Met de hagelwitte camper fijn op de parkeerplaats

Ineens verschijnen ze in een jachthaventje, naast een sporthal, in het centrum van een oud stadje: witte campers, van eigenaren die hun vrijheid koesteren....

Van onze verslaggever Noël van Bemmel

‘Palante, palante’, roept Manuel Martinez tegen zijn vrouw die hun grote Hymermobil in de schaduw van een hoge populier parkeert. ‘Naar voren, naar voren.’ Het stel uit Guadalajara heeft vandaag gekozen voor Gouda, preciezer: voor de parkeerplaats Klein-Amerika, vlak bij het laatgotische stadhuis en bij de beroemde kaaswaag.

Want op die parkeerplaats, meteen na de betaalautomaat, bevinden zich drie grote plaatsen speciaal voor campers. Ter herkennen aan blauwe borden met daarop een plaatje van een kampeerwagen, en aan de grote wasbak met de drukkraan erboven om de inhoud van het chemisch toilet weg te gooien en vers water te tappen. De parkeerplaats kost 6 euro per dag, met een maximum verblijfsduur van 72 uur.

De plekken zijn echter leeg; de brandende zon staat erop. Mevrouw Martinez aarzelt maar rijdt toch door, naar een hoek van de parkeerplaats waar een bomenrij staat. ‘Een prima plek’, vindt ze. Op loopafstand van alle attracties en vooral más economico en más libre – goedkoper en vrijer – dan een plaats op een camping buiten de stad.

Vooral vrijheid telt onder ‘camperaars’. De Nederlandse Kampeerauto Club (NKC) benadrukt dat eenderde van de 13.500 leden niets moet hebben van een gewone camping. Het zijn de slagboomhaters die het gevoel willen hebben te allen tijde weg te kunnen rijden, nieuwe avonturen tegemoet. Eenderde van de leden kiest wel voor een plek op een camping, de overigen wisselen camping en parkeerplaats af.

Voor de groeiende groep Nederlanders met een kampeerauto (inmiddels 40 duizend stuks) breken fijne tijden aan. Decennia lang was het verboden de handrem zomaar aan te trekken en te slapen in je camper. Want slapen in een kampeermiddel, stelde de Wet op de openluchtrecreatie, mag alleen op een camping. Vanaf 1 januari 2008 vervalt die wet en mag een gemeente zelf bepalen wie waar slaapt.

Vanaf dat moment verwacht de NKC een enorme groei van speciale camperplaatsen. Het oude verbod weerde immers landlopers en zigeuners, maar ook kapitaalkrachtige vutters die komen recreëren in hun Hymer, Knaus of Dethleff met douche en toilet. Vooruitlopend op de veranderingen is het aantal camperplekken de afgelopen vier jaar al verdubbeld tot 61 – dankzij stevig lobbywerk van de NKC.

‘Ik ben per gemeente zo’n anderhalf tot twee jaar bezig’, zegt NKC’er en magazijnmeester Gerdy Raaijmakers vanuit Geertruidenberg. Zolang duurt het volgens hem voordat afdelingen die zich bezighouden met toerisme, parkeerbeleid en juridische zaken het eens zijn over een uitzondering voor campers. Zij mogen maximaal vijf plekken toestaan.

Raaijmakers vraagt niet veel: een verharde ondergrond en straatverlichting voor de veiligheid. Dat komt meestal neer op een parkeerterrein bij een sporthal, zwembad of jachthaven. Een lozingsput, water en elektriciteit worden gewaardeerd, maar zijn niet noodzakelijk. Een beetje camper functioneert drie dagen zonder te bunkeren.

Natuurlijk, een plaatsje met uitzicht op zee, op de hei of aan een fraaie boulevard langs de Maas of de Waal is nog mooier, maar dat soort plekken leiden volgens Raaijmakers tot extra bezwaren. Van buurtbewoners en van de vaste tegenstander in iedere gemeente: de campinghouder. Die zal zeker klagen over broodroof.

Toch maken steeds meer gemeenten een uitzondering voor camperaars. Zij zien hen als een interessante nieuwe doelgroep, die volgens de NKC per dag tussen de 75 en 90 euro besteedt aan eten, uitstapjes en diesel. Daarbij komt dat het aantal kampeerauto’s jaarlijks toeneemt, terwijl het aantal caravans en tentkampeerders gestaag daalt.

En dus kun je nu slapen op de havenkade in Den Oever, langs het Gooimeer in Almere-haven, in het centrum van Schiedam, naast het voetveer over de Maas in het buurtschap Hanssum, of bij de visvijver in Veendam. Meestal gaat het om twee, drie plekken en een vuilnisbak, een enkele gemeente biedt plaats aan vijftien wagens of steekt geld in een ‘sanistation’ voor het chemisch toilet.

Dat is even wennen. Vooral op de parkeerplaatsen midden in de stad contrasteert de recreërende vijftiger in zijn witte woonwagen flink met de zakenvrouw die gehaast naar een afspraak snelt en de huisvrouw die haar rinkelende winkelwagen naar de stationcar duwt. Ook al is het strikt verboden de luifel uit te rollen, campingstoelen uit te klappen en te barbecuen.

‘Het is al een hele verbetering dat je daar mag slapen’. zegt NKC-bestuurder Paul van Zwieten. Nederland wordt volgens hem nooit zo’n camperland als Noorwegen of Canada, waar ieder bosweggetje en ieder terrein bij een meertje dienst kan doen als slaapplaats.

Maar Van Zwieten is tevreden met de toename van het aantal camperplaatsen, ook wel GOP’s genoemd (Gereguleerde Overnachtings Plaats). ‘Sinds we hebben gehoord dat die afkorting ook staat voor Gay Ontmoetings Plaats gebruiken we die term niet meer.’ De meeste camperaars gebruiken de parkeerplek als uitvalsbasis voor fietstochtjes in de omgeving.

De landkaart vertoont echter nog veel witte vlekken. ‘Noord- Holland, Zeeland en Limburg waren altijd bastions van campinghouders.’ Daarom werden de vier plekken aan de rand van het Zeeuwse plaatsje Hulst vorig jaar gevierd als een doorbraak bij de NKC. Vier andere Zeeuwse gemeenten zouden op het punt staan een camperplaats te openen.

Veel gemeenten, signaleert Van Zwieten, kiezen toch voor het belang van de middenstand. ‘Zelfs veel campinghouders zijn om. Die bieden steeds vaker een plek aan voor camperaars tegen een gereduceerd tarief.’ Blijven over de steden. Den Bosch opent dit jaar een plek, maar de andere steden doen nog niets.

‘We willen deze week Amsterdam, Gouda, Marken en Kinderdijk zien’, zegt Manuel Martinez op zijn speciale plek in Gouda. Die andere plaatsen komen niet voor op de lijst met parkeerplaatsen voor campers die op zijn dashboard ligt. Zijn oplossing: gewoon doen. ‘We zetten de auto daar ergens neer en dan zien we wel. Als het niet mag, rijden we een stukje door.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden