weekendgidsRoger Ballen

Het universum van fotograaf Roger Ballen wordt bevolkt door outsiders en vreemde wezens

De wereld van de Amerikaanse kunstenaar en fotograaf Roger Ballen wordt vaak ‘verontrustend’ genoemd: vreemde figuren, dieren, maskers − een wereld van Jeroen Bosch, maar dan in zwart-wit. De fotograaf leidt ons graag rond door zijn universum.

Arno Haijtema
Roger Ballen Beeld Daniel Cohen
Roger BallenBeeld Daniel Cohen

De tafel ligt vol met exemplaren van de Roger Ballen Polaroids: Volume 2, de boeken die de in Zuid-Afrika residerende fotograaf alvast heeft gesigneerd voor de presentatie in zijn Amsterdamse galerie Reflex. Om precies te zijn: in de gloednieuwe residentie- annex expositieruimte van Reflex, op steenworp afstand van de hoofdvestiging aan de Weteringschans, tegenover het Rijksmuseum. Een feestelijke dag, maar het is niet de aanleiding voor onze ontmoeting. We spreken Ballen (71) vanwege zijn grote tentoonstelling in het Fotomuseum Den Haag, waar zijn ‘Ballenesque world’, een door hem zelf verzonnen begrip, tot leven is gewekt met tientallen grote, vierkante zwart-witfoto’s, recente kleurenfoto’s, kleurig schilderwerk en enkele installaties.

‘Verontrustend’, wordt die wereld van Ballen vaak genoemd. Niet alleen vanwege de outsiders – daklozen, verstandelijk beperkte mensen, mannen van het arme, vergeten Zuid-Afrikaanse platteland die kenmerken van inteelt vertonen – die vooral figureren in zijn werk tot 2002. Maar ook door de ratten, vogels, maskers, vlekken op de muren, gemangelde poppen, Jeroen Bosch-achtige schepsels die in graffiti opduiken, en door de draden die zich in de verbeelding van de bezoeker al tot een wurgkoord aansnoeren.

Verontrustend, ja, zo zien de westerse museumbezoekers zijn werk vaak, erkent Ballen. Zelf noemt hij het liever humoristisch en absurdistisch. ‘De waardering voor mijn werk is nogal cultureel bepaald. Jij vindt ratten eng en fladderende vogels in een kamer onrustig, maar in Afrika en Azië houden ze van ratten, ze worden er gegeten. Je moet er wel mee oppassen, maar niemand vindt ze griezelig.’ Wat hem ook opvalt: in Afrika wordt zijn werk vaker in verband gebracht met de geesten die zijn werken lijken te bevolken, die ongrijpbare fenomenen die in zijn foto’s voor de vatbare kijker zomaar zichtbaar kunnen zijn.

Welke termen zijn publiek ook gebruikt, telkens wordt Ballen bevestigd in de overtuiging dat zijn werk aan iets archetypisch raakt, dat zijn beeldtaal doordringt tot het onbewuste. ‘Wie mijn foto’s heeft gezien, vergeet ze niet meer.’

De mensen die zijn werk reduceren tot ‘griezelig’, onderdrukken volgens Ballen de twee zekerheden die een mensenleven kent: het besef dat iedereen sterfelijk is, en dat onze wereld bestaat uit chaos en wanorde. ‘De mens wil het leven beheersen en orde scheppen, om te voorkomen dat hij ten onder gaat. Maar uiteindelijk brengt de chaos waarin we leven ons echt tot de dood. Als je de onvoorspelbaarheid én de onontkoombare dood accepteert, sterken mijn foto’s je juist. Dan bieden ze je een waarachtige kracht waarmee je het leven aankunt. Je weet nooit of je de volgende ochtend wakker wordt, welke verdediging een mens ook opwerpt. Ik zou zeggen: face it. Doe je best en ga door.’

Roger Ballen Beeld Daniel Cohen
Roger BallenBeeld Daniel Cohen

In de jaren zeventig emigreerde de Amerikaan Ballen naar Zuid-Afrika, het land van de Apartheid. De liefde (zijn echtgenote is Zuid-Afrikaans) en zijn vakgebied (hij is afgestudeerd als geoloog) brachten hem naar Johannesburg. Maar hoe kon hij in dat repressieve klimaat artistiek groeien? ‘Ik was in die tijd tamelijk vervreemd van de westerse cultuur. Ik had gereisd van Caïro naar Zuid-Afrika en had onderweg meer landen gezien waarin op een vergelijkbare manier met het volk werd omgegaan. Om nog maar te zwijgen over de manier waarop in de Verenigde Staten de burgerrechtenbeweging werd onderdrukt. Het enige waarin Zuid-Afrika echt verschilde, was dat de repressie hier was geïnstitutionaliseerd.’

Ballen heeft zichzelf nooit als politiek fotograaf beschouwd, wat niet wegneemt dat zijn boek Platteland uit 1995 politiek rumoer veroorzaakte in het post-Apartheidstijdsgewricht. Die gemarginaliseerde blanke keuterboeren, de mensen met flaporen en kraters waar ooit tanden zaten, de ook door de geprivilegieerde bovenlaag veronachtzaamde outlanders die toch niet representatief mochten heten voor het beschaafde Zuid-Afrika: ze zorgden voor een schok en maakten grote woede los, die zich richtte op de boodschapper, Ballen.

Desondanks is Zuid-Afrika altijd de plek geweest waar Ballen kon floreren. ‘Ik denk dat die foto’s wel invloed hebben gehad op het denken. Los daarvan was er tot voor kort slechts heel weinig culturele activiteit. Er was geen kunstmarkt en er waren geen kunstenaars tot wie ik me kon verhouden, of die me beïnvloedden. Zo kon ik in mijn balleneske staat komen. Roger Ballen moest zich zien te verhouden tot Roger Ballen. Het isolement inspireerde.

‘De natuur is mijn belangrijkste inspiratiebron. Ik ben gek op geologie en op de complexiteit van de natuur. Ik weet nog dat ik in mijn jeugd op reis verbleef in van die afschuwelijke primitieve hotelletjes en dat ik op bed eindeloos lag te kijken naar de hagedisjes die op de plafonds jaagden op muggen.’ Voelt Ballen zich dan ook een natuurfotograaf? Hij denkt even na. ‘Dat heeft nog nooit iemand me gevraagd. Maar... je hebt absoluut gelijk.’

Fotofestival: Les Rencontres d’Arles, Frankrijk

‘Dit fotofestival bestaat sinds 1970. De exposities zijn op de mooiste plekken in de stad. Het programma is doorgaans erg sterk, het is er tijdens het festival, dat in juli plaatsvindt, heerlijk weer en ook ’s avonds zijn er interessante activiteiten, zoals filmvertoningen. En dan is er ook nog het nieuwe, door Frank Gehry ontworpen La Tour, met het kunstcentrum Luma Arles van de Zwitserse kunstverzamelaar, mecenas en documentairemaker Maja Hoffmann.

‘In 1995 had ik mijn eerste tentoonstelling in een prachtige abdij in Arles, in de tijd dat ik in Zuid-Afrika veel problemen had door het uitkomen van Platteland. Ik kwam voor de gelegenheid met mijn vrouw en kinderen naar Frankrijk. We vlogen via Parijs naar Marseilles, en in het vliegtuig werden kranten rondgedeeld. Ik kreeg Libération in handen en zag op de voorpagina mijn foto staan. Dat moment zal ik nooit vergeten. En nergens kreeg ik zoveel positieve reacties op mijn werk als in Arles.’

Les Rencontres d'Arles, 2021. Beeld ANP / AFP
Les Rencontres d'Arles, 2021.Beeld ANP / AFP

Boom: De jacaranda

‘De jacaranda of pa­lis­san­der­boom heeft grote, volle, paarse bloemen, een ongelooflijk intense en inspirerende kleur, die wel afkomstig lijkt van de goden. De boom staat overal in Johannesburg en andere plaatsen in Zuid-Afrika, maar bijvoorbeeld ook in Congo. Hij is door kolonisten geïmporteerd uit Brazilië en heeft een speciaal klimaat nodig, met een bepaalde hoeveelheid regen en de juiste temperaturen. Vanaf mijn werkplek in mijn Inside Out Centre of the Arts kijk ik uit op zo’n enorme boom.’

Een pa­lis­san­der­boom. Beeld Gerardo Vieyra/NurPhoto/Shutterstock
Een pa­lis­san­der­boom.Beeld Gerardo Vieyra/NurPhoto/Shutterstock

Vakantie: Noorwegen ten noorden van de poolcirkel

‘De laatste keer dat we gingen liften, voordat we kinderen kregen en onze reizen georganiseerder werden, was in Noord-Noorwegen. Het was dus het afscheid van de Roger Ballen-jeugd. Vooral de eilandengroep de Lofoten is spectaculair. Toen wij er waren, in 1988, zag je er nog niet veel toeristen.

‘De Noorse fjorden met hun kliffen, de besneeuwde bergpieken in de verte en de gletsjers, de grote verschillen en contrasten in het landschap: ze vormen nog echte wildernis. In Europa dan, want fjorden zijn er natuurlijk ook in Chili en Argentinië.’

Nusfjord op de Lofoten, Noorwegen. Beeld ANP
Nusfjord op de Lofoten, Noorwegen.Beeld ANP

Eten: Haring

‘Ooit stond vlak bij het Rijksmuseum een haringstal, dat was mijn favoriete plek in Amsterdam, waar ik de beste haring ooit heb gegeten. Maar die is vijf, zes jaar geleden verdwenen. In Den Haag kom ik het liefst bij ‘Vis.’ (spreek uit: Vispunt) aan de Frederik Hendriklaan, vlak bij het Fotomuseum. Ze serveren daar veel vissoorten. Ik heb veel gereisd over de wereld, en van alles gegeten, maar niets gaat boven haring, zónder uitjes, bij ‘Vis.’ dus.’

Haring Beeld ANP / Robin Utrecht
HaringBeeld ANP / Robin Utrecht

Vlooienmarkt: Lille

‘Als ik steden bezoek, ga ik op zoek naar vlooienmarkten. Dat valt tegenwoordig nog niet mee, want veel markten zijn plekken geworden waar vooral maaltijden worden geserveerd – niet zo interessant. Lille heeft de grootste vlooienmarkt van Europa, met wel tienduizend kraampjes. Je kunt er met gemak drie, vier dagen rondzwerven.

‘Toen ik een expositie had in Parijs, in het museum Saint-Pierre, kocht ik op de markt in Lille de romp van een etalagepop (met dierenschedel, red.) die ik gebruikte voor mijn installatie met de oude kinderwagen, met daarin een babypop (ook met een dierenschedel, red.). Ik heb vanaf de markt de hele weg naar het station met die pop gezeuld. In andere landen, zoals Zuid-Afrika, zijn er altijd wel mensen die je tegen betaling helpen met tillen. Maar hier moest ik het alleen doen.’

Vlooienmarkt in Lille, 2017. Beeld ANP / AFP
Vlooienmarkt in Lille, 2017.Beeld ANP / AFP

Museum: Halle Saint-Pierre, Parijs

‘De Halle Saint-Pierre in Parijs, in de buurt van de Place du Tertre op Montmartre, is ontworpen door architect Victor Baltard, die in de 19de eeuw in Parijs twaalf markthallen bouwde. Het museum is dé plek om out­si­der­kunst oftewel art brut te zien. Het mooie van deze kunstvorm is dat die wordt gemaakt door kunstenaars die zichzelf geen kunstenaar en hun werk geen kunst noemen. Ze dóén het. Hun werk komt rechtstreeks uit de psyche, ongefilterd. Ik voel grote verwantschap met de outsiders, en voel mezelf in de kunstwereld ook een beetje een outsider.

‘Mijn tentoonstelling die nu in Den Haag te zien is, begon in Saint-Pierre. Beneden is een grote ronde, zwart geschilderde ruimte, enorm inspirerend.

‘In Zuid-Afrika werk ik al jaren met outsiders. Sommigen ken ik al jaren, anderen zie ik maar één keer. Sommigen beschouwen me als hun vriend, voor anderen ben ik een soort vaderfiguur. Ik betaal ze voor het werk dat ze voor me doen (zoals poseren, al dan niet met dieren en attributen, red.), we hebben een goede verstandhouding. Ze zijn in het algemeen niet geïnteresseerd in kunst, en kijken meestal ook helemaal niet naar mijn foto’s.’

Halle Saint Pierre op Montmartre in Parijs. Beeld ANP / Hemis Creative and Travel Imagery
Halle Saint Pierre op Montmartre in Parijs.Beeld ANP / Hemis Creative and Travel Imagery

Planeet: Venus

‘In steden zoals Amsterdam kun je eigenlijk geen sterren zien. Te veel bewolking, te veel lichtvervuiling. Maar in Johannesburg, dat op 1.800 meter boven zeeniveau ligt, kun je van april tot oktober, als er geen regen valt en het kristalhelder is, miljoenen sterren aan de hemel zien.

‘Het eerste boek dat ik als kind kocht, ging over Griekse mythologie. Bijna niemand weet daar tegenwoordig nog iets van, maar als 6-jarige was ik al gegrepen door de sterren en hun betekenis. Het ging me niet zozeer om de enorme afstanden tussen ons en de sterren, of over hun zwaartekracht. Ze hebben iets mysterieus, er kleeft iets poëtisch aan. Venus is de avondster en de morgenster, het is de planeet van de liefde. Wat kan er mooier zijn dan met je vrouw, je man, je vriendin of je vriend samen naar Venus te kijken?’

Artist impression van de planeet Venus. Beeld Getty Images/Science Photo Libra
Artist impression van de planeet Venus.Beeld Getty Images/Science Photo Libra

Kunstcentrum: Inside Out Centre for the Arts

‘Ik heb een stichting opgericht met als doel Afrikaanse fotografie en kunst te ondersteunen met exposities en educatie. Het is in het bijzonder gericht op kunst met een psychologische impact. Dit Inside Out Centre in Johannesburg gaat hopelijk, als covid het toestaat en Roger Ballen op zijn twee voeten blijft staan, in mei 2022 open.’

Kunstcentrum: Inside Out Centre for the Arts Beeld website roger ballen
Kunstcentrum: Inside Out Centre for the ArtsBeeld website roger ballen

Schilders: Jeroen Bosch en Pieter Bruegel

‘Mijn twee favoriete kunstenaars. Hun werk heeft grote psychologische rijkdom en op hun schilderijen zie je hoe ze worstelen met de kwellingen van de geest. Hun composities zijn geweldig, en net als in mijn werk is er altijd een relatie met de natuur zichtbaar. Ze zijn meesters van de verbeelding.’

De kleine toren van Babel door Pieter Bruegel. Beeld .
De kleine toren van Babel door Pieter Bruegel.Beeld .

Camera: Rolleiflex

‘Ik heb van 1982 tot 2016 gewerkt met de Rolleiflex-camera, al mijn werk in die periode is ermee gefotografeerd. De foto’s zijn vierkant, de negatieven meten 6 x 6 cm en er zitten maar twaalf opnamen op een filmrolletje, wat je vanzelf dwingt tot geconcentreerd werken. De relatie met zo’n camera is belangrijk. Je houdt hem ter hoogte van je maag en kijkt dan van bovenaf in de zoeker. Hij is bijna onderdeel van je lichaam. Mijn Rollei is altijd een vriend voor me geweest en een verlengstuk van mijn geest. Nu is hij met pensioen en heeft hij een mooi plekje in het Inside Out Centre.

‘Sinds een paar jaar fotografeer ik met een Leica SL, een geweldige digitale camera, waarmee ik de kleurenfoto’s heb gemaakt die op de expositie zijn te zien. Ik ging ermee werken met het idee de kleurbestanden om te zetten op het voor mij gangbare zwart-wit, maar toen ik de opnamen bekeek, constateerde ik dat ze in kleur beter waren dan in zwart-wit.’

Een Rolleiflex F3.5-camera. Beeld ANP / PA Images / Alamy
Een Rolleiflex F3.5-camera.Beeld ANP / PA Images / Alamy

CV Roger Ballen

1950 Geboren in New York. Als 13-jarig kind krijgt hij zijn eerste camera en werkt al snel af en toe in opdracht, maar hij gaat als jongvolwassene psychologie studeren.

1972 Eerste film Ill Wind.

1973-1978 Maakt een lange reis, onder meer over land van Egypte naar Zuid-Afrika.

1979 Eerste fotoboek Boyhood.

1981 Promoveert in Amerika in ‘mineral economics’ en werkt als mijnondernemer.

1982 Vestigt zich in Johannesburg in Zuid-Afrika.

1986 Fotoboek Dorps: Small Towns of South Africa.

1994 In het jaar van de afschaffing van de Apartheid publiceert Ballen de spraakmakende fotoserie Platteland. In de jaren erop wordt zijn werk minder documentair en rukt de fantasie op in series als Outland (2000) en Shadow Chamber (2005). Steeds vaker combineert Ballen zijn fotowerk met schilderijen en tekeningen, soms laat hij ook mensen poseren.

2002 Fotograaf van het Jaar bij Rencontres d’Arles, Frankrijk.

2008 Richt de Roger Ballen Foundation op voor fotografie-onderwijs, sinds 2021 gevestigd in het Roger Ballen Centre for Photographic Art in Johannesburg.

2009 In series als Boarding House en later in Asylum of the Birds (2014) wordt Ballens werk steeds rijker aan verbeelding en maakt hij zich meer disciplines eigen zoals sculptuur en installatiekunst.

2012 Maakt videoclip I Fink You Freeky i.s.m. de Zuid-Afrikaanse band Die Antwoord (meer dan 125 miljoen YouTube-views).

2015 Installatiekunstexposities in onder meer Finland, Turkije, Frankrijk en Italië.

2016 Serie Theater of Apparitions.

2017 Boek Ballenesque Roger Ballen: A Retrospective en eerste kleurenfotoboek Roger Ballen Polaroids: Volume One.

2021 Expositie The World According to Roger Ballen in Fotomuseum Den Haag (t/m 6 maart 2022) en gelijknamig boek. Expositie Ballenesque in Color in galerie Reflex (nog t/m 7 december).

Werk van Roger Ballen is opgenomen in meer dan veertig vooraanstaande collecties, waaronder die van Tate Britain, Victoria and Albert Museum, Rijksmuseum, Stedelijk Museum Amsterdam, Museum of Modern Art, New York en Maison Européenne de la Photographie in Parijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden