Elfstedenleed

Donderdagavond, 4 december. Het is een uur of zeven als ik mijn brievenbus open. . . en daar ligt ie dan weer, zoals ieder jaar....

Nu zal ook ik op verjaardagen, trots als een pauw, als men mijn sterke schaatsverhalen weer eens niet wil geloven, langzaam doch vastberaden naar oma's dressoir lopen om daar een klein doosje met een meedogenloze inhoud te pakken. . . mijn eigen kruisje! Ook ik kan nu, als ik oud en stram ben geworden, stoere verhalen aan mijn kleinkinderen vertellen. Over bijna afgevroren tenen, zúlke pegels aan baard en muts, wildvreemde lot- en bondgenoten ophelpen na een val door één van die gemene scheuren in het gitzwarte ijs.

Maar ik moet niet dromen, ik moet handelen! Een streng koolhydratendieet. Twee keer per week naar de ijsbaan. Drie keer per week op de skeelers door de polders. En twee keer per week een paar rondjes rond de Kralingse Plas rennen. Ik stel een heel trainingsschema op. Er mag niets aan het toeval worden overgelaten. Wie in mijn vriendenkring heeft familie in Friesland wonen? Waar kan ik pitten op die belangrijke dag! Ik moet thermokleding hebben. En verantwoorde candybars voor onderweg.

Waar stop ik die in? Een klein rugzakje. Maar wel zo aerodynamisch mogelijk. Kosten spelen geen rol. Moet ik niet eens een paar nieuwe schaatsen hebben? Ik moet met mijn werkgever overleggen; ik moet al mijn vrije dagen opnemen, en die van 1998 erbij. Ik moet. . . ik moet. . . ik mag. . . ik mag!

Woensdagmiddag, 28 januari. Met borst vooruit, schouders naar achteren en neus wijs in de lucht sta ik bij mijn schaatsspecialist te wachten tot ik aan de beurt ben. Ik moet schoenenhoesjes hebben, om de voeten warm te houden - al zou een afgevroren teen natuurlijk wel geweldig zijn. . . Dan alleen nog een goede skibril en dan moet ik rond zijn.

Ik heb het gevoel dat iedereen het aan me kan zien: die is in training voor de Tocht der Tochten. Moet je die dijbenen zien, en die afgetrainde kop. Die jongen ís de Elf Steden. . . Mijn schaatsspecialist is wat aan het keuvelen met een schaatsproleet, zo een die het ook denkt te kunnen. Over schoenenhoesjes. Alsof die stumper dat nodig zou hebben. 'Sorry meneer', hoor ik de verkoper zeggen, 'de schoenenhoesjes zijn op. Komen volgend jaar pas weer. Maar ach, natuurijs zal er toch wel niet meer komen. Het wordt alleen nog maar warmer.'

Mijn adem stokt, mijn hart krimpt ineen. Alles, aan alles heb ik gedacht. Ik heb een slaapplaats in Leeuwarden, ik heb een conditie zoals nooit iemand heeft gehad, mijn uithoudingsvermogen heeft eenzame toppen bereikt, ik heb mijn baan en mijn relatie op het spel gezet, ik heb me onthouden van spiritualiën en mezelf iedere vorm van gezelligheid ontzegt, ik heb duizenden guldens uitgegeven, al mijn vrije tijd. . .'

Ah meneer Uit Beijerse, daar bent u weer. Wat kan ik dit keer voor u betekenen'? 'Niets', zeg ik zachtjes en met een gebroken stem, 'is er hier ook een kroeg in de buurt?'.

R. P. uit Beijerse, Rotterdam

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 347.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden