeugdige landgenooten te hebben doorgebracht, sturen we ze maar weer met een gerust hart verder.' Een ander noteert: 'Het was voor ons Hollanders in Britsch Indië een echt prettige verrassing, plotseling twee stoere Hollandsche jongens op bezoek te krijgen.'

Mei 1934 bereikt het tweetal na een vermoeiende en geleidelijk eentonige rimboe-tocht ('de muskieten in dit oord zijn geweldig enthousiast') Bangkok waar de Nederlandse consul hen verrast met een 'flesch echte Hollandsche bols' en met de mededeling de fles aan te breken voordat Straits Settlements is bereikt 'daar we anders invoerrecht zullen moeten betalen'. Dus gaat de fles er aan tijdens de treinreis naar Haad Jay, al tonen hun Siamese medereizigers zich afkerig van de kostelijke drank.

In Penang blijkt Greidanus Malaria Tropica te hebben, uitgerekend terwijl ze bij een Nederlandse doktersfamilie logeren. Ondertussen heeft de agent van de Nederlandsche Handels Maatschappij naar de gouverneur van Sumatra's Oostkust getelegrafeerd: 'Op hen is van toepassing het schoone woord van een fabrikant in sigarenaanstekers: Zuinig in gebruik en derangeert niet in uw zak.' Prompt verleent die toestemming zijn land te betreden.

Van Heijningen legt alleen de laatste etappe af om binnen de gestelde limiet in Medan te kunnen solliciteren bij de firma Linde Tevis. Daar wacht hem een koude douche: hij wordt te oud bevonden! Greidanus daarentegen 'over wiens kundigheden ik de loftrompet had gestoken, mag, direct na zijn herstel, naar Batavia komen om in dienst te treden'.

Toch kent 'Post'jagers te voet naar Indië een algeheel happy end: een Engelse maatschappij, 'die het eens blijkt te zijn met mijn theorieën over Engelsche sportiviteit en waardeering daarover', biedt Van Heijningen een baan op een rubberonderneming aan, 'ook al ben ik te oud'. Eind goed, al goed. 'De tocht is volbracht. . .'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden