Het valt wel mee met dat drukke leven

De moderne Nederlander leidt geen stressvoller bestaan dan zijn voorzaten, zegt socioloog Wim Knulst...

De 24-uurseconomie stond model voor het evangelie van de dynamiek, verkondigd door het eerste Paarse kabinet. Weg met die suffe van-9-tot-5-mentaliteit, de machinekamer van de mondiale economie draait altijd door. Vakbonden, kerken en kleine linkse partijen kwamen in verzet. Als mensen op verschillende tijden werken, zullen zij langs elkaar heen leven. Sociale cohesie behoeft een 'synchrone tijdsorde', een collectief ritme van arbeid en rust, geloofden zij.

Beide partijen hebben ernaast gezeten, concludeert de socioloog dr. Wim Knulst in zijn boek Alles had zijn tijd, dat gisteren werd gepresenteerd bij zijn afscheid van de leerstoel sociaal-economische aspecten van vrijetijdsgedrag aan de Universiteit van Tilburg. De voorstanders overschatten de dynamiek van de arbeidsmarkt. 'In 1975 werd 81 procent van het werk in kantoortijd gedaan, in 1990 77 procent en in 2000 78 procent. De groei van nacht- en avondwerk was dus bescheiden. Bovendien vond de grootste groei plaats in de periode van 1975 tot 1990, toen nog niemand over een 24-uurs economie sprak', zegt Knulst.

Sinds 1975 is er niet alleen veel nacht- en avondwerk bijgekomen - beveiliging, koeriers, horeca - maar ook verdwenen. Fabrieken waar vroeger in ploegendienst werd gewerkt, zijn gesloten of geautomatiseerd. Bovendien zijn vrouwen massaal gaan werken, doorgaans in parttime-banen onder kantoortijd.

De tegenstanders van de 24-uurseconomie overschatten het belang van een collectief arbeidsritme. 'De invloed van avond- of nachtwerk op sociale contacten of deelname aan het verenigingsleven blijkt heel beperkt. Er zijn ook maar weinig mensen die altijd buiten kantoortijd werken. Meestal gaat het om een paar avonden per week. Dan blijft er genoeg tijd over', zegt Knulst.

De 24-uurseconomie heeft vooral vat gekregen op een terrein waar destijds nauwelijks over gepraat werd: het privéleven. In 1975 werd 73 procent van het huishoudelijk werk onder kantoortijden gedaan, in 2000 was dat nog maar 57 procent. Strijken, poetsen en de was draaien, dat zijn de activiteiten die veel meer naar de avond en het week zijn verplaatst. Dit is uiteraard een gevolg van het toenemend aantal tweeverdieners. De synchrone tijdsorde is veel meer geschaad door de opmars van werkende alleenstaanden en tweeverdieners dan door de economie, concludeert Knulst.

Wim Knulst werkte van 1974 tot 1997 bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Toen hij begon, was het onderzoek naar tijdsbesteding en vrije tijd nog tamelijk nieuw. Het vond plaats in een sfeer van cultureel optimisme. Jongeren werden steeds hoger opgeleid. En omdat hoger opgeleiden traditioneel van kunst en literatuur hielden, leken gouden tijden aan te breken voor museum, schouwburg en het boek. Maar Knulst en zijn mede-onderzoekers merkten al in de jaren tachtig dat jongeren juist minder gingen lezen.

Gaandeweg kwam Knulst tot de conclusie dat jongeren anders 'geprogrammeerd' zijn. Ze groeien op in een jeugdcultuur die helemaal op hun wensen is toegesneden. Daarom vinden veel jongeren boeken of kranten saai. Knulst: 'En wie niet met lezen is opgegroeid, zal het later in zijn leven waarschijnlijk ook niet doen.'

Knulst stond ook aan de wieg van het tijdsbestedingsonderzoek in Nederland. In 1975 werd voor het eerst een groepje mensen gevraagd nauwkeurig in een weekboek bij te houden waaraan zij hun tijd besteedden. Het onderzoek is sindsdien om de vijf jaar herhaald.

Kun je uit die tijdreeks afleiden dat mensen het steeds drukker hebben gekregen?

'Als je ziet dat ze sinds 1975 meer televisie zijn gaan kijken, valt dat volgens mij nogal mee.'

Maar tweeverdieners moeten werk en zorg combineren. Dat veroorzaakt toch stress?

'In het tijdsbestedingsonderzoek van 2000 moesten mensen elke dag invullen of ze zich opgejaagd voelden. Dat leverde uniek materiaal op, omdat we meteen konden zien of er die dag iets bijzonders gebeurd was. Hadden ze lang in de file gestaan, overgewerkt of was er een kind ziek geworden? Al die factoren bleken helemaal niet zo veel gewicht in de schaal te leggen. Veel belangrijker was de vraag of iemand stressgevoelig was of niet, iets dat tevoren met een vragenlijst was vastgesteld.'

In uw nieuwe boek beschrijft u hoe het collectieve ritme van de samenleving teloor is gegaan.

'De instituties die vroeger de maat van het leven aangaven, komen tegenwoordig niet meer boven de muziek uit. De kerk zorgde ervoor dat de zondag echt een rustdag was. Als kind droeg ik op zondag overhemden die zo stijf waren dat je het wel uit je hoofd liet om te gaan rennen. Tegenwoordig wordt de zondag verrommeld met allerlei klusjes. Vroeger had je ook alleen de publieke omroep. De televisie begon pas om een uur of zeven 's avonds, om acht uur klonk op beide netten de gong van het Journaal, en uiterlijk half twaalf werd de dag gesloten door een pater of dominee.

'De dag was om te werken, de avond voor ontspanning, de nacht om te slapen. De televisie was een orkestrator van de tijd. Dat is helemaal verdwenen. Tegenwoordig kun je dag en nacht tv kijken of internetten.'

Zodat al die drukbezette professionals de programma's kunnen zien die ze gemist hebben.

'Dat was wel de veronderstelling. Maar de mensen die 's nachts of onder kantoortijd de media gebruiken, zijn vooral werklozen en andere inactieven op zoek naar tijdverdrijf.'

Maar hadden stressgevoelige types het niet gemakkelijker in zo'n samenleving met een duidelijk ritme?

'Ik geloof daar niet zo in. Het woord stress bestond niet, maar dat wil niet zeggen dat het verschijnsel niet voorkwam. In elk geval hadden mensen veel meer moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Ook het huishouden was veel tijdrovender. Er zijn tegenwoordig nog altijd veel mensen voor wie de dag er om zes uur opzit, als de vaat in de machine staat. In de jaren dertig is ook onderzoek naar tijdsbesteding gedaan. Daarin komen bezigheden voor als de kachel aanmaken, hout hakken, de moestuin verzorgen. Veel mensen hadden thuis een varken in een hok. Dat moest verzorgd worden.

'Er zit veel nostalgie in dat verlangen naar een synchrone tijdsorde. Maar de voorstanders van die orde realiseren zich onvoldoende dat zij samenhing met het kostwinnersmodel. Dat was uit het oogpunt van tijdsbesteding heel efficiënt. De huisvrouw was een vliegende keep, die zichzelf opofferde om het de rest van het gezin zo gemakkelijk mogelijk te maken. Ze stond 's ochtends als eerste op om boterhammen te smeren en 's avonds warmde ze de prak op voor de laatste die thuis kwam. In principe was iedereen 's avonds vrij.'

U relativeert de gedachte dat we in een 24-uurseconomie leven. Maar jongeren werken wel vaker buiten kantoortijd.

'Dat zijn meestal studenten die een klein baantje hebben. De grootste verschillen tussen jong en oud zie je bij het uitgaan. Als de 40-plussers thuiskomen, gaan de jongeren stappen. In 1975 viel 11 procent van de uitgaanstijd op weekendnachten tussen twaalf en zes uur. In 2000 was dat 40 procent. Ik geloof dat jongeren zich op deze manier van ouderen willen onderscheiden, zoals ze dat ook doen met een piercing of tattoo. Als het nog kan, als ze nog geen verantwoordelijkheid hebben voor gezin of baan, willen ze even leven als bohémien of een popster, die lak heeft aan de klok.'

Uit uw onderzoek naar mediagebruik en culturele participatie blijkt hoe de cultuur verandert als oudere generaties plaats maken voor jongere. Zal daarom de 24-uurseconomie alsnog oprukken?

'Dat effect zie je inderdaad bij culturele participatie en mediagebruik. Daardoor worden bijvoorbeeld boeken en kranten minder gelezen. Maar daarbij gaat het om smaak en voorkeur. Daar zijn mensen tamelijk vrij in. Bij de ordening van de tijd heb je veel meer met maatschappelijke instituties te maken. Je moet rekening houden met arbeids-, school- en winkeltijden. Het lijkt erop dat het afwijkende tijdsbestedingspatroon van jongeren zal wegebben als ze ouder worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden