Geen Oekraïnezonder Odessa

DE MONUMENTALE TRAPPEN, STATIGE PANDEN, EEN BOULEVARD MET SIERLIJKE ACACIA'S - DE ZIEL VAN ODESSA HUIST IN HAAR SCHRIJVERS EN HAAR VERLEDEN....

'Komt u uit Nederland? Zeg maar niets meer, u bent hier voor Konstantin Paustovski!' De grijze conservatrice van het Literatuurmuseum in Odessa straalt. 'Nederlanders vragen altijd naar Paustovski!', constateert ze. Kordaat pakt ze me bij de arm en trekt me mee door de expositiezalen.

Achteloos lopen we langs schrijvers die ook in deze idyllische havenstad aan de Zwarte Zee een deel van hun leven woonden en werkten. Het zijn niet de minsten: Poesjkin, Tsjechov, Tolstoj, Gogol, Boenin, Majakovski, Babel. Bij een muur van twee bij twee meter vol manuscripten, boeken en foto's staat ze abrupt stil. 'Daar is hij, jullie Paustovski', zegt ze triomfantelijk.

Toen ik aan Nederlandse bekenden over mijn reisplan naar Odessa vertelde, viel inderdaad opvallend vaak de naam van Konstantin Paustovski (1892-1968) en zijn boek Tijd van de Grote Verwachtingen, deel uit zijn grote autobiografie. Mede dankzij de goede vertaling en een actieve uitgever is de boekenreeks van de sovjetschrijver Paustovski in Nederland verhoudingsgewijs populairder dan in Rusland en Oekraïne.

Hoewel de schrijver slechts kort in Odessa woonde, is er voor de Paustovski-liefhebber veel te beleven in de havenstad. Je kunt een kijkje nemen in het redactielokaal van de zeemanskrant Morjak, waar Paustovski en zijn schrijversvrienden in 1920 op hun eigen manier bijdroegen aan de revolutie.

En in de lommerrijke Tsjernomorski-straat (de Zwartezee-straat) - waar de Tijd van de Grote Verwachtingen begint - ligt een komisch museumpje vol knipsels, foto's en spullen uit Paustovski's tijd. Niets van deze tentoonstelling is ooit echt van de schrijver geweest. Behalve een blauwwit zeemansshirt, dat dan ook trots is ingelijst. Paustovski is hier waarschijnlijk zelf nooit geweest. Hij woonde op de binnenplaats van de naastgelegen woning, in een huisje dat allang is afgebroken.

Maar er zijn meer redenen om naar Odessa te komen. De Russen denken bij de stad allereerst aan de wereldberoemde trap met 192 treden, die een prominente rol speelt in Eisensteins beroemde film Pantserkruiser Potemkin uit 1925.

En veel vaker dan Paustovski noemen intellectuele Russen de naam van de joodse schrijver Isaak Babel, wegens zijn Verhalen uit Odessa, over de boevenkoning Benja Krik die heerste over het joodse getto Moldavanka.

Maar het trotst op de stad zijn de inwoners zelf. 'Odessa is niet Oekraïens, maar Oekraïne is niets zonder Odessa', zegt Roza Rabzi, assistente van de rabbi in de synagoge. 'Ik kan me geen betere plek voorstellen om mijn kinderen op te laten groeien. De schoonheid van het historische centrum kan niet anders dan een positief effect hebben op hun karakter. Niet voor niets komen zoveel schrijvers, kunstenaars en humoristen uit Odessa.'

Odessa is een unieke, eigenwijze stad, zegt ook de 73-jarige ingenieur Joeri Trizna terwijl hij zich aankleedt op de kade. 'Als de wind niet zo vaak uit Moskou zou waaien, zou het klimaat hier zijn als in Nice', bibbert hij. Trizna heeft net een duik genomen in de Zwarte Zee. Dat doet hij zijn hele leven al iedere dag, behalve hartje winter.

Volgens Trizna is de sfeer in Odessa te vergelijken met die in de Verenigde Staten. 'Iedereen mocht zich hier vestigen. De pioniers waren handelslieden en industriëlen. In een mum van tijd was Odessa de derde stad in het Russische imperium. De autoriteiten hebben altijd geprobeerd om ons klein te krijgen. Maar het is ze nooit gelukt, en het zal ze ook nooit lukken.'

Odessa is een stad met een opvallend West-Europees en statig uiterlijk. Zoals dat van de Primorskoje boulevard, links en rechts van de Potemkin-trappen, met prachtige negentiende-eeuws huizen in okergeel en lichtgroen. Hier staat ook het paleis van gouverneur Vorontsov, wiens vrouw Eliza Vorontsova in 1823 een affaire had met Aleksander Poesjkin.

Over de kasseien rijden bijna geen auto's. Op zwoele herfstavonden flaneren hier gezinnen en in de weekeinden ziet het er wit van de bruidjes die zich laten fotograferen tussen de historische gebouwen en sierlijke acacia's die Duc de Richelieu uit Wenen liet importeren. De graaf, die in 1805 door tsaar Aleksander I tot gouverneur van het toen nog maagdelijk jonge Odessa werd benoemd, vroeg Franse en Italiaanse architecten een stad te bouwen die net zo mooi zou zijn als zijn thuisstad Parijs.

Na een paar jaar kreeg tsaar Aleksander I spijt van het soepele regime in zijn zuidelijke havenstad. Begin negentiende eeuw schreef hij in een verontwaardigde brief aan graaf Michail Vorontsov, de derde gouverneur van het zogenoemde Novorossija (Nieuwrusland) dat Odessa te Europees geworden was. De militairen en matrozen liepen er rond met een wulps losgeknoopt uniform en het was de enige plaats in Rusland waar je op straat mocht roken en luidkeels mocht zingen.

Maar het was vooral de drukke vrije haven waardoor Odessa al vanaf het begin een kosmopolitisch karakter had. Nog steeds is het uitzicht op de haven oogverblindend. Tussen de historische rode bakstenen pakhuizen en de azuurblauwe zee bevindt zich een wirwar van gele kranen, kleurrijke containers en tientallen vrachtschepen.

Odessa hééft geen haven, de stad ís een haven en had daarin ook haar reden van bestaan: in 1794 stichtte tsarina Catharina de Grote Odessa als ijsvrije haven voor het transport van graan naar het westen. Hier kwamen de rijke Griekse en Italiaanse handelaren en in dit klimaat groeide Odessa begin negentiende eeuw uit tot een welvarende stad met 35 duizend mensen, een kathedraal, een barok operagebouw en een theatergezelschap dat werd geleid door de dochter van Marie-Antoinettes kapster.

Ook de joodse wijken, zoals Moldavanka, direct achter de markt, tekenen de stad. Dit is de wijk waar de joodse schrijver Isaak Babel werd geboren en waar hij zo prachtig over schrijft. Odessa was de eerste stad in het Russische imperium waar joden zich vrij mochten vestigen en waar ze op scholen en universiteiten welkom waren. Daardoor ontstond al snel een welvarende joodse gemeenschap.

De straten in Moldavanka ogen breder en onpersoonlijker dan in Babels beschrijvingen, maar de volkse binnenplaatsjes zijn wel heel herkenbaar. Er staat nog een joods ziekenhuis, maar het is allang geen joods getto meer. Twee pogroms in de tsarentijd en de repressie onder Stalin hebben de joodse populatie fors uitgedund. Het grijze zuilengebouw van de voormalige KGB in de Jodenstraat (de Jevreskaja Oelitsa) is er nog de stille getuige van: vanuit dit gebouw zijn talloze joodse intellectuelen en kunstenaars verbannen en vermoord.

Iets verderop ligt de centrale synagoge, een oud en verweerd perzikkleurig gebouw uit 1850 waar de ornamenten van afbrokkelen. Binnenin blijkt de gebedsruimte echter prachtig gerenoveerd. 'De buitenkant vinden we niet belangrijk, het is wel symbolisch zo', zegt Roza Rabzi, de assistente van de rabbi.

Tot 1917 was dit de grootste van de tachtig synagogen die Odessa rijk was. Na de revolutie vestigden de sovjetautoriteiten hier achtereenvolgens een zoölogisch museum, een muziektheater en een gymnastiekzaal. Twee jaar geleden waren de basketballijnen en olympische ringen nog goed zichtbaar.

In 1992 kwam hier een jonge rabbi uit Israël, die de joodse tradities geleidelijk herintroduceerde. 'Voor zijn komst was er van de joodse gemeenschap bijna niets meer over', zegt Rabzi. 'Dankzij hem en de financiële steun van joodse gemeenschappen uit de VS en Israël zijn er in Odessa nu weer joodse scholen, twee weeshuizen en een universiteit. Joodse zieken en bejaarden krijgen hulp en voedselpaketten. Joden hebben het op dit moment beter dan de gemiddelde inwoners van Odessa.' De gemeenschap - die bestaat uit ongeveer 40 duizend joden - is volgens Rabzi weer helemaal opgeleefd.

Afgezien van het tragische lot van de joodse inwoners was Odessa onder de communisten een van de vrolijkste sovjetsteden, dankzij de haven, het strand en de cruisschepen met toeristen. Het was een stad van kortstondige liefdesaffaires, avonturiers en oplichters.

De meest directe verwijzing naar het recente sovjetverleden zijn de vier jonge scouts in het Sevtsjenko-park. In weer en wind bewaken ze het monument voor de onbekende zeeman, een twintig meter hoge obelisk. De tieners - jongens met geweer, meisjes met lange witte kniekousen - nemen hun taak uiterst serieus. Als bij de wisseling van de wacht het volkslied klinkt, staken ze abrupt hun ganzenpas en buigen ze eerbiedig het hoofd.

De historische gebouwen werden in de sovjettijd niet onderhouden, maar evenmin afgebroken. Met de komst van het kapitalisme is een deel van die panden gerenoveerd. De centrale Deribasovskaja-straat is veranderd in een uitgaanscentrum vol hippe winkels, restaurants en café's. Maar voorlopig wint de vergane glorie het nog van de moderne grandeur.

Dat is maar goed ook meent de 63-jarige conservatrice Raizi Gechtler, die haar hele leven al in Odessa woont. Hoofdschuddend wijst ze naar de kustlijn, waar tussen de vervallen villa's steeds meer flatgebouwen verrijzen. 'De ziel van Odessa huist in haar rijke verleden, vol tragedies en humor. Die littekens en herinneringen moet je koesteren, niet wegpoetsen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden