Leuk land en met shorttrack komt het ook wel goed

Fans van het langebaanschaatsen toveren een smalende grijns op het gezicht en bestuurders schudden meewarig het grijze hoofd. Over shorttrack, het gerag op binnenbaantjes, hóór je in Nederland cynisch te doen....

TYNKE LANDSMEER

IN HET land waar de schaatsgekte het kookpunt bereikt als elfstedenvoorzitter Henk Kroes het It sil heve uitspreekt of wereldkampioen Ids Postma de lauwerkrans omgehangen krijgt, wordt nog altijd cynisch gesproken over shorttrack. Russische roulette wordt de sport, waar valpartijen en diskwalificaties een dominante rol spelen, wel genoemd. Als een shorttracker heelhuids als eerste de finish bereikt, heet dat in Nederland 'geluk'.

'Mensen die dat zeggen, hebben geen verstand van shorttrack', zegt Wilf O'Reilly, de Engelsman die in juli bondscoach werd. 'Het is allemaal ingegeven door een langebaanmentaliteit. Op een 400-meterbaan kun je ook je armband verliezen of op een blokje stappen, maar dan heet het ineens pech.

'Je kunt toch niet bij de Canadees Marc Gagnon aankomen met de bewering dat hij geluk heeft gehad dat hij de afgelopen vier jaar drie keer wereldkampioen is geworden? Als je de beste bent, word je niet onderuit gereden, want dan zit je gewoon op de goede plaats.

'In Nederland hadden ze daar nooit over nagedacht. De schaatsers stapten het ijs op zonder enig idee wat ze er gingen doen. Je moet een ritplan maken. Je moet niet denken aan hard rijden, maar aan je techniek en je tactiek. Hoe pak ik die wedstrijd aan. Als je Christie ziet lopen, dat gezicht is helemaal ontspannen. Die denkt alleen maar aan techniek. Oké, hij kan hard lopen, maar als het technisch goed zit, dan kan het nog veel harder.

'Weinig mensen hadden een idee wat hun sterke en zwakke punten zijn en hoe ze dus een rit moeten rijden. Afhankelijk van je tegenstander moet je weten in welke ronde je wat gaat doen. In de achtste ronde wil ik daar zitten, in de tiende ronde moet ik naar voren rijden, enzovoort. Je moet je eigen geluk creëren.'

De vraag waarom hij bondscoach wilde worden in een land waar shorttrack het minst populair is, beantwoordt de pas 32-jarige O'Reilly met een tegenvraag. 'Populair in vergelijking met wat? Kunstrijden, ijshockey? Nederland heeft als schaatsland ontzettend veel mogelijkheden. Als je alleen al kijkt naar het aantal mensen dat schaatst. Ik zie geen enkele reden waarom die in de toekomst niet zullen kiezen voor shorttrack.'

Nee, dan zijn geboorteland, waar miljoenen dag en nacht voor de televisie cricketwedstrijden volgen, maar waar nauwelijks ijsbanen of schaatsers te vinden zijn. En toch werd de shorttracker Olympisch, wereld- en Europees kampioen. 'Als een Engelsman dat kan, waarom kan een Nederlander dat dan niet?

'Nederland heeft een eeuwenoude schaatstraditie, dus ik zie niet in waarom we geen Olympisch kampioen kunnen worden. Als ik met Nederland de Ashes zou moeten winnen, dan heb ik inderdaad een probleem, want dan begin je helemaal vanaf de grond. Jullie weten niet eens dat de Ashes de belangrijkste cricketwedstrijd van de wereld is.

'Het is een chicken and egg-situatie. Om de sport te promoten zullen we eerst moeten presteren, en om te presteren hebben we meer positieve reclame nodig. Maar het begint allemaal met succes.'

O'Reilly, liefhebber van snelle auto's, is door ervaring wijs geworen. Bij de Olympische Spelen van 1988 in Calgary was shorttrack nog een demonstratiesport en geen journalist had ooit van Wilf O'Reilly gehoord. Aan de Britse pers stuurde hij E-mailberichten, waarin hij ze opriep naar de wedstrijd te komen. 'Want ik ga winnen.' Niemand reageerde op zijn uitnodiging en O'Reilly kwam ten val op de 1500 meter.

'Ik baalde verschrikkelijk. Ik kon niet begrijpen hoe dat had kunnen gebeuren. Ik kon er niet van slapen.' De volgende dag vertelde hij iedereen dat hij nu wel ging winnen. Opnieuw stuurde hij berichten aan de verslaggevers in het Olympische dorp en ditmaal won hij de rit, in een nieuw wereldrecord. Maar ook daar was niemand getuige van geweest.

'Ik kreeg wel felicitaties teruggestuurd via E-mail, dus heb ik opnieuw dezelfde oproep gedaan. Ik ga weer winnen, dus zorg dat je er nu wel bij bent. Ze kwamen allemaal en ik won weer. Toen stonden verslaggevers en sponsors te dringen. Daar heb ik mijn eerste sponsorcontract met Reebok aan overgehouden.'

Zijn naam is sindsdien gevestigd en de populariteit van het shorttrack steeg in Engeland tot ongekende hoogte. Hoewel hij vorig jaar een einde maakte aan zijn schaatscarrière is O'Reilly nog steeds het grote voorbeeld van toppers als Nicky Cooch en Matthew Jasper. De Britse pers vraagt zich dan ook vertwijfeld af waarom hij niet gewoon in zijn eigen land als coach aan het werk is gegaan.

'Ik vind Nederland gewoon een erg leuk land', antwoordt hij. Samen met zijn vriendin Monique Velzeboer, die in 1994 verlamd raakte tijdens een training voor de Olympische Spelen, woont hij in een huis aan het strand van Noordwijk. 'Ik ben de hele wereld rond geweest, maar nergens vond ik het mooier. Het is niet te druk en niet te relaxed en de mensen zijn aardig.'

O'Reilly spreekt de taal inmiddels redelijk en dat is van groot belang voor de communicatie met de rijders vindt hij. Duidelijkheid voor alles. Hij voerde trials in, een direct selectiesysteem, en hij zorgde ervoor dat ruzies binnenskamers bleven. 'Ze moeten weten waar ze aan toe zijn. Er is maar één captain on the ship. Juist de coach speelt daar een belangrijke rol in. Je moet als één man naar buiten treden en niet over elkaar zeiken in de pers. Dat werkt niet.'

Dat was in het verleden nog wel eens anders bij de sport die nog altijd als het ondergeschoven kindje van de schaatsbond wordt aangemerkt. Onderlinge ruzies, miskenning en ernstige ongelukken omringden het shorttrack met een negatieve sfeer.

O'Reilly: 'Ik vind het terecht dat mensen zich zorgen maken over de veiligheid. Mizuno is bezig met pakken die snijbestendig zijn. Aan de verbetering van de kussens wordt nog steeds gewerkt. Peugeot is bezig met het ontwikkelen van airbagkussens. We staan niet stil wat dat betreft.

'Maar om shorttrack een gevaarlijke sport te noemen gaat me wat te ver. Gevaarlijk in vergelijking met wat? In Nederland hebben we een langebaancultuur, daar noemen ze shorttrackers de cowboys van het schaatsen. Maar kijk eens naar de skiërs in Italië. Vergeleken met downhill skiën, is shorttrack helemaal niet gevaarlijk. In Italië ben je een mietje als je alleen aan shorttrack doet. Downhill skiën is living on the edge.

'Na het ongeluk van Monique heb ik de eerste drie weken heel erg getwijfeld of ik weer de baan op zou gaan, maar niet omdat ik bang was geworden dat ik me zou blesseren. Ik had er gewoon geen zin meer in. Ik had nergens meer zin in. Daarna heb ik gewoon nog twee jaar doorgereden. Als je op het ijs gaat staan met een bang hoofd, dan moet je stoppen. Maar hoeveel mensen krijgen dagelijks een auto-ongeluk. En jij stapt de volgende dag toch ook gewoon weer in de auto?'

Pas een half jaar is hij in dienst van de KNSB, maar nu al ziet hij dat zijn aanpak vruchten afwerpt. Ellen Wiegers werd tweede bij het EK en ook in de koppelkoers werd een zilveren medaille behaald. Hij benadrukt dat het slechts een begin is, want er is nog een lange weg te gaan waarbij de stugge bestuurders van het sectiebestuur overtuigd moeten worden van het gelijk van de Engelse coach.

'De vraag is: wil de KNSB investeren in de toekomst? Daar zou ik heel graag een direct antwoord op willen hebben. Ik wil meer jeugd in de kernploeg. De doorstroom moet sneller. Motorisch gezien en qua coördinatie kun je iemand tussen de tien en vijftien jaar veel beter trainen dan iemand die ouder is. In alle landen staan steeds jongere mensen aan de start.

'Je kunt je afvragen of we zomaar mensen naar Nagano moeten sturen of dat we moeten werken aan de opbouw naar Salt Lake City toe. Ik wil nu al beginnen met die opbouw. Er zijn absoluut jonge mensen die daarvoor in aanmerking komen. Als ik alleen al kijk naar de langebaan, daar rijdt zoveel talent rond.

'Bij de Jeugd Olympische Dagen won Ellen van Goossen zilver en goud. Die heeft de afgelopen twee jaar bijna alleen maar shorttrack gedaan. Maar als ze een keuze moet maken kiest ze voor de langebaan, omdat daar de kampioenen worden afgeleverd.

'Ik denk dat we de schaatsers niet moeten dwingen om op zo'n jonge leeftijd al een keuze te maken. Daar wil ik de KNSB van overtuigen. Een combinatie is heel goed mogelijk. Ellen Wiegers rijdt ook nog steeds op de langebaan. En die heeft op de 500 meter een tijd staan onder de 43 seconden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden