Weekendgids

Ontwerper Bas van Beek: ‘Mijn werk is er voor iedereen’

Hoge en lage cultuur, kunst en kitsch: voor de Nederlandse ontwerper Bas van Beek (46) maakt het geen verschil. In zijn recalcitrante werk, nu gelijktijdig te zien in vier musea, speelt hij overal leentjebuur. Waar haalt hij zijn inspiratie vandaan?

Bas van Beek. Beeld Daniel Cohen
Bas van Beek.Beeld Daniel Cohen

‘Deze koffiepot van Frank Lloyd Wright is een ontwerp van mij’, zegt Bas van Beek, wijzend naar een modernistisch serviesstuk in een vitrine van het Kunstmuseum in Den Haag. Door de geometrische lijnvoering en de eenvoudige decoraties oogt het inderdaad als een onvervalste Frank Lloyd Wright (1867-1959), volgens velen de grootste architect ooit. Hoe kan dit gedateerde ontwerp dan van Bas van Beek zijn, een 46-jarige Rotterdammer, nauwelijks bekend bij het grote publiek bovendien? ‘Deze koffiepot bestond alleen als schets’, legt hij uit. ‘Op basis daarvan heb ik een digitale ontwerptekening gemaakt, die ik vervolgens heb vervaardigd met een 3D-printer.’ Met een schalkse lach: ‘Volgens het Europees modelrecht is dit dus mijn ontwerp.’

Dat het feitelijk een reproductie is, weet Van Beek heus wel. Sterker nog, dat is de crux. ‘Door een hedendaagse laag aan die koffiekan toe te voegen, geef ik de kennis over het werk van Frank Lloyd Wright door. Het is als de shintotempel in de Japanse stad Ise die al meer dan duizend jaar om de twintig jaar wordt afgebroken, om telkens weer minutieus te worden herbouwd. Een miljoenen verslindend project, maar dat heeft de lokale gemeenschap er grif voor over. Omdat zij zien dat hiermee het vakmanschap om zo’n houten tempel te bouwen wordt doorgegeven aan een volgende generatie.’

Bas van Beek. Beeld Daniel Cohen
Bas van Beek.Beeld Daniel Cohen

Inmiddels wordt ook het kunsthistorische belang van het oeuvre van Van Beek zelf onderkend. In het Kunstmuseum in Den Haag staat nu zijn solo-expositie Moord en Brand. Tegelijkertijd is in het Van Abbemuseum in Eindhoven de expositie Oog in oog met Gustav Klimt te zien, een totaalervaring waarin Van Beek eigen meubels en tegels combineert met de art-nouveauschilderijen van Gustav Klimt (1862-1918). Voor de grote overzichtsexpositie Van Thonet tot Dutch design in het Stedelijk Museum in Amsterdam maakte hij behang en bewegende videoanimaties van decoratieve prints van de Amsterdamse School en het postmoderne designplatform Memphis. En als klap op de vuurpijl toont het Wolfsonian Museum in Miami dit najaar nieuw werk waarvoor Van Beek mocht rondsnuffelen in het omvangrijke museumdepot. Een expositie in het Van Goghmuseum in 2022 is bovendien in voorbereiding.

Recalcitrant

Een Nederlandse ontwerper die tegelijkertijd exposeert in zoveel musea: het is een unicum. Maar Bas van Beek is dan ook geen doorsnee ontwerper. Hij werkte jarenlang in een callcenter om in zijn levensonderhoud te voorzien. Het was de prijs die hij betaalde voor zijn recalcitrante werk. Onder de zelfverklarende titel Rip-offs maakte hij een serie replica’s van peperdure vazen van gevierde Dutch-designontwerpers als Hella Jongerius en Wieki Somers, maar ook van een drakerige Star Wars-theepot of een plastic gieter uit het tuincentrum. ‘Zijn’ vazen kostten 95 euro, ongeacht het origineel, en waren leverbaar in de oorspronkelijke kleuren. ‘Is dit dan design? Of juist niet?’ Na een korte denkpauze antwoordt hij zichzelf: ‘Rappers, filmmakers en zelfs kunstenaars refereren toch ook voortdurend aan werk van hun voorgangers?’

Hoge en lage cultuur, kunst en kitsch – voor Van Beek is er nauwelijks verschil. Zo ontwerpt hij huisraad geïnspireerd op de kunstwerken uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen; een kattenkrabpaal van een kast van Ettore Sottsass of een aquariumornament gebaseerd op het laat-middeleeuwse standbeeld Joris en de Draak op een penis-sculptuur van Joep van Lieshout. De objecten worden exclusief verkocht in winkels in de Rotterdamse Afrikaanderwijk. ‘Een dierenwinkel of cadeauzaak is dan opeens een exclusieve galerie.’ Vindt hij het dan niet ironisch dat zijn anti-design nu op witte sokkels alsnog staat te pronken in het museum? ‘Het is voor mij én-én. In een deftig Haags kunstmuseum én in een dierenwinkel op Zuid. Mijn werk is er voor iedereen.’

Stad

Keulen

‘De kwaliteit van een stad is af te meten aan de mate waarin je de ander tegenkomt. In Keulen zijn alcoholisten, drugsverslaafden en daklozen onderdeel van het openbare leven. Ze horen erbij. In de jaren tachtig was Keulen een bruisend centrum met de Nieuwe Wilden, een activistische kunstgroep die de bourgeoisie bevocht met het eigen medium, het schilderij. De fameuze boekhandel Walther König is nog onveranderd. Zo is het verleden overal in Keulen aanwezig en het wordt ook gebruikt, zonder vals sentiment. De bouw van de Dom begon in de tweede helft van de 13de eeuw en kwam in de 15de eeuw stil te liggen. Pas in de 18de eeuw werd de bouw afgerond op basis van originele bouwtekeningen die men bij toeval vond. Dat kan alleen als je verder kijkt dan de volgende verkiezingen. Mocht je er gaan twijfelen aan je eigen bestaan, ga dan naar Kolumba Museum. Architect Peter Zumthor heeft een radicaal gebouw ontworpen boven op de ruïne van de Sint-Columbakerk, met onwaarschijnlijk uitgedachte details en verrassende bouwmaterialen. De collectie kerkelijke kunst wordt a-chronologisch en in combinatie met moderne kunst getoond. Geen zaalteksten te bekennen, die leiden immers af van het gesamtkunstwerk, alle informatie krijg je mee in een handig boekje. Het sacrale trappenhuis voert je langs twintig eeuwen menselijkheid.’

Film

‘Dawn of the Dead’

‘Ik ben gefascineerd door jarenzeventigfilms. Met een relatief klein budget werden toen grote films gemaakt met een sterke maatschappijkritische lading. Coma, over een corrupt ziekenhuis, Planet of the Apes over racisme. Mijn favoriet is Dawn of the Dead. Dat is niet alleen de introductie van het zombiegenre, maar ook een commentaar op het ongebreidelde consumentisme in het laat-kapitalisme. Het post-apocalyptische verhaal speelt zich af in een afgelegen winkelcentrum dat wordt belaagd door zombies. Het eerste wat de opgesloten mensen doen, is toast met kaviaar eten. Consumeren als redmiddel. Maar deze idylle wordt doorbroken door indringers van buitenaf. Het is wel een lange zit, maar het prachtige minimale camerawerk maakt de verveling en wanhoop voelbaar. De hoofdrolspeelster vraag zich hardop af waarom de zombies toch het afgelegen winkelcentrum weten te vinden. Is het instinct, herinnering of nam het een belangrijke plaats in hun leven in? De film is profetisch. Hysterische talkshows, politiegeweld, racisme, plunderingen: het zit er allemaal in, verpakt als entertainment. En het blijft actueel. Want hoe overleef je in een pandemie als je alles tot je beschikking hebt en tegelijkertijd wordt bedreigd door een virus? Je bent immers een goede burger als je laat zien dat je consumeert; dat je democratisch verworven rechten daarvoor opgeeft, is slechts een klein offer. Bij een wandeling over de verlaten Lijnbaan vraag ik me precies hetzelfde af: waarom ben ik hier als er niets open is, wat doe ik hier? When there is no more room in hell, the dead will walk the earth. Geweldig.’

Pretpark

De Efteling

‘De Efteling staat in de Europese traditie van volksvertellingen en sprookjes, maar dan in de vorm van een pretpark. In Kaatsheuvel hebben ze daar vervolgens weer een Nederlandse draai aangegeven. Ja, daar geniet ik oprecht van. Het vormde een krachtig tegenwicht tegen de oprukkende Amerikanisering van de populaire cultuur voor en na de Tweede Wereldoorlog. De VS haalde als een kolonisator de voor de nazi’s gevluchte kunstenaars en wetenschappers vanuit Europa binnen, die van invloed waren op Hollywood. Neem een Walt Disney-film als Alice in Wonderland. Van een 19de-eeuws kunstwerk van Lewis Carroll is een suikerzoete tekenfilm gemaakt die vervolgens terug werd geëxporteerd naar Europa. Maar dan verpakt in prozac-entertainment met snoepkleuren. Het mooie van De Efteling is dat een fantasiewereld in een echt bos is geplaatst. Dat staat veel dichter bij waar dit soort oude verhalen vandaan komen.’

Kunstenaar

Jan Schoonhoven (1914-1994)

‘Jan Schoonhoven is de bekendste kunstenaar van de Nul-beweging. Wat ik fascinerend vind aan deze stroming is dat het niet gaat over het handschrift van de kunstenaar of het vakmanschap van de schilder. Wat telt is alleen de handeling om tot een kunstwerk te komen. Wat is de vlakverdeling? Hoe vul je die op? Ze gebruikten ook geen ‘echte’ schildersmaterialen als verf en kwasten, maar industriële grondstoffen als gips en wc-rollen. Bij Schoonhoven zelfs alleen in het wit. Dat maakproces legde hij heel precies vast. In principe kan iedereen dus zijn eigen Schoonhoven maken. Dat is toch sympathiek, dat je nadenkt over hoe je kunst kan worden doorgegeven aan volgende generaties? Zelf gaf hij instructies aan studenten Bouwkunde in Delft, die dat werk vervolgens ook zijn gaan maken. Schoonhoven heeft zijn hele leven bij de PTT gewerkt. Aan zijn kunst werkte hij ’s avonds en in de weekenden. Hij werkte in zijn woonkamer aan een tafel met precies de maximale afmetingen van wat door de deur kon. Zijn schilderijen zijn dus nooit groter dan die tafel.’

Kleding

Schiesser Revival Karl-Heinz 1923

‘Ik had een oom die zijn hele leven niets moest hebben van ondergoed uit winkels in Nederland. Als het weer tijd was om nieuwe hemdjes en onderbroeken te kopen moest mijn tante die via een postorderbedrijf uit Duitsland laten overkomen, want Schiesser was degelijk, betrouwbaar en kwaliteit. Destijds deden we daar wat lacherig over in de familie, maar nu begrijp ik hem wel. Het is een hele zoektocht, een mijnenveld van verwachting en teleurstelling bovendien. Het vinden van de juiste pasvorm en het materiaal, de fijne ribstof, gekamd katoen, maar ook de details, stiknaden en parelmoerknopen, het Duitse handwerk. Gelukkig heeft Schiesser zijn originele collectie opnieuw uitgebracht. Heel vaak is een zogenaamd verbeterd product helemaal niet verbeterd. Behalve voor de producent dan, want het is goedkoper te maken of het is platte marketing.’

Architect

Michael Graves (1934-2015)

‘Michael Graves gebruikte allerlei bouwstijlen uit de afgelopen twee eeuwen en vermengde die soepel tot iets nieuws en eigentijds. Zijn Hotel New York in Disneyland Parijs is in art-decostijl, maar net zo makkelijk vervaardigde hij een kantoortoren van het ministerie van VWS van baksteen met een puntdak. Natuurlijk is het vulgair om een geromantiseerd grachtenpand te gebruiken voor een wolkenkrabber – maar het werkt. Of ik het mooi vind? De manier waarop zijn gebouwen de tijd doorstaan vind ik aantrekkelijk, ja. Maar mooi? Is dat belangrijk? Liever wil ik dan lof toezwaaien aan de Rijksgebouwendienst, die de moed had om voor een gebouwtype te kiezen dat op dat moment nog niet was geaccepteerd. Die vorm van opdrachtgeverschap is belangrijk voor een aantrekkelijk cultureel klimaat. Tegenwoordig zijn het de schoonmaakbedrijven die bepalen hoe een overheidsgebouw eruit moet zien, want hun onderhoudscontracten zijn zo belangrijk dat ze een rol spelen in de architectuur. Trouwens, Graves is ook een van de weinige architecten die weet hoe je een theeservies en een fluitketel ontwerpt.’

Winkel

Patisserie Pinkie Eindhoven

‘Bij de ontwikkeling van mijn tentoonstelling Oog in oog met Gustav Klimt in het Van Abbemuseum had ik samen met de projectleider bedacht om de ontwerpen van mijn wandtegels te laten uitvoeren als bonbons. Om de hoek van het Van Abbemuseum was net een patisserie geopend. Om praktische redenen moesten de bonbons worden opgeschaald naar smakelijke taartjes om te delen en cadeau te doen. Ook hangt bij de patisserie nu een reproductie van een Gustav Klimt-schilderij aan de muur. De patisserie is daardoor een beetje een dependance geworden van museum.’

Design

Bloempot in graniver van Andries Copier, 1929

‘Er is een tijd vóór de cactuspot van ontwerper Andries Copier, en een tijd erna. De verhoudingen van de pot en schotel die geperst zijn in glasgraniet (graniver of steenglas, red.) zijn elegant op een manier waarop alleen een ingenieur dat kan. Copier heeft het ornament getransformeerd en geïntegreerd met de pot zelf, waardoor deze nog wel als decoratie gezien kan worden maar vooral laat zien hoe je de volgende pot naast de eerste kunt zetten. Daarvoor was er nog nooit iets soortgelijks ontworpen en daarna is het nooit meer overtroffen. Dat is volgens mij de definitie van een designklassieker.’

Park

Kralingse Bos Rotterdam

‘Bijna iedere dag loop ik hetzelfde rondje om de Kralingse Plas. Dat is de plek om als stedeling de verandering van de seizoenen te ondergaan. Je kunt er de hele cyclus van schepping en vergankelijkheid aanschouwen. Er zit heel organische omgang achter, door struiken en bomen te laten sterven en tegelijkertijd nieuwe te laten groeien of aan te planten. In de zomer lig ik met een boek onder een grote boom tussen het naaktstrand en de hondenliefhebbers, dat is rustiger dan tussen de rokende barbecues en gillende kinderen.’

Cv Bas van Beek

1974 Geboren in Nijmegen.

1995-1998 Studie Interieurarchitectuur aan de Willem de Kooning Academy, Rotterdam.

2005 Collectie Rip-offs.

2009-2013 Hoofd Designlab van de Rietveld Academie, Amsterdam.

2009 Eerste solo-expositie in Glasmuseum in Leerdam.

2011-2021 Gastdocent aan onder meer de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, de Design Academy Eindhoven en de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag.

2016 Solo-expositie Pracht und Prinzip in het Van Abbemuseum in Eindhoven.

2018 Artist in residence in de Japanse keramiekstad Arita.

2020 Ontwerpt de Collectie Op Zuid (i.s.m. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam).

2020 Vormgeving van de expositie Van Thonet tot Dutch design in het Stedelijk Museum, Amsterdam.

2021 Vormgeving van expositie Oog in oog met Gustav Klimt in het Van Abbemuseum, Eindhoven.

2021 Solo-expositie Moord en Brand in Kunstmuseum, Den Haag.

Bas van Beek woont en werkt in Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden