Langs slingerende wegen inspiratie opdoen

Hij kwam er ‘bij toeval’ terecht, maar inmiddels heeft schrijver Martin Bril zijn tweede thuis in de Franse Corrèze-streek...

omgeving TULLE ‘Met Bril. Ik zou maar in het café gaan zitten.’ Achter de bar in het dorpscafé verheft eigenaar Serge Mestre zijn stem. ‘Ah! Monsieur Bril!’ Très gentil, erg aardig, die meneer Bril uit Nederland. Alleen jammer voor de bezoekers van zijn hotel-restaurant Le Central dat hij op het moment niet in Frankrijk is. ‘Jawel’, roept zijn vrouw vanachter de kassa. ‘Monsieur Bril is gisteren aangekomen.’

De zoektocht naar de schrijver en Volkskrant-columnist startte maandagmiddag in Tulle, in het zuidwesten van Frankrijk. Een kronkelige weg leidde naar een verlaten dorpspleintje met een kerk, een café, een monument voor de gevallenen in Verdun. Na een telefoontje arriveert Bril (petje, hippe gympen) in zijn grote gele Volvo. ‘Bonjour, Serge. Een biertje graag.’

In dit deel van Frankrijk waan je je op bekend terrein; het terrein van schrijver en columnist Martin Bril. Het gele autootje van de postbode. De werkmannen die Ricard drinken in het café. Het huis van de boer en de boerin. Mevrouw Bril en de dochters. De glooiende groene heuvels. De koeien.

‘Dit gebied lijkt nog het meest op Drenthe’, zegt Bril. ‘Het is een streek van worst en linzen, van mannen in trainingspakken met lelijke vrouwen. Het heeft een soort vriendelijke nukkigheid over zich. Met weinig pretenties. Ze kunnen zich hier niet laten voorstaan op een grote keuken, of op een grote wijn. Maar ik voel me hier thuis. Dat kan ik gemakkelijk, ergens thuis zijn.’

Martin Bril kwam begin jaren negentig ‘bij toeval’ terecht in het gebied tussen de rivieren de Corrèze en de Dordogne. Het gezin van wie hij een huis in de Auvergne huurde, kwam een week eerder terug dan gepland en de familie Bril moest uitwijken naar een huis van ‘een vage kennis’ in de buurt van Tulle. De streek beviel. Het weer beviel. Tien jaar geleden kochten ze een eigen huis, met ‘wat geld’ van zijn vrouw.

Al jarenlang pendelt Bril meerdere keren op en neer van Nederland naar Frankrijk. Soms met de kinderen, vaak ook alleen. ‘Zogenaamd om te schrijven. Maar ik ga ook lezen, houthakken, door de blubber sjouwen. Dat kan hier nog, dit is het echte platteland. Op het Nederlandse platteland zie je alleen nog maar bejaarden op de fiets.’

Bril houdt van het ritme van het Franse landleven. ‘Tot een uur of twaalf ben je aan het werk, dan ga je naar het café om te eten en een uurtje te pauzeren. Dan kachel je door tot een uur of zeven en daarna staat iedereen opnieuw in het café. ’s Avonds is er niks meer te doen, dan stook je een vuur.’

De volgende ochtend begint Bril zijn eigen dagelijkse rondje bij de krantenkiosk in het dorp Argentat. De hond is al uitgelaten, vrouw en dochters slapen nog. Met de International Herald Tribune en de plaatselijke krant La Montagne onder de arm gaat het naar de bakker. En dan koffie in het café. De lucht is grijs. Af en toe regent het. ‘Damp en nevel’, zegt Bril. ‘Zo noem ik dat. Typisch Corrèze-weer, vandaar dat het hier natuurlijk ook zo groen is. Als ik dat geweten had, had ik hier geen huis gekocht.’

Inspiratie opdoen voor zijn column doet Bril onder meer in de auto. Hij rijdt over slingerende wegen, door piepkleine dorpjes. ‘Het is hier niet overrompelend mooi, maar er is veel te zien. Het glooiende, het bos, het weiland. Er is veel diepteverschil, veel horizon. Ja, hier kan ik wel een tijdje naar kijken. Die beek vind ik mooi, en die dode boom, en de buizerd die daar vliegt. Beneden ligt het huis van de boer en de boerin. Mijn eigen huis verdwijnt net achter die bomen.’

Eenmaal terug in zijn eigen grof gemetselde huis met groene luiken is het zo langzamerhand tijd om aan de column van die dag te beginnen. Bril zit aan een kaal tafeltje in de slaapkamer. Hond tussen de benen, een sigaret tussen de lippen, een tappende voet onder de tafel. Hij roffelt hard op de toetsen van zijn laptop. ‘Als ik de eerste zin maar heb, dan volgt de rest vanzelf.’

Bril vindt het volkomen vanzelfsprekend dat hij in Frankrijk doorgaat met zijn columns. ‘Als je een dagelijkse column hebt, moet je ook elke dag in de krant staan. En mensen vinden het leuk dat ik over Frankrijk bericht. Ze vinden het aantrekkelijk en herkenbaar. Ik zeg altijd: Frankrijk is de dichtstbijzijnde droom. Het meest haalbare walhalla.’

‘Ik ben geen hysterische liefhebber van het land. Maar het heeft grandeur en een bepaald soort kapsones die ik interessant vind. Frankrijk is zo’n groot land. Je kunt twee dagen achter elkaar doorrijden en dan ben je nog altijd in Frankrijk. Die grootte, die bevrijdt. Er is hier ruimte. Dat geeft ook ruimte in je hoofd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden