Het Wilhelmus als wekker

Dit is echt een hotel voor handelsreizigers, denk ik nog wanneer we de smalle trap oplopen naar onze kamer in hotel De Korenbeurs aan de Grote Markt in Hulst....

Waarom maakt alleen het woord handelsreiziger al zo triest? Komt dat door het indrukwekkende toneelstuk Dood van een Handelsreiziger? Of heeft schrijver Arthur Miller daarmee slechts de werkelijkheid heel treffend verwoord?

Wanneer ik de kamerdeur open, weet ik even niet of dit ook bij mijn beeld van een handelsreiziger past. De vloerbedekking is bruin, maar de kamer groot en ook de hagelwitte dekbedden van het tweepersoonsbed komen in mijn fantasie niet voor. De handelsreiziger zie ik toch meer liggen woelen in een smal jongensbed, onder door het kloppen dun geworden grauwe dekens.

Verrast kijk ik ook naar de twee grote ramen. We hebben uitzicht op de Grote Markt. Links torent de oude, net voor miljoenen guldens gerestaureerde basiliek boven alles uit, rechts domineert het stadhuis de kop van het plein. Wanneer ik even later in het grote warme bad lig, denk ik dat het leven van een handelsreiziger misschien toch prettiger is dan ik me had voorgesteld.

We zijn in Hulst uitgekomen, omdat het een logische aanlegplaats is voor wie een fietstocht maakt door Zeeuws-Vlaanderen. Eerst tot Vlissingen met de trein, dan op de pont de oversteek naar Breskens, waarna de fietstocht kan beginnen. Kilometers lang verbazen we ons over de rust. Dat het in Nederland nog zo stil kan zijn! Pas als we via IJzendijke, Maagd van Gent en Sas van Gent in de buurt van Hulst komen, wordt het wat drukker.

Na het noodzakelijke bad om het fietsvuil van het lijf te spoelen, besluiten we eerst naar de bolwerken van het vestingstadje te gaan. Ook deze blijken een oase van rust. Vroeg op een zaterdagavond hier geen wandelaars, spelende kinderen of eenzame vissers. Ook in de straten van het stadje zelf is niet veel te doen. We vragen ons verbaasd af hoe de vele restaurants en cafés hun hoofd boven water kunnen houden. Want ook die zijn voornamelijk leeg.

De jonge eigenaar van De Korenbeurs verklapt ons het geheim. De horeca in Hulst moet het vooral hebben van dagjesmensen. Belgen die de grens overwippen om in het Hollandse stadje hun geld op de bank te zetten, buiten het bereik van de Belgische fiscus.

Nu snappen we ook waarom we zoveel banken hebben gezien. Waarop de eigenaar van De Korenbeurs ons nog smakelijk vertelt dat de bank, een paar deuren verder, op de benedenverdieping maar liefst achttien balies heeft voor haar klanten van over de grens, maar dat de mensen uit Hulst slechts drie balies tot hun beschikking hebben die ze dan nog slechts via een smal trapje kunnen bereiken.

De Korenbeurs zelf heeft deze zaterdagavond geen last van weinig klandizie. We zijn net op tijd terug van onze avondwandeling om het laatste tafeltje te kunnen claimen. Als het ergens druk is, zal het eten er wel goed zijn, is een stelregel die redelijk vaak blijkt te kloppen als we in een vreemde stad lukraak op zoek gaan naar een restaurant.

De geplastificeerde menukaart prijst klassieke gerechten aan zoals biefstuk van de haas met peper- of wijnsaus en varkenshaasje. Mijn eerste gedachte is dat kok noch publiek hier blijkbaar behoefte heeft aan iets nieuws, totdat ik me realiseer dat de zoveelste carpaccio op een bedje van sla nou ook bepaald niet van veel creativiteit getuigt.

We kiezen voor de bisque de homard en Serranoham met meloen vooraf en als hoofdgerecht lamsrugfilet en entrecote met kruidenboter. Inderdaad geen franje bij De Korenbeurs, maar het eten is heerlijk. De meloen rijp, de soep heet, het vlees mals en de kruidenboter geen berg waarvan je maag omdraait. We kijken elkaar verrast aan. En met zoveel mensen in het gezellige restaurant draait de bediening nog steeds snel en vooral heel vriendelijk.

De volgende ochtend horen we hoe al om acht uur het terras voor een drukke zondag in gereedheid wordt gebracht. Een half uur later spelen de klokken van de basiliek voor ons het Wilhelmus. Er zijn slechtere manieren om gewekt te worden. Aan de ontbijttafel blijkt dat het de eigenaar was die op het terras de stoelen en tafels van het slot haalde.

We raken aan de praat over wielrennen, omdat aan de wand foto's hangen van mannen op leeftijd, gehuld in felgele T-shirts van De Korenbeurs. De eigenaar sponsort twee wielerploegen. Nee, ploegleider is hij niet. Althans niet tijdens het koersen zelf. Wel na afloop, wanneer de renners aanleggen in zijn etablissement aan de markt: dan moedigt hij ze overigens niet aan, maar remt hij voornamelijk af zodat de heren niet teveel innemen.

Wanneer we om tien uur onze eigen fietsen optuigen om richting de pont bij Perkpolder te rijden, zitten aan de stamtafel in De Korenbeurs al vier heren te kaarten en vallen de eerste Belgen binnen voor koffie of iets sterkers.

Bij het uitrijden van Hulst door de dubbele poort realiseer ik me in De Korenbeurs helemaal niet meer gedacht te hebben aan trieste handelsreizigers. Wie al voor zijn handel in Hulst moet zijn, krijgt in De Korenbeurs een aandacht waar menig hotel van naam met zijn vaak onpersoonlijke bediening nog wat van kan leren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden