Kom van die dijk af!

De Ooijpolder bij Nijmegen heeft meer te bieden dan de Waal alleen. Michiel van der Geest en fotograaf Marcel van den Bergh klauteren over hekjes en zien het landschapachter de dijk....

De winter is bezig aan zijn laatste stuiptrekkingen: het stilstaande water in de uiterwaarden is nog bevroren en witte ijsvlaktes raken net aan de dijk. Een waterig zonnetje werpt lange stralen naar beneden; de gure westenwind snijdt door de bomen en struiken, waar nog geen blaadje aan te ontdekken is. Ganzen worstelen gakkend om vooruit te komen.

Verderop stroomt de Waal en varen binnenvaartschepen naar Duitsland op en neer. Verwacht geen vluchtig spektakel: het is het landschap van brede rivieren die traag door oneindig laagland gaan. Juist om die rust zo bewonderd en bemind door de wandelaars en fietsers op de dijken, die de rivier immer in het vizier houden. Want die rivier, daar is het toch om te doen, hier in de Ooijpolder bij Nijmegen.

Laat dat nou precies het misverstand zijn, vindt Joep Bless, varkensboer die in de polder zelf de gewassen verbouwt die dienen als voer voor zijn dieren. Natuurlijk, de Waal is schitterend, geen kwaad woord erover, maar er is zoveel meer in dit gebied. Sterker nog: ‘Binnen tien kilometer zijn alle vier de landschapstypes van Nederland te vinden. Het rivierlandschap van de Waal, het beboste heuvellandschap bij Groesbeek, het agrarisch cultuurlandschap en de extensieve landbouw.’ Vooral die laatste twee zijn ondergewaardeerd, vindt Bless. Maar om dat te ontdekken, moeten de mensen van de dijk af, het landschap in dat erachter ligt. Probleem: hoe lok je de toeristen weg van de rivier? De gangbare oplossing: wandelroutes.

Bless geeft het goede voorbeeld. Na nog geen twintig meter op de dijk slaat hij linksaf en loopt een weiland in, weg van de auto’s en de fietsers. De grond is nog hard van de vorst, de rijp kleurt het veld wit, en talloze mollen hebben zich een weg naar de oppervlakte gegraven. Bless stapt soepel via daarvoor aangelegde opstapjes over afscheidingsprikkeldraad en wijst op lage landruggen in het weiland, op de hoogteverschillen tussen twee naast elkaar gelegen velden, op een tunneltje dat onder de dijk doorloopt, en je begrijpt: mensenwerk.

De rivier mag dan wel aan de andere kant van de dijk liggen, het is wel dankzij haar dat het landschap de huidige vorm heeft. Van rivierklei is het goed bakstenen produceren. Sinds de industrialisatie schoten de steenfabrieken als paddenstoelen uit de grond, tientallen stonden er langs de rivier.

Grond werd afgegraven, en via kleine sporen op de landruggen naar ovens vervoerd om daar het roodbruine goud om te zetten tot klinkers. Land van boeren werd opgekocht en, als alle bruikbare klei eraan was onttrokken, aan de natuur overgelaten, of weer geschikt gemaakt voor agrarisch gebruik. Gevolg was dat het land versnipperd raakte, een brei van stukken grond die dan weer aan de één, dan weer aan de ander toebehoorde.

Elf wandelroutes zijn er drie jaar geleden aangelegd door dit gebied ten zuiden van de winterdijk, met een totale lengte van 72 kilometer. Het zijn paden die over slootjes voeren, door weilanden, dwars over boerenland. Er moet water worden overgestoken, over hekjes geklommen, en door gras gebanjerd.

Bless was een van de initiatiefnemers van de routes. Hij zat in de herindelingscommissie die van het onoverzichtelijk en inefficiënt ingedeelde land weer een logisch geheel moest maken. Boeren kregen het land dicht bij huis, en Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat de rest.

Toen de herindeling zijn voltooiing naderde, kwam het idee op dat ook toeristen wel interesse zouden moeten hebben in cultuurlandschap achter de dijk. Of, zoals Bless het verwoordt: ‘Kom nou eens van die dijk af. Wij hebben iets moois wat we graag met jullie delen.’

Zoals op de plek, bijna tegen de dijk aan, waar harige Schotse hooglanders samen grazen met de Przewalskipaarden, waar de ganzen foerageren, en waar twee hazen elkaar minutenlang achterna zitten. Of verderop, op een oud klinkerpad. Tussen de struiken en bomen door zijn bevroren waterplassen zichtbaar. Oude baggergaten zijn het, of kolken, water ooit achtergebleven na een dijkdoorbraak.

Ook voor de boeren in het gebied biedt het gewandel voordelen, denkt Bless. Ze kunnen een centje bijverdienen en hun imago verbeteren, door mensen toe te laten op hun land. Ze laten zien wat ze doen, hoe voedsel op tafel komt, dat ze heus niet alleen maar het milieu vervuilen. Maar bovenal kunnen ze laten zien hoe divers en dynamisch Nederlands landbouwgebied is. Hectare na hectare hetzelfde gewas kom je hier niet tegen. Wat dan wel? ‘Een akker vol graan dat moet worden afgereden, is prachtig om te zien. Daarnaast weer een knollenveld. Konijnen die rennen over de weilanden. Reeën in de herfst.’

Op een uitkijktoren naast het klinkerpad blijkt Bless’ vierlandschappenthese te kloppen. In de heiige verte de heuvels, met akkers ervoor, rond de toren het oude afgravingsgebied, en daar, achter de dijk, daar stroomt de Waal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden