God woont in Vegas

Verenigde Staten Las Vegas..

Het spectaculaire moment van binnenvliegen is in de avonduren. Duistere aarde spat open in een orgie van licht: Las Vegas.

Heel veel, zo niet alles van Vegas is onwerkelijk, op betoverende wijze. Die almaar uitdijende stad midden in de woestijn, het licht dat kunstlicht is, de hotels en casino’s die vestingen zijn, verleidelijk en besloten.

En dan staat Vegas natuurlijk voor de even valse als gelukzalige illusie dat de jackpot vol miljoenen uit zijn voegen barst uitgerekend op het moment waarop jij je laatste kwartje in de zilverkleurige gleuf werpt – God bestaat en hij woont in Vegas.

19.00 uur. Het MGM Grand telt meer dan vijfduizend kamers. Het is niet eens het grootste.

Nergens in de krochten van de hotelcomplexen is daglicht, er zijn geen ramen met zicht op het buitenleven. Er zijn winkelstraten, maar de lucht daarboven is van bordkarton. Nergens hangt een klok. In Vegas wordt de tijd overgeslagen en het verschil tussen dag en nacht verdonkeremaand. Ander licht dan kunstlicht wordt niet toegelaten. Hier ben je opgenomen in het leven dat geen daglicht verdraagt.

De hotels en casino’s van Vegas zijn ontworpen aan de hand van een thema. MGM verwijst naar de beroemde filmstudio van Metro-Goldwyn-Mayer. Binnen ben je als in de klauwen van een monster: ontsnappen is er niet meer bij.

Op de afmetingen van een stadspark is alles voorhanden wat een mens nodig heeft: luxe winkels, bars met terrassen, restaurants, massage-instituten, enorme aquaria, kooien met leeuwen, nachtclubs en stripclubs, shows van de grote sterren. En in het midden daarvan, als de tempel van een koortsige wereld, het casino, met honderden gokkasten, tientallen speeltafels.

20.00 uur. Nooit gedacht nog eens in de rij te staan voor Tom Jones. 67 is de Engelse zanger – het is te zien. In de jaren zestig was zijn populariteit op een hoogtepunt. Twee weken lang treedt hij op in het Hollywood Theatre van MGM. Alle achthonderd plaatsen zijn bezet.

Tevoren was gewaarschuwd voor ondergoed op het toneel; het schijnt een handelsmerk te zijn van de artiest. Maria, een rossige vrouw uit Texas, drinkt tijdens de voorstelling met moeder en vriendin twee flessen Moët & Chandon, 375 dollar per fles. Onder Delilah, Green, Green Grass of Home en vooral onder What’s new Pussycat springt ze, klapt ze, gilt ze, fluit ze. Tegen het eind loopt ze naar voren. Ze zwaait met een witte onderbroek. Als ze het ding op de bühne gooit, maakt het in eerste instantie een zachte landing op het hoofd van een man op de eerste rij.

Maria, waar komt die onderbroek vandaan? ‘Uit mijn tas.’

22.30 uur. Je kunt over de hoofden lopen, zeggen ze dan. Naarmate de avond vordert, loopt het casino vol. Nu is geen tafel meer onbezet en zitten ze zij aan zij achter de gokkasten. Het geluid is dat van een volière zo vol kanaries dat de beestjes hun hoofd verliezen.

Peggy en Barney komen uit Kentucky; zij is stevig, met een streng hoofd, hij is ook gezet maar zijn gezicht is droevig. Peggy duwt een biljet van 50 dollar in de Triple Diamond. In luttele minuten staat ze op nul.

Jawel, ze komen vaker in de MGM. Twee, misschien drie keer per jaar. ‘We overdrijven niet’, zegt ze. ‘5000 dollar, dan stoppen we.’ Het is het fonkelende koperwerk dat hen aantrekt, het marmer, de diepe donkerrode tapijten. ‘Het is de prettige schijn’, licht Peggy toe. ‘De idee dat de wereld niet is zoals je hem op andere dagen kent.’

Voor veel Amerikanen is Vegas de gouden standaard van het vakantiegevoel. The Luxor is gebouwd als een pyramide, in The Paris hebben ze een Eiffeltoren, in The Venetian stroomt een Canal Grande en varen gondels (op elektromotoren). Wie in Vegas is geweest, is in één keer in de hele wereld geweest en je kunt nog Engels blijven spreken ook.

Maar vooral is er de gelukzaligheid om voor even deel uit te maken van de wereld van de rich and famous, van het onbezorgde, waar de armoede de pest kan krijgen.

Aan de meeste blackjacktafels geldt een minimuminzet van 25 dollar. Het spelletje duurt één minuut. De maximuminzet, per spel, is 10 duizend dollar.

Chuck en Pat zijn van Nebraska. Hij heeft een ranch, zij is machinist op de kolentrein. Ze zijn in Vegas voor de jaarlijkse rodeo – en voor de casino’s. Pat is een vrolijke vrouw. Achter de Majestic Lions bakt ze er weinig van. Haar 100 dollar verdwijnt als sneeuw voor de zon. Lachend begint ze opnieuw. Chuck is uit ander hout gesneden. Hij praat niet, hij speelt. Je hebt de flierefluiters en je hebt de zeloten. De laatste zijn de gedrevenen die tot in de ochtenduren kunnen doorgaan. Zij ouwehoeren niet, zij spelen. De slotmachine is een ernstige zaak. Tegen één uur hangt zij onderuitgezakt in een stoel. Ze wil naar bed. Hij speelt nog steeds, als een monnik. Ze zijn op weg naar de 2000 dollar. Verlies, wel te verstaan.

01.30 uur. De kamers in de MGM zijn ruim en comfortabel. Filmsterren van weleer hangen in sepiakleuren aan de muren rondom je bed – Rita Hayworth, bijna op je kussen. De kamer is niet duur, honderd dollar per nacht. Maar dat ligt aan de betrekkelijke slapte van het seizoen. Bovendien zijn het dagprijzen die ze hier hanteren. Morgen rekenen ze zo maar 300 dollar. Het is in alles een goktent.

Gehorig zijn ze wel, die kamers in de MGM. Hiernaast komt om half twee ‘s nachts een kerel luid foeterend binnenzetten. Het gaat van fuck-dit en fuck-dat. Als hij na minuten stilvalt en alleen nog het snikken en snotteren van een vrouw is te horen, is het tijd om naar beneden te gaan.

De dagen dat James Bond het casino bezocht zijn wel voorbij. Beaux garçons in black tie met glitterdames zie je niet. Het poloshirt en ook wel het sweatshirt bepalen het beeld. Hier en daar treft men een trainingspak.

Aan een blackjacktafel moet de dealer, een jonge Vietnamese vrouw – Thuyson vermeldt haar naamplaatje – het opnemen tegen vijf, zes lui uit New Mexico. Cowboyhoeden, rodeovolk. ‘Give me a smile’, sommeert een lange, pokdalige man. Ze schudt van nee. Nog eens: ‘Gimme a smile.’ Ze schudt van nee. Ze deelt kaarten. Een ander: ‘Het kost niks, hoor. Alles wat je moet doen is een spier vertrekken.’ Ze schudt van nee.

‘Snap je dat nou?’, vraagt een vrouw met een imposante, goudkleurige bril. Ze behoort tot het clubje, ze stelt zich voor als Mary. ‘Snap je dat nou waarom ze zo strak doet?’

Zou het kunnen dat de bank neutraal moet zijn, niet mag huilen, niet mag lachen? Mary vindt het een antwoord van niks: ‘Mijn man en ik verloren vanmiddag 20 duizend. Het was gebeurd voordat we het wisten. We hebben er samen met de dealer om gelachen. Je komt naar Vegas om te verliezen. It’s great fun.’

05.00 uur. Er zijn geen wandelaars meer op Boulevard South, beter bekend als de Strip. Maar het verkeer, voornamelijk taxi’s, raast drie rijen dik voorbij als in de spits op de rondweg A10.

In de lobby van MGM verzamelen zich luidruchtig de eerste groepen die alweer vertrekken. Stapels koffers wachten op de shuttlebus voor vervoer naar het vliegveld. ‘Ja, het was great’, glundert een kalende man in spijkerbroek. Drie dagen Vegas en nu terug naar Philadelphia. ‘De beste plek op aarde’, zegt hij, ‘Philly is okay, Vegas is the best.’

Bij de McDonald’s in MGM staan zeker dertig hotelgasten, voornamelijk kerels, sommigen een bierfles in de hand, te wachten op hamburgers en chickenfingers. Je kunt er 24 uur per dag terecht, 365 dagen per jaar.

De speeltafels zijn gesloten. Achter de slotmachines zijn nachtuilen nog in de weer. Dat ze hun geluk beproeven, lijkt te veel gezegd. De schwung is eruit.

Bliep-bliep-bliep doen de machines. Het is een briesje vergeleken met de stormkracht van een paar uur geleden. Maar er wordt nog steeds gespeeld. Een grote, zware neger zit achter de Quarter Million$. Het is een apparaat dat de speler bij tijd en wijle een bonus gunt. De hoogte van de bonus wordt bepaald door een rad van fortuin. ‘Bullshit’, gromt de neger. En nog twee keer: ‘bullshit’.

Uiteindelijk krijgt hij toegang tot het rad. De punt van de wijzer komt tot stilstand op 400, net een vakje naast dat van de 25 duizend.

‘Bullshit!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden